Max Mara maakt met inbreuk op het auteursrecht van Vlisco

16-12-2021 Print this page
IEPT20211208, Rb Midden Nederland, Vlisco v Max Mara

Voorzieningenrechter is bevoegd van de vorderingen kennis te nemen: de zaak heeft internationaal karakter omdat gedaagden in Italië zijn gevestigd, Brussel I bis. Vlisco-dessin is auteursrechtelijk beschermd: werk met eigen oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel van de maker doordat er door de werknemer van Vlisco creatieve keuzes zijn gemaakt: Vlisco is auteursrechthebbende van het dessin in Nederland, Italië. Op grond van werkgeversauteursrecht waarbij de werkgever wordt aangemerkt als rechthebbende indien het werk is gemaakt in dienst van een ander, tenzij partijen iets anders hebben afgesproken. Vlisco is auteursrechthebbende van het dessin in Duitsland: stilzwijgende overeenstemming tussen heer [A] en Vlisco c.s. die ertoe strekt dat Vlisco c.s. dat exploitatierecht van heer [A] heeft verkregen. Vlisco is geen auteursrechthebbende in Frankrijk: onvoldoende komen vast te staan dat Vlisco c.s. als auteursrechthebbende kan opkomen tegen de gestelde inbreuken in Frankrijk. Max Mara maakt inbreuk op auteursrecht Vlisco op het dessin: totaalindrukken stemmen overeen. Max Mara moet gegevens verstrekken waaruit de omvang van vordering blijkt en vordering recