September 2024
Print this pageIEPT20240924, Hof Den Haag, Autocavy v Volkswagen
Autocavy maakt inbreuk op merkenrechten VW door het aanbieden en verkopen van de Volkswagen ID.6: geen sprake van uitputting en ook als de Auto’s T1-status hebben gehad, is sprake van inbreuk doordat voldaan wordt aan noodzakelijkerwijs-criterium. Inbreukverbod beperkt tot EER, wereldwijd verbod te ruim: inbreukvordering onderbouwd voor de EER met beroep op het systeem van Europese uitputting. Opgavebevel terecht opgelegd: niet aangenomen dat VW over alle relevante informatie beschikte. Bestuurder treft ernstig persoonlijk verwijt: Sprake van omvangrijk en bewust inbreukmakend handelen.
IEPT20240924, Hof Den Haag, Techlantic-Ontario v Volkswagen
Vorderingen tot opheffing beslag afgewezen. Sprake van inbreuk op merkenrechten VW: VW heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de Volkswagen ID.6 op enig moment na opslag maart 2023 zijn ingevoerd, maar desondanks sprake van inbreuk doordat voldaan wordt aan het noodzakelijkerwijs-criterium. Het valt niet uit te sluiten dat vordering tot vernietiging in de hoofdzaak zal worden toegewezen: Uit Perfumesco-arrest valt af te leiden dat zowel namaakgoederen als originele niet-uitgeputte merkproducten waarmee inbreuk wordt gemaakt aan vernietiging bloot staan en dat daarbij geen onderscheid gemaakt moet worden tussen de verschillende soorten inbreukmakende handelingen, duurzamer en milieuvriendelijker alternatief vernietiging niet mogelijk en door gedrag Autocavy en Techlantic in het verleden aannemelijk dat Auto’s toch op de Europese markt worden gebracht. Belangenafweging leidt niet tot ander oordeel: primair financiële belangen Techlantic gelden niet voor zover daardoor inbreuk wordt gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van VW en indien beslag ten onrechte blijkt te zijn gelegd, biedt VW voldoende verhaal voor de schade Techlantic.
IEPT20240924, Hof Amsterdam, Picnic
Verklaring voor recht dat Picnic onrechtmatig heeft gehandeld bekrachtigd: gegeven toestemming strekte niet tot aanbrengen van een (meer dan) levensgrote afbeelding op bestelbusjes. Verbodsvordering afgewezen nu geen reële dreiging bestaat dat Picnic verder onrechtmatig gebruikt: Picnic heeft toegezegd het portret niet meer te gebruiken en maatregelen getroffen. Vordering tot vergoeding van immateriële schade afgewezen: geen blijk van aanwezigheid sub a en c van artikel 6:106 BW noch lichamelijk letsel en onvoldoende aangevoerd ten aanzien van schending eer en goede naam (sub b).
IEPT20240920, HR, Anne Frank Fonds v Anne Frank Stichting
Hoge Raad voornemens 3 prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU over mededeling aan het publiek en geoblocking: redelijkerwijs twijfel over de uitleg van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn (mededeling aan het publiek). 1. Moet art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn zo worden uitgelegd dat een publicatie van een werk op internet slechts kan worden aangemerkt als een mededeling aan het publiek in een bepaald land als de publicatie tot het publiek in dat land is gericht? Zo ja, welke factoren moeten bij de beoordeling daarvan in aanmerking worden genomen? 2. Kan sprake zijn van een mededeling aan het publiek in een bepaald land als door middel van (state of the art) geo-blocking is bewerkstelligd dat de website waarop het werk is gepubliceerd door het publiek in dat land alleen kan worden bereikt door het omzeilen van de blokkeringsmaatregel met behulp van een VPN- of soortgelijke dienst? Is daarbij van belang in welke mate het in aanmerking komende publiek in het geblokkeerde land bereid en in staat is zich via zodanige dienst toegang tot de desbetreffende website te verschaffen? Maakt het voor de beantwoording van deze vraag verschil of naast de maatregel van geo-blocking nog andere maatregelen zijn getroffen om de toegang tot de website voor het publiek in het geblokkeerde land te belemmeren of te ontmoedigen? 3. Indien de mogelijkheid tot omzeiling van de blokkerende maatregel meebrengt dat het op internet gepubliceerde werk aan het publiek in het geblokkeerde land wordt medegedeeld in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn, wordt die mededeling dan gedaan door degene die het werk op internet heeft gepubliceerd, hoewel voor het kennisnemen van die mededeling de tussenkomst van de aanbieder van de betrokken VPN- of soortgelijke dienst vereist is? Partijen krijgen middels dit tussenarrest de gelegenheid zich uit te laten over het stellen van prejudiciële vragen.
IEPT20240919_HvJEU_Parfümerie_Akzente_v_KTF
Nationale etiketteringsvereisten voor online verkochte producten vallen buiten het gecoördineerde gebied van de e-commercerichtlijn 2000/31. Etikettering vormt, net als verpakking, vorm of samenstelling, een vereiste met betrekking tot goederen als zodanig, die de Uniewetgever uitdrukkelijk van het gecoördineerde gebied heeft willen uitsluiten. Derhalve valt een dienstverlener van de informatiemaatschappij zowel onder e-commercerichtlijn 2000/31, met name wat de vereisten inzake onlinereclame betreft, als de Unieregels die uitvoering geven aan de verplichtingen inzake etikettering van de producten die hij op zijn website te koop aanbiedt. Taalvereisten voor etikettering waarborgen consumentenbescherming en volksgezondheid. De bescherming van de volksgezondheid kan niet ten volle worden gewaarborgd indien consumenten niet in staat zijn kennis te nemen van en begrip te hebben voor de aanduidingen betreffende de functie van cosmetische producten en de bijzondere voorzorgsmaatregelen bij het gebruik ervan.
IEPT20240918, Rb Amsterdam, Noordkaap v Range Leader
Range Leader verboden om de in het vonnis van 30 juli 2024 opgelegde dwangsommen te executeren: Noordkaap en Talpa hebben er redelijkerwijs alles aan gedaan wat van hen mocht worden verwacht en tot nu toe zijn er geen dwangsommen zijn verbeurd. Geen algeheel verbod om de dwangsommen te executeren: dit zou Noordkaap en Talpa ten onrechte een vrijbrief geven om het item alsnog te herhalen.
IEPT20240912, Rb Amsterdam, Prestige v Coty
Coty moet executiemaatregelen op grond van het verlof tot bewijsbeslag van 21 juni 2024 staken en gestaakt houden. Prestige niet haar medewerkingsplicht geschonden. Het executeren van dwangsommen kan voorshands als onrechtmatig worden aangemerkt. Inzage onder bewijsbeslag vallende bescheiden (843a Rv jo 1019a Rv) afgewezen: Spoedeisendheid ontbreekt en vordering voor behandeling in kort geding ongeschikt. Opheffing van het bewijsbeslag wordt eveneens afgewezen. Ook hiervoor geldt dat spoedeisend belang ontbreekt.
IEPT20240911, Rb Den Haag, Knaap v ECC
Model fatbike Knaap eigen karakter: mozaïeken door ECC kan niet leiden tot het ontbreken van een eigen karakter van het Model. Techniekexceptie slaagt ten dele: leidt niet tot een ander oordeel ten aanzien van eigen karakter. Knaap rechthebbende model: dat overeenkomst tussen knaap en ontwerper is beëindigd zegt niks over een afspraak in het verleden. ECC maakt met haar Diablo-fatbike inbreuk op het Model van Knaap: kenmerkende elementen van het Model van Knaap zijn op identieke wijze verwerkt in het frame van de Diablo.
