December 2025

Print this page

IEPT20251202, Hof Arnhem-Leeuwarden, Coöperatie Samen Zorgzaam v bestuurder/Managementfocus
Constructie met licentievergoeding voor handelsnaam dient om Wnt-norm te omzeilen. De bestempeling van een deel van de managementvergoeding als licentievergoeding diende slechts om te ontkomen aan de maximum bezoldigingsregels van de Wet normering topinkomens (Wnt). De bestuurder heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door via deze constructie een hogere bezoldiging te laten betalen dan volgens de Wnt-norm was toegestaan. Een intern besluit van de coöperatie kan het omzeilen van een wettelijke norm niet sauveren. Het teveel betaalde bedrag (€704.555,54) is onverschuldigd betaald. De bestuurder en Managementfocus zijn daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. De coöperatie maakte vanaf 2016 rechtmatig gebruik van de handelsnaam Palliaterm.
 

IEPT20251218, HvJEU, SACD
Unierecht verzet zich niet tegen een nationaal ontvankelijkheidsvereiste dat alle medehouders van het auteursrecht op een gemeenschappelijk werk in het geding worden geroepen, mits die voorwaarde de betrokken procedure niet onnodig ingewikkeld of kostbaar maakt. Een dergelijke ontvankelijkheidseis valt in beginsel onder de procedurele autonomie van de lidstaten, omdat de Unierechtelijke bepalingen niet voorschrijven op welke wijze rechtsmiddelen moeten worden uitgeoefend in geval van medehouderschap van een auteursrecht. De nationale rechter moet waarborgen dat het in artikel 47 van het Handvest vastgelegde recht op een doeltreffende voorziening in rechte wordt geëerbiedigd en moet zo nodig de betrokken nationale bepalingen buiten toepassing laten.

 

IEPT20251218 HvJEU, Deity Shoes v Mundorama
Geen minimum aan creatieve activiteit vereist voor bescherming gemeenschapsmodellen. De Gemeenschapsmodellenverordening nr. 6/2002 stelt geen andere, aanvullende voorwaarden dan nieuwheid en eigen karakter. Zodat de houder of ontwerper niet hoeft aan te tonen dat er sprake is van een minimum aan creatieve activiteit. De verschijningsvorm is het doorslaggevende element voor de aan gemeenschapsmodellen geboden bescherming. Modetrends beperken de ontwerpvrijheid niet zodanig dat dit de drempel voor modelbescherming verlaagt. Kenmerken die aan modetrends zijn verbonden verschillen van kenmerken die zijn verbonden aan de technische functie of toepasselijke wettelijke voorschriften, omdat die laatste zowel onvermijdelijk als permanent of duurzaam zijn. Verder kunnen modetrends niet worden beschouwd als een beperking van de vrijheid van de ontwerper, aangezien juist die vrijheid hem in staat stelt om nieuwe vormen en trends te ontdekken of om te innoveren binnen een bestaande trend, zodat kleine verschillen tussen een of meer oudere modellen en het aan de orde zijnde model niet reeds voldoende kunnen zijn om een andere algemene indruk en dus een eigen karakter aan te nemen. Kenmerken die voortvloeien uit modetrends zijn niet van minder belang voor de algemene indruk die het wekt bij de geïnformeerde gebruiker. Dat verschillen tussen modellen gebaseerd zijn op modetrends, maakt de geïnformeerde gebruiker in beginsel niet minder oplettend. Het is aan de verwijzende rechter om te beoordelen of de verschillen voldoende groot zijn voor een andere algemene indruk, dan wel slechts onbeduidende details betreffen. 

 

IEPT20251218, HvJEU, PMJC v Jean-Charles de Castelbajac
Merk met naam modeontwerper kan vervallen worden verklaard wegens misleidend gebruik. Indien dit merk door de houder ervan of met diens instemming op zodanige wijze wordt gebruikt dat bij de normaal geïnformeerde, redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument ten onrechte de indruk kan worden gewekt dat de ontwerper betrokken is geweest bij het ontwerp van de waren waarop dat merk is aangebracht. Dit moet worden onderzocht in het licht van alle omstandigheden van het concrete geval. Bovendien geldt ten aanzien van de bepalingen over vervallenverklaring dat: de in Merkenrichtlijn 2008/95 en Merkenrichtlijn 2015/2436 genoemde kenmerken waarover het publiek kan worden misleid niet uitputtend zijn; Ook het stilistische auteurschap kan een dergelijk kenmerk zijn; Ten slotte is voor vervallenverklaring vereist dat sprake is van werkelijke misleiding of voldoende ernstig risico van misleiding van de consument.

 

IEPT20251218, HvJEU, OSA
Misbruik machtspositie collectieve beheersorganisatie: indien zij geen rekening houdt met de bezettingsgraad van hotels bij de berekening van vergoedingen voor verlening van een licentie om auteursrechtelijke werken beschikbaar te stellen kan dit - naar gelang de relevante omstandigheden - bijdragen tot de vaststelling dat sprake is van misbruik van machtspositie vanwege toepassing van onbillijke (te hoge) prijzen als bedoeld in artikel 102 lid 2 onder a VWEU. Voor de vaststelling van misbruik machtspositie volstaat dat wordt aangetoond dat de betrokken praktijk kan ingrijpen in een structuur van daadwerkelijke mededinging en is niet vereist dat wordt bewezen dat de praktijk consumenten daadwerkelijk of rechtstreeks kan schaden. Om aan te tonen dat het als misbruik aangemerkte prijsbeleid de handel tussen lidstaten wezenlijk ongunstig kan beïnvloeden volstaat het vast te stellen dat de collectieve beheersorganisatie naast de rechthebbenden uit de lidstaat waar zij een monopolie bezit ook die van rechthebbenden uit andere lidstaten beheerst. Aangezien haar tariefpraktijk de handel tussen lidstaten ongunstig kan beïnvloeden. 

 

IEPT20251204, HvJEU, Mio v Asplund & USM v Konektra
Er bestaat geen regel-uitzondering-relatie tussen modelrechtelijke bescherming en auteursrechtelijke bescherming in die zin dat bij het onderzoek van de oorspronkelijkheid van voorwerpen van toegepaste kunst hogere eisen zouden moeten worden gesteld dan die welke gelden voor andere soorten werken. Samenloop Auteursrecht en Modellenrecht is beperkt tot bepaalde gevallen, aangezien een auteur een uniek werk dient te creëren dat zijn persoonlijkheid weerspiegelt en als zodanig beschermd is. Om inbreuk op het auteursrecht vast te stellen, dient te worden bepaald of creatieve elementen van het beschermde werk op een herkenbare manier zijn overgenomen in het vermeend inbreukmakende voorwerp.