Oktober 2018

Print this page

IEPT20181031, Rb Midden-Nederland, Mogelijk v Briqwise

Vordering tot verstrekken van afschriften van kadastrale informatie van drie onroerende zaken afgewezen: reeds aan eind van zitting verstrekt, dus geen belang meer. Afschrift van voor financiering gebruikte documenten afgewezen: onvoldoende betwist dat Briqwise de onroerende zaken niet heeft gefinancierd. Geen auteursrechtinbreuk op website en algemene voorwaarden Mogelijk: door Mogelijk erkend dat Briqwise website en algemene voorwaarden zo heeft aangepast dat deze niet meer (te veel) op die van Mogelijk lijken. Geen verkrijging onder valse voorwendselen van informatie over bedrijf(smodel) Mogelijk en documentatie Mogelijk: voldoende aannemelijk dat documenten vrij te bekijken of op te vragen zijn, onvoldoende weersproken dat [X] aanvankelijk als investeerder interesse in Mogelijk had en daardoor onvoldoende aannemelijk dat sprake is van valse intenties. Onvoldoende aannemelijk dat Briqwise het aanbod, de investeerders en de ondernemers van Mogelijk heeft toegeëigend. Proceskostenveroordeling begroot volgens Indicatietarieven voor normale zaak (max €15.000): weliswaar maar één IE-grondslag, maar door summiere onderbouwing daarvan kon Briqwise niet anders dan uitgebreid verweer voeren.  

 

IEPT20181031, Rb Noord-Holland, Foto bord erwtensoep

Geen sprake van misbruik van recht: onvoldoende aannemelijk dat eiser inbreuken uitlokt. Auteursrechtinbreuk op vier culinaire foto’s van eiser: zonder toestemming en zonder naamsvermelding geplaatst op facebookpagina broodjeszaak gedaagde. Schadevergoeding aan de hand van tarieven Stichting Foto Anoniem en algemene voorwaarden DuPho: € 1.195 (gemiste licentievergoeding) + € 545 (ontbreken naamsvermelding) = € 1.740: hoogte bedrag redelijk geacht en geen verweer gevoerd tegen verhoging. Dwangsom van € 50,00 per dag met een maximum van € 2500,00: twee foto’s van eiser staan nog op de facebookpagina bij berichten van 2016.

 

IEPT20181031. Rb Midden-Nederland, ANP

Inbreuk op auteusrechten foto's aangenomen: foto's zijn resultaat van originele en creatieve keuzes van de makers en hebben aldus een oorspronkelijk karakter en dragen persoonlijk stempel van de maker, ANP komt recht toe om de auteursrechten te beheren en exploiteren, gedaagde heeft foto's zonder toestemming in gewijzigde vorm en zonder naamsvermelding openbaar gemaakt op zijn website, onbewust schenden van auteursrechten komt voor rekening en risico van de inbreukmaker. Schadevergoeding begroot op € 523,13: aangesloten wordt bij de gemiddelde licentievergoeding van € 198,75 per foto, opslag van 25% gehanteerd als vergoeding misgelopen exposure door ontbreken naamsvermelding, geen schadevergoeding toegekend voor gestelde afbreuk aan zelfbeschikkingsrecht.

 

IEPT20181031, Rb Midden-Nederland, Taxibord

Taxibord eiser niet auteursrechtelijk beschermd: gelet op onvoldoende gemotiveerde betwisting door eiser wordt uitgegaan van het door gedaagde geschetste vormgevingserfgoed, gebruik kunststof, trapezoïde vorm en afronding hoeken gebruikelijk, gebruik los scherm technisch bepaald, kleurverdeling voor de hand liggend, ook de combinatie van deze onbeschermde trekken levert geen auteursrechtelijk beschermd werk op. Geen sprake van slaafse nabootsing: eigen plaats op de markt onvoldoende aannemelijk.

 

IEPT20181030, Rb Amsterdam, Een bank in Suriname

Uitlating in het boek van gedaagde waarin [naam 2] in verband wordt gebracht met credit card fraude niet onrechtmatig jegens [naam 2], ware hij nog in leven geweest: voldoende steun in feiten en uitlatingen zijn niet onnodig grievend. Eisers, nabestaanden van [naam 2] geen recht op immateriële schadevergoeding op grond van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en sub c BW: uitlatingen van [gedaagde] in het boek niet onrechtmatig zijn geweest jegens [naam 2], als hij nog in leven zou zijn geweest.

 

IEPT20181030, Hof Den Bosch, De Liegende Rechter

De handelwijze van geïntimeerde met haar aan Nieuwe Revu gezonden anonieme brief en de onder ede afgelegde getuigenissen kwalificeert als onrechtmatige daad: beschuldigingen in anonieme brief en afgelegde getuigenissen onvoldoende feitelijk onderbouwd. Geïntimeerde dient de geleden immateriële schade te vergoeden: de beschuldiging in de brief en de herhalingen onder ede hebben geleid tot beschadiging van eer en goede naam en aantasting van de persoon. De mogelijkheid dat appellant materiële schade heeft geleden is aannemelijk: appellant heeft mogelijk inkomsten gederfd en reis- en verletkosten gemaakt.

 

IEPT20181030, Hof Den Haag, Menarini v Biofarma

Oppositie FLUDEX tegen inschrijving SKUDEX alsnog afgewezen: mate van visuele overeenstemming hooguit gemiddeld nu DEX weinig onderscheidend is en de eerste drie letters -  die de meest onderscheidende en dominante bestanddelen vormen - duidelijk verschillen, mate van soortgelijkheid tussen diuretische geneesmiddelen en farmaceutische preparaten voor de bestrijding van pijn beperkter dan Bureau heeft aangenomen, relevante publiek heeft bovendien bovengemiddeld aandachtsniveau bij aankoop farmaceutische producten.

 

IEPT20181030, Rb Gelderland, Halloween Nightmares

Uitlatingen in radio-uitzending waarin gedaagden eisers betitelden als oplichters, bedriegers of criminelen onrechtmatig: onvoldoende steun in het feitenmateriaal, gebruik van deze kwalificaties is onnodig, daagden hadden zich neutraler kunnen uitlaten. Uitlating op sociale media waardoor de kring van volgers de associatie maakt dat eisers boeven zijn onrechtmatig: onvoldoende steun in het feitenmateriaal. Uitlating op sociale media die refereert naar de radio-uitzending en eisers criminelen noemt onrechtmatig: onvoldoende steun in het feitenmateriaal. Uitlatingen op sociale media dat gedaagde de bedenker van het event is niet onrechtmatig in kort geding niet uit te sluiten dat dit de waarheid is. Rectificatie niet nodig en passend. Rectificatie leidt juist tot onnodig oprakelen van gedane uitlatingen.

 

IEPT20181030, Hof Amsterdam, Het Parool

Hof bekrachtigt vonnis van rechtbank waarin werd geoordeeld dat publicatie van het artikel door Het Parool niet onrechtmatig is: appellant is mede door zijn eigen toedoen tot een publiek figuur geworden die door het publiek in verband wordt gebracht met de genoemde kwesties, witwassen van crimineel geld is een maatschappelijke misstand die onderdeel is van het publieke debat, feitelijke beweringen in het artikel vinden voldoende steun in het feitenmateriaal, appellant mag gekwalificeerd worden als stroman, strekking van het Bibob-besluit juist weergegeven in het artikel, in voldoende mate voldaan aan hoor en wederhoor nu standpunt appellant afdoende uit het artikel blijkt.

 

IEPT20181026, Rb Den Haag, Ablynx v Unilever

Voorlopig getuigenverhoor toegewezen: feiten waarover Ablynx bewijs wenst te verzamelen (of Unilever buiten (sub)licentie is getreden) relevant in de zin dat zij tot beslissing in een bodemprocedure kunnen leiden, vermoeden van inbreuk door Unilever door beschikbaarstelling van geoctrooieerde technologie aan VHsquared voldoende toegelicht. Geen misbruik van bevoegdheid doordat verzoekschrift uitsluitend zou zien op “gesteld buitenlands belang”: verzoekschrift ziet op verkrijgen duidelijkheid over mogelijk onrechtmatig handelen Unilever in of vanuit Nederland. Betoog dat Ablynx geen belang bij verzoek heeft omdat Unilever niet voornemens is om geneesmiddel “met therapeutisch of profylactisch effect ten aanzien van specifieke pathogenen” op de markt te brengen faalt: niet goed te rijmen met vaststelling arrest IEPT20160607 dat Unilever erkent dat haar licentie zich niet uitstrekt tot geneesmiddelen. Aantal te horen getuigen in eerste instantie van 24 naar vijf beperkt: horen 24 getuigen zal disproportioneel beslag op tijd en belangen Unilever leggen en disproportioneel hoge kosten meebrengen en kan leiden tot strijd met goede procesorde, praktijk wijst uit dat met horen van meer dan vijf getuigen doorgaans geen redelijk doel wordt gediend.

 

IEPT20181023, Hof Den Haag, VWS v Ventraco II

Vorderingen in inzageincident afgewezen: heeft betrekking op hetzelfde bewijsmateriaal als de inzagevorderingen van VWS in het kort geding (IEPT20181023), voor zover in kort geding inzagevorderingen zijn afgewezen moet dat ook in dit incident en voor zover inzage is toegewezen moet dat in dit incident worden afgewezen bij gebrek aan belang VWS bij dubbele toewijzing van vorderingen die zien op hetzelfde bewijsmateriaal.

 

IEPT20181023, Hof Den Haag, VWS v Ventraco I

Geen overtreding verbod bodemvonnis IEPT20140905 door vermelding RheoFalt HP-EM en Rheofalt AM op OPWA-lijst: in ernst te betwijfelen of dit aanbieden ex artikel 73 Row betreft, nu de producten niet zelf door Ventraco op lijst zijn geplaatst, lijst niet opgesteld is  om producten aan te bieden, maar om aan te geven dat is voldaan aan milieuwetgeving, en lijst niet in bodemprocedure aan de orde is gekomen. Opgavebevel niet overtreden door geen opgave te doen over (tweede variant van) RheoFalt AM: in bodemvonnis is bevel bewust beperkt tot RheoFalt HP-EM producten en in ernst te betwijfelen of naar oordeel bodemrechter RheoFalt AM onder beschermingsomvang EP 415 valt, vanwege verschil met productiewijze RheoFalt HP-EM. Geen spoedeisend belang bij rectificatie wegens gestelde inbreuk op EP 415 door vermelding RheoFalt HP-EM en AM op OPWA-lijst: afnemers RheoFalt HP-EM is reeds gemeld dat product niet meer wordt geleverd en verwijderd van lijst, vermelding RheoFalt AM op OPWA-lijst is in ieder geval geen aanbieden ex artikel 73 Row indien Ventraco het product niet, althans al geruime tijd niet op de markt brengt, hetgeen het geval is sinds 2016. Inzage in inkoopfacturen RheoFalt HP-EM toegewezen: rechtmatig belang aangezien informatie over samenstelling RheoFalt HP-EM stelling VWS in hoger beroep kan staven dat met RheoFalt HP-EM indirect inbreuk is gemaakt op EP 415, voldoende bewijs voor inzagevordering, nu in bodemvonnis op grond van dit bewijs is geoordeeld dat sprake is van indirecte inbreuk. Geen inzage in verkoopfacturen RheoFalt HP-EM: gestelde tegenstrijdigheid tussen accountantsrapport en stelling Ventraco in MvG over RheoFalt AM onvoldoende om aan accountantsrapport te twijfelen.

 

IEPT20181022, Rb Gelderland, Google

Artikel over betrokkenheid eisers bij witwassen hoeft niet te worden verwijderd uit zoekresultaten Google nu sprake is van bijzonder geval waarin het privacybelang en het recht op bescherming van persoonsgegevens dient te wijken voor het recht op vrije meningsuiting inclusief het informatierecht van Google en het door haar gediende belang van de internetgebruiker: artikel betreft professioneel handelen van publieke personen, artikel ziet op onderwerp van actueel maatschappelijk debat en bevat actuele en juiste informatie, onvoldoende aannemelijk geworden dat eisers hinder ondervinden van de publicatie.

 

IEPT20180718, Rb Amsterdam, Google

Zoekresultaat over tuchtrechtelijke veroordeling arts dient te worden verwijderd uit zoekresultaten Google nu geen sprake is van bijzondere omstandigheden die met zich brengen dat het recht van op eerbiediging van haar privacy en haar persoonsgegevens moet wijken voor het belang van het publiek om toegang te krijgen tot de informatie: zoekresultaat bovenmatig en niet ter zake dienend, publiek kan informatie over tuchtrechtelijke maatregel ook vinden in BIG-register.

 

IEPT20181026, HR, De Gekooide Recherche

Beroep in cassatie verworpen (artikel 81 RO): de in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden.

 

IEPT20181026, Rb Amsterdam, Nine & Co v Van Meel

Onvoldoende spoedeisend belang bij toewijzing vorderingen inzake gestelde auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing van babykleding: collectie inmiddels gewijzigd in een waartegen eiser geen bezwaar heeft, voldoende aannemelijk dat oude collectie is uitverkocht, dat mogelijk nog enkele kledingstukken online zijn te vinden vormt - mede nu het geen uitgemaakte zaak is dat sprake is van inbreuk - geen rechtvaardiging voor toewijzing vorderingen. Proceskosten gecompenseerd: dat het tot een kort geding is gekomen valt beide partijen te verwijten.

 

IEPT20181026, Rb Midden-Nederland, Host Master, 1337 Services

Verstekvonnis. Domeinnaamhouder veroordeeld om alle berichtgeving over eisers en [naam] te verwijderen van website en verbod om nieuwe berichtgeving over hen met zelfde strekking te plaatsen: artikelen zijn onbetwist onrechtmatig, indien domeinhouder ook hostingprovider is op grond van artikel 6:196c (4) BW aansprakelijk, indien dit niet zo is sprake van doelbewust faciliteren dat auteurs anoniem en zonder consequenties onrechtmatige content op websites onder domeinnamen gedaagde kunnen plaatsen. Indien artikelen niet worden verwijderd moet gedaagde meewerken aan buitengebruikstellen gehele website.

 

IPPT20181025, CJEU, Enercon

Appeal against the General Court’s decision that the Board of Appeal was fully entitled to find that the contested mark for wind energy converters was devoid of any distinctive character dismissed: General Court was fully entitled to take the view that the distinctive character of the mark had to be assessed according to the category of mark chosen in the application; a colour mark, since the appellant referred for the first time at the hearing before the General Court to content that allegedly highlighted the fact that the contested mark had been registered as a figurative mark, this evidence is inadmissible, it is for neither EUIPO nor the General Court to reclassify the category chosen for a mark.

 

IEPT20181025, Hof Amsterdam, Pamfletten Mein Kampf

Hof vernietigt vonnis rechtbank: vrijspraak voor openbare belediging van antiquair door op het etalageraam van zijn antiquariaat pamfletten te hangen met racistische teksten: verdachte heeft maatschappelijk debat op gang willen brengen met behulp van de teksten, verdachte is niet onnodig kwetsend te werk gegaan, in die context is opzettelijke, openbare belediging niet bewezen. 

 

IEPT20181024, Rb Den Haag, VCE v Hennessy

Vordering in incident tot wijziging van petita afgewezen: inrichting en verwoording van petita ter vrije keuze staat aan de eisende partij in een hoofdzaak. Vordering tot oproeping van mede-gedaagden in vrijwaring afgewezen: niets onderbouwd dat rechtsverhouding bestaat die meebrengt dat VCE nadelige gevolgen van ongunstige afloop hoofdzaak op hen kan verhalen. Verzoek om pleidooi in incident afgewezen wegens strijd met goede procesorde: toewijzing zou - mede in het licht van naar het aanzien georkestreerde reeks eerdere incidenten - leiden tot onredelijke vertraging van de procedure.

 

IEPT20181023, Hof Den Haag, MSD v Teva

Gelet op jurisprudentie HvJEU (Sanofi, IEPT20131212 en Boehringer, IEPT20150312) is hof van oordeel dat het in beginsel mogelijk is dat zowel voor monoproduct als combinatieproduct (waar monoproduct deel van uitmaakt) ABC wordt afgeven op basis van zelfde basisoctrooi, onder voorwaarde dat het combinatieproduct een volledig verschillende uitvinding (dan die belichaamd in het monoproduct) betreft. Uit Gilead-arrest HvJEU (IEPT20180725) vloeit voort dat – in elk geval – vereist is dat gemiddelde vakman, uitgaande van octrooiconclusies, beschrijving en tekeningen basisoctrooi, in combinatieproduct een afzonderlijke uitvinding onderkent. Feit dat combinatieproduct in conclusie basisoctrooi wordt beschermd of in beschrijving wordt omschreven onvoldoende: beschrijving moet combinatieproduct zo onderbouwen dat gemiddelde vakman inziet dat combinatieproduct nog andere of verdere problemen oplost of voordelen biedt naast de problemen/voordelen die het (mono)product oplost/biedt volgens de onafhankelijke conclusie van het basisoctrooi. Voorshands oordeel dat ABC voor combinatieproduct ezitimibe en simvastatine ten onrechte is verleend, nu voor ezetimibe al eerder ABC was verleend en combinatie met simvastatine niet voorwerp uitmaakt van uitvinding basisoctrooi: uit beschrijving niet af te leiden dat combinatie afzonderlijke uitvinding betreft, basisoctrooi vermeldt niet dat combinatie problemen oplost of voordelen biedt, op grond van algemene vakkennis vakman geen afzonderlijke uitvinding te ontwaren in combinatieproduct. Matiging proceskostenveroordeling in eerste aanleg van € 145.032,86 naar € 40.000 blijft in stand: octrooirechtelijke aspecten waren beperkt en niet gecompliceerd, in aanmerking genomen dat proceskosten in principaal appel begroot zijn op € 67.500, terwijl i.t.t. eerste aanleg naast pleidooi ook processtuk is ingediend.

 

IEPT20181023, CBB, Florali v Raad voor Plantenrassen

Geen verwarringsgevaar (artikel 27(5) ZPW) tussen rasbenaming Spryng Break voor tulpen en oudere merk SPRINGBREAK: nog oudere registratie tulpenras Spryng Break (uit 2007) in KAVB-register heeft ervoor gezorgd dat Spryng Break soortaanduiding is geworden voor desbetreffende ras in gewas tulp. KAVB-register heeft zodanige status dat vermelding van een rasnaam daarin gewoonlijk tot gevolg zal hebben dat die naam vanaf dat moment gebruikelijk zal zijn voor de aanduiding van het ras. Betoog dat verwarringsgevaar tussen plantenras en merk moet worden beoordeeld volgens merkenrecht verworpen.

 

IEPT20181019, HR, ITV v MC&F

Beroep in cassatie verworpen (artikel 81 RO): de in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

 

IEPT20181018, Rb Noord-Holland, Nomenta v Nikki

Geen misbruik van bevoegdheid door 1 week na plaatsen rectificatie bezwaren daartegen kenbaar te maken: niet aannemelijk dat is gewacht om dwangsommen te kunnen incasseren. Geplaatste rectificatie (onderaan de website in kleiner lettertype dan overige tekst) voldoet aan veroordeling: plaatsing tekst onderaan website doet niet af aan vindbaarheid rectificatie en kleiner lettertype kan juist de aandacht trekken, indien Nikki expliciete wensen had ten aanzien van de positionering, lettergrootte en kadering van de rectificatie op de website dan had zij dat expliciet in haar vordering moeten opnemen hetgeen niet is gedaan. Opnemen van e-mailadres voor vragen aan einde van rectificatie e-mail niet in strijd met doel en strekking rectificatie. € 10.000 (4x €2.500) aan dwangsommen verbeurd wegens in strijd van vonnis doen van afbrekende mededelingen over producten Nikki

 

IEPT20181017, Rb Den Haag, Samsung v Digital Revolution

EP 327, EP 559 en EP 701 voor tonercartridge niet inventief. Stelling dat voor relevante vakgebied enkel naar technologie rond developing cartridges (cartridges zonder photoconductive medium) moet worden gekeken en niet ook naar technologie rond process cartridges (cartridges met photoconductive medium) verworpen: betreft gelijkwaardige alternatieven die tot zelfde vakgebied behoren. (Process)cartridge Samsung voor Samsung-printers ML-1630 en ML-1631 meest relevante stand van de techniek: met factuur onderbouwd dat deze voor prioriteitsdatum op de markt was, stelling dat dit niet meest nabije stand van techniek is kan Samsung niet baten, omdat uitvinding inventief moet zijn ten opzichte van elk reëel uitgangspunt. Conclusie 1 EP 327 niet inventief: verschilmaatregelen met ML-1630/1631-cartridge hangen louter samen met keuze voor de type printer waarin de cartridge wordt gebruikt waarin het photoconductive medium is opgenomen (en niet in de cartridge zit), terwijl deze typen printers en de daarin te gebruiken cartridges alternatieven zijn. Inventiviteit volgconclusies 2-4 en 9 niet onderbouwd. Volgconclusies 5, 6 en 8 niet inventief: objectief technisch probleem is het verminderen van fouten in de communicatie tussen de geheugeneenheid en printer als gevolg van trillingen door aandrijfkrachtopname-eenheid, plaatsing geheugeneenheid zover mogelijk van aandrijfkrachtopname-eenheid ligt voor de hand. Hulpverzoeken bieden geen soelaas: inventiviteit enkel onderbouwd voor twee conclusie-elementen, bij deze conclusie-elementen sprake van toegevoegde materie. Afsplitsingen EP 559 en EP 701 ook nietig door gebrek aan inventiviteit: beschrijven inhoudelijk zelfde (type) cartridge(s), zelfde problematiek en zelfde oplossingen als EP 327. Vermelding Samsung type-nummers op huismerkcartridges niet onjuist of misleidend: enkele vermelding van de Samsung-typenummers vermeldt niet meer dan technische compatibiliteit met desbetreffende Samsung printers. Claim dat huismerkcartridges 250 afdrukken meer printen dan Samsung-cartridges en daarmee kostenbesparing van 40% opleveren onrechtmatig: onvoldoende onderbouwd. Rectificatie toegewezen. Proceskostenvergoeding DR c.s. toegewezen voor (90% IE-deel, 10% liquidatietarief) € 124.504,40: Samsung (grotendeels) in ongelijk gestelde partij, voegingsincident en zekerheidsstellingsincident niet nodeloos opgeworpen.

 

IEPT20181017, Rb Overijssel, Fiftytwoways v Multi Smart

Auteursrechtinbreuk op fopspeen met snor: afwijkende vormgeving ‘Moustache Pacifier’ maakt dat deze eigen oorspronkelijk karakter heeft en persoonlijk stempel van de maker draagt, vormgeving ‘Coolbaby Pacifier’ is op het oog gelijk en heeft daarmee overeenstemmende totaalindruk.

 

IEPT20181017, Rb Den Haag, Bayer

Curator kan geen aanspraak maken op “Milestones” (vergoeding) voor een Apoptin Product: Bayer heeft op wetenschappelijke gronden geconcludeerd dat ontwikkeling van Apoptin Product(s) geen kans van slagen had (uitzondering uit overeenkomst). Geen schadevergoeding wegens beëindiging overeenkomst door Bayer: doordat Bayer wetenschappelijke reden had om ontwikkeling te staken is zij niet toerekenbaar te kort geschoten. Exhibitie met betrekking tot Apoptin Product afgewezen door gebrek aan rechtsbetrekking: curator stelt niet langer dat Bayer Apoptin product heeft ontwikkeld, geen redelijk vermoeden dat aan voorwaarden voor verschuldigdheid Milestone is voldaan. Geen aanspraak op Milestones voor Target Products: sprake van verjaring c.q. onvoldoende onderbouwing van de vorderingen.

 

IEPT20181016, Hof Amsterdam, SEM  v Medisecurecards

Geen dwaling bij sluiten geheimhoudingsovereenkomst door achterhouden written opinion over geldigheid octrooi: e-mail MSC aan SEM onvoldoende om te concluderen dat MSC SEM onjuist heeft ingelicht over de geldigheid en haalbaarheid van het octrooi, MSC hoefde – gelet op dat geheimhoudingsovereenkomst is aangegaan om op veilige wijze samenwerking te onderzoeken – niet te begrijpen dat verstrekken van gegevens over het octrooi voor SEM essentieel was voor aangaan geheimhoudingsovereenkomst, hoewel written opinion vragen oproept over handhaafbaarheid octrooi maakt dit het ontwikkelde concept niet in economische zin waardeloos. Geheimhoudingsovereenkomst ten onrechte ontbonden door SEM: onvoldoende aannemelijk dat MSC geen written opinion of SWOT-analyse heeft overgelegd c.q. dat SEM MSC heeft verzocht de ontbrekende stukken alsnog te overhandigen. Verbod vonnis om gebruik te maken van online Persoonlijke Gezondheidsomgeving en kaart om toegang tot die omgeving te verkrijgen beperkt tot verbod op gebruik van die kaart: redelijke uitleg concurrentiebeding is dat SEM zich moet onthouden van nabootsen of ontwikkelen van beveiligde toegang tot medische gegevens van klanten met een kaart die gelijk of gelijksoortig is aan door MSC ontwikkelde kaart.

 

IEPT20181012, Rb Amsterdam, Sanoma

Publiceren foto’s en artikel over vriend nieuwslezeres Dionne Stax niet onrechtmatig: eiser is door relatie met Stax - die zich presenteerde als succesvolle single - zelf ook een min of meer publiek persoon geworden, foto’s illustratief en niet diffamerend, niet voldoende zeker dat foto’s het resultaat zijn van het hinderlijk volgen van eiser, niet aannemelijk dat artikel schadelijk is voor reputatie eiser. Beroep op AVG slaagt niet: gebruik valt onder de in de AVG vervatte uitzondering voor de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden.

 

IEPT20181011, Rb Amsterdam, De Porseleinkast

Uitgeverij van Oorschot hoeft autobiografisch dagboek met daarin aantijgingen aan het adres van eiser niet uit de handel te nemen: hedendaagse lezer zal begrijpen dat het boek niet altijd een objectieve beschrijving van de werkelijkheid betreft, feitelijke passages vinden voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal, impact boek op privéleven eiser is beperkt.

 

IEPT20181010, Rb Oost-Brabant, Unga v Boost

Gelegde bewijsbeslag niet vervallen: ingestelde vordering ex artikel 843a Rv is evenals vordering in kort geding te beschouwen als eis in de hoofdzaak ex artikel 1019i lid 1 Rv, niet is in te zien dat Boost schade lijdt of hinder ondervindt van beslag op kopie server. Stelling dat het Unga niet vrijstaat door te procederen in hoofdzaak nadat vordering in kort geding is afgewezen verworpen. Inzage ex artikel 843a Rv afgewezen nu geen sprake is van rechtsbetrekking: door Unga verstrekte informatie geen bedrijfsgeheim, geen sprake van intellectuele eigendomsrechten op Little Shop-concept en/of afzonderlijke miniaturen of van verzamelauteusrecht, geen sprake van slaafse nabootsing daar uiterlijke kenmerken voldoende verschillend zijn, geen sprake van auteursrechtinbreuk door tonen samples, geen sprake van onrechtmatige concurrentie, onrechtmatig handelen in verleden door inschrijving merk Little Shop onvoldoende voor aanname rechtsbetrekking. Unga kan gebruik door Boost van teken Little Shop niet verbieden: teken wordt niet gebruikt als naam, registratie beeldmerk dateert van na instellen vordering, gebruik beschrijvende woorden 'little shop' kan niet verboden worden op grond van beeldmerk.

 

IEPT20181010, Rb Den Haag, Philips v Lidl

Rechtbank onbevoegd kennis te nemen van vorderingen tegen Lidl Stiftung en Lidl Kompernaß: Lidl Stiftung heeft geen woonplaats op het grondgebied van Nederland als bedoeld in artikel 4 lid 1 Brussel 1 bis-Vo , onvoldoende onderbouwd zij zijn betrokken bij onrechtmatig handelen waarbij het schadebrengende feit ex artikel 7 lid 2 zich in Nederland heeft voorgedaan, Lidl Nederland heeft geen woonplaats in het arrondissement Den Haag zodat bevoegdheid niet op grond van artikel 8 lid 1 kan worden aangenomen. Vorderingen gericht op inbreuk of onrechtmatig handelen door Lidl Nederland buiten Nederland, op feitelijke gronden afgewezen: gelet op gemotiveerde betwisting onvoldoende onderbouwd dat Lidl Nederland buiten Nederland betrokken is bij verhandeling Silvercrest. Philips kan zich niet beroepen op auteursrecht op Arcitec scheerapparaat: onvoldoende onderbouwd dat de Artitec als afkomstig van haar openbaar is gemaakt ex artikel 8 Aw, ontwerper was in dienst bij Philips International zodat het auteursrecht ex artikel 7 Aw aan haar toekomt, geen geldige overdracht van deze auteursrechten nu “Deed of assignment” niet door Philips International is ondertekend. ST3D auteursrechtelijk beschermd: voldoende vrije en creatieve ontwerpkeuzes in vorm, verwerking aan/uit knop, kleur- en materiaalkeuze en inkeping aan de achterzijde. Silvercrest scheerapparaat maakt geen inbreuk op de ST3D: veel van de overeenkomsten zien op niet auteursrechtelijk beschermde elementen, overige elementen wegen niet op tegen verschil in vorm, contouren, inkeping, ribbels en matte versus glanzende effect. Geen sprake van slaafse nabootsing: ST3D werd niet meer door Philips op de markt gebracht ten tijde van marktintroductie Silvercrest.

 

IEPT20181010, Rb Noord-Nederland, Admicom v Bouw7

Mededeling Bouw7 dat haar software alternatief is voor software Admicom niet misleidend: aannemelijk dat software Bouw in dezelfde behoeften voorziet of voor het zelfde doel bestemd zijn. Geen merkinbreuk door gebruik van merken “Admicom” en “Vakware” als AdWord nu vergelijkende reclame aan de voorwaarden voldoet.

 

IEPT20181010, RvS, Teva v CBG

Teva belanghebbende bij besluiten tot verlening handelsvergunningen aan Synthon en Mylan, waarbij is verwezen naar Teva’s geneesmiddel Copaxone als referentiegeneesmiddel. Relativiteitsvereiste kan niet aan Teva worden tegengeworpen: geen grond voor oordeel Rb dat artikel 42(6) Geneesmiddelenwet (verkorte hybride procedure tot verlening handelsvergunning) niet strekt tot bescherming belangen van een  marktdeelnemer als Teva. Voor vraag of verkorte hybride procedure tot verlening handelsvergunning kan worden toegepast gaat het erom of therapeutische equivalentie tussen referentiegeneesmiddel en vergunde geneesmiddelen is aangetoond.

 

IEPT20181010, Rb Den Haag, Nikon v ASML

Door Zeiss gevorderde voeging aan de zijde van ASML afgewezen: ingevolge artikel 218 Rv dient incidentele vordering tot voeging te worden ingesteld vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding kan worden genomen, nu het door Zeiss gestelde belang bij voeging slechts verband houdt met de procedure in conventie, kon de vordering uiterlijk worden ingesteld op de datum die is bepaald voor het nemen van antwoord in conventie.

 

IEPT20181009, Hof Amsterdam, Dobla v Chocolate King

Staafjes van tweekleurige chocolade niet auteursrechtelijk beschermd: zowel de vorm als de contrasterende streepdecoratie in een afwijkende kleur chocola zijn zo triviaal dat zij - ook in combinatie - niet aan de oorspronkelijkheidseis voldoen. Ook tweekleurige chocolade krul niet auteursrechtelijk beschermd: vorm geen uiting van creatieve keuze nu deze zonder dat daaraan enige keuze te pas komt, ontstaat als een concaaf voorwerp over een stijf oppervlak wordt gestreken, toevoegen triviaal versieringselement leidt niet tot een auteursrechtelijk beschermd werk. Geen inbreuk op chocolade toetertje: weliswaar enige oorspronkelijke keuze te erkennen in combinatie van kleurenpatroon en vorm, vorm chocolade Chocolate King gelet op zeer geringe beschermingsomvang voldoende afwijkend. Geen sprake van slaafse nabootsing: weliswaar onvoldoende bestreden dat chocolade krul en toeters van Dobla een eigen plaats op de markt hebben, producten Chocolate King houden voldoende afstand. Niet gebleken dat bestuurders Chocolate King geheimhoudingsbeding met voormalig werkgever Dobla hebben geschonden: uit deskundigenbericht blijkt dat producten door een kundig team middels reverse engineering konden worden gemaakt, tijdsverloop en inrichting machines wijzen niet op schending geheimhoudingsbeding.

 

IEPT20181009, Hof Den Haag, Boston Scientific v Edwards

Duitse rechter niet op grond van litispendentieregeling Protocol inzake erkenning (EOV) bevoegd inzake vordering tot opheffing schorsing octrooiverleningsprocedure: litispendentieregeling niet van toepassing nu doel vordering niet het zelfde is als doel van vordering in Duitse procedure tot verkrijging mede-eigendom octrooiaanvrage. Nederlandse rechter niet bevoegd inzake vordering tot opheffing schorsing octrooiverleningsprocedure: procedure Europees Octrooibureau met voldoende waarborgen omkleed, Nederlandse rechter wordt gevraagd op de stoel van het EOB te gaan zitten en EOB buiten spel te zetten, sprake van ontoelaatbare doorkruising van het (systeem van het) EOV en daarin besloten bevoegdheidstoedeling. Ten overvloede: Nederlandse rechter ook niet als forum delicti (artikel 6 sub e Rv) bevoegd: verweten onrechtmatige handelingen hebben schadelijke inwerking op octrooiaanvrage, welke moet worden gesitueerd bij het EOB, dat is gevestigd in München, Duitsland. Dat verleningsprocedure wordt gevoerd in het in Den Haag gevestigde bijkantoor van het EOB is niet relevant: gaat om octrooiverlening door het EOB dat in München is gevestigd.