IEPT20240910, HvJEU, Google en Alphabet v Commissie
Misbruik van (onbetwiste) machtspositie Google (artikel 102 VWEU) op dertien nationale markten voor algemene zoekopdrachten. Concurreren op andere wijze dan op basis van verdienste? In het algemeen is daarvoor het enkel gunstiger behandelen van eigen producten of diensten onvoldoende; Kan aan de orde zijn in geval van discriminatie bestaande uit twee componenten: opwaardering van eigen resultaten en lagere rangschikking van die van concurrent. Voorwaarden Bronner-arrest niet van toepassing indien een onderneming met een machtspositie toegang tot haar infrastructuur verleent, maar onbillijke voorwaarden stelt voor die toegang, de levering van diensten of de verkoop van producten. De voor een beoordeling van misbruik relevante feitelijke omstandigheden hebben niet alleen betrekking hebben op de gedraging zelf, maar ook op de betrokken markt of markten of op de werking van de mededinging daarop.
IEPT20240910, Hof Arnhem-Leeuwarden, Woodstacker
Bouwmodule is auteursrechtelijk beschermd werk: blijk van creatieve keuzes, afbeeldingen binnenzijde module ook beschermd. Architect is auteursrechthebbende: op de module en afbeeldingen daarvan en op afbeeldingen van de binnenzijde. Geen gezamenlijk auteursrecht met [het echtpaar]. Handelsnaamrecht was een gezamenlijk recht van [de man] en [de architect]: [de vrouw] is niet toegetreden tot de nog op te richten onderneming, [de architect] kan alleen voor de gezamenlijke deelgenoten een handelsnaamverbod vorderen en dat heeft hij niet gedaan. Geen schending bedrijfsgeheimen of onrechtmatig handelen [de architect]: [het echtpaar] heeft schending geheimhouding niet aannemelijk gemaakt. Dwangsommen in zowel kort geding als bodemprocedure verbeurd: [de vrouw] heeft de door [de architect] onderbouwde overtredingen onvoldoende betwist.
IEPT20240909, Rb Den Haag, CIVC v Ferminadaza
Kleuraanduiding ‘champagne’ leidt niet tot uitbuiting van de reputatie van oorsprongsbenaming ‘Champagne’: het relevante publiek verwacht bij een kledingstuk een kleuraanduiding op het label. Verder is de term ‘champagne’ in het gewone spraakgebruik een gangbare aanduiding voor een kleur in het ‘crème-/beigekleurige’ spectrum. Ook valt niet in te zien waarom de consument de kleuraanduiding ‘champagne’ zal associëren met de BOB ‘Champagne’. De vorderingen van CIVC zijn afgewezen.
IEPT20240909, Rb Den Haag, Dutch Design v Makro
De ‚Box‘ van Dutch Design aan te merken als niet-ingeschreven gemeenschapsmodel: nieuw en een eigen karakter. Makro maakt inbreuk op modelrecht Dutch design: dat de labels op beide doosontwerpen elk aan een andere kant zitten, doet niet af aan de overeenstemmende algemene indruk. De Box is geen auteursrechtelijk beschermd werk: geen intellectuele schepping die persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt. Geen sprake van slaafse nabootsing: Dutch Design kan niet aantonen dat de Box een eigen plaats in de markt heeft. Aanvullende werking redelijkheid en billijkheid, artikel 6:2 BW niet van toepassing: uit de gevoerde correspondentie kan niet worden afgeleid dat Makro in het kader van een precontractuele rechtsverhouding verplicht zou zijn geweest om door te onderhandelen of dat Dutch Design recht zou hebben op vergoeding van een contractsbelang.
IEPT20240909, Rb Den Haag, Antargaz
Geen sprake van een schending van de vaststellingsovereenkomst door [gedaagden] c.s.: [Gedaagde sub 2] was niet verantwoordelijk voor de handel in Vervalste Zegels en nagevulde Antargaz-flessen en [Gedaagden sub 1 en 3] zijn geen partij bij de vaststellingsovereenkomst. [Gedaagde sub 1] heeft inbreuk gemaakt op de merkenrechten van Antargaz (sub a-grond): Gedaagde sub 1] heeft Vervalste Zegels bij Bato besteld en gebruikt. [Gedaagde sub 3] kan als indirect bestuurder van [gedaagde sub 1] persoonlijk aansprakelijk worden gehouden: hem kan persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Verder sprake van inbreukverbod en bevel tot afgifte van Vervalste Zegels aan [gedaagden sub 1 en 3] opgelegd. Ook wordt niet betwist deel van winstafdracht direct toegewezen.