 

IEPT20181009, Hof Den Haag, Ono v Pfizer

Duitse rechter niet op grond van litispendentieregeling Protocol inzake erkenning bevoegd inzake vordering tot opheffing schorsing octrooiverleningsprocedure:  litispendentieregeling niet van toepassing nu doel vordering niet het zelfde is als doel van vordering in Duitse procedure tot verkrijging mede-eigendom octrooiaanvrage. Nederlandse rechter niet bevoegd inzake vordering tot opheffing schorsing octrooiverleningsprocedure: procedure Europees Octrooibureau met voldoende waarborgen omkleed, Nederlandse rechter wordt gevraagd op de stoel van het EOB te gaan zitten en EOB buiten spel te zetten,  sprake van ontoelaatbare doorkruising van het (systeem van het) EOV en daarin besloten bevoegdheidstoedeling. Ten overvloede: Nederlandse rechter ook niet als forum delicti (artikel 6 sub e Rv) bevoegd: verweten onrechtmatige handelingen hebben schadelijke inwerking op octrooiaanvrage, welke moet worden gesitueerd bij het EOB, dat is gevestigd in München, Duitsland. Proceskosten volgens liquidatietarief: nu op verleningsprocedure Handhavingsrichtlijn niet van toepassing is niet in te zien waarom in onderhavige spin-off procedure wel artikel 1019h Rv van toepassing zou zijn.

 

IEPT20181005, HR, Skyscanner v RCC

Cassatieberoep verworpen (artikel 81 lid 1 RO): de in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden.

 

IEPT20181005, Gerecht Curacao, LaLiga v 1xcorp

Auteursrechtinbreuk door op gokwebsite beelden te tonen van Spaanse voetbalcompetitie: geen sprake van toestemming, voldoende aannemelijk dat eiseres rechthebbende is, gelet op eerder handelen gedaagde bestaat ondanks stelling dat inbreukmakend handelen is gestaakt belang bij inbreukverbod. 

 

IEPT20181002, Hof Den Bosch, Voorschotten licentie

Hof bekrachtigt vonnis rechtbank waarin werd geoordeeld dat de [onderneming] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar betalingsverplichtingen jegens [vennootschap] die voortvloeien uit de ten behoeve van de licentie opgestelde Term Sheet: vergoedingen dienden als een vooruitbetaling voor licentievergoedingen, indien licentieovereenkomst niet tot stand zou komen, zouden de betaling als onverschuldigd aangemerkt worden. Er hebben geen betalingen plaats gevonden die niet zijn verricht uit hoofde van de Term Sheet: [onderneming] betwist niet dat dat de door [de vennootschap] verrichte betalingen zijn geschied met het oog op de nog te sluiten licentieovereenkomst. Rechtbank heeft niet miskend dat [onderneming] erop mocht vertrouwen dat [onderneming] de bedragen niet terug hoefde te betalen: [onderneming] heeft zelf aangegeven geen basis meer te zien in de licentieovereenkomst en de bedragen van na die mededeling zijn onverschuldigd omdat deze zijn verricht met het oog op de nog te sluiten licentieovereenkomst.

 

IEPT20181003, Rb Noord-Holland, Uitlating in artikel Quotenet

Uitlating van gedaagde in artikel Quotenet strekkende dat eiser actief heeft meegewerkt aan chantage niet onrechtmatig: Ondanks dat eiser op de hoogte was van inhoud brief, heeft hij zich daarvan niet gedistantieerd. Vordering tot verstrekken afschriften processtukken van kort geding van 14 juni 2018, afgewezen: Eiser heeft geen rechtmatig belang bij verkrijgen stukken.

 

IEPT20181003, Rb Midden-Nederland, Vervalste reviews

Overeenkomst ontbonden op grond van tekortkoming in nakoming, overeenkomst niet vernietigbaar op grond van bedrog of dwaling vanwege positieve nepreviews op vergelijkingssite voor zakelijke trainingen: plaatsen nep reviews plaatsen is te kwalificeren als een kunstgreep in de zin van artikel 3:44 lid 3 BW (vernietigbare rechtshandelingen), maar beroep op bedrog faalt: geen causaal verband tussen nepreviews en het boeken van de opleiding. Had op weg eiser gelegen om bedrog aan te tonen bijvoorbeeld door te stellen hoeveel reviews hij heeft gelezen. Beroep op dwaling vanwege de valse reviews faalt eveneens: vastgesteld dat er geen causaal bestaat tussen de vervalste reviews en het sluiten van de overeenkomst. Gedaagde tekortgeschoten in nakoming van haar verplichtingen uit overeenkomst: syllabus sprak van een afgeronde opleiding, terwijl een belangrijk onderdeel ontbrak.

 

IEPT20181001, Rb Gelderland, Colohouse

Gedaagde en eiser in incident tot tussenkomst [eiser 2] moeten opdracht geven tot wijziging houder domeinnaam colohouse.nl in Colohouse: gedaagde heeft aangevoerd dat hij domeinnaam heeft verkocht aan eiser 2 waardoor hij geen belang heeft bij behoud domeinnaam, [eiser 2] kan domeinnaam niet in gebruik nemen zonder inbreuk te maken op handelsnaam Colohouse zodat ook hij geen belang heeft bij behoud domeinnaam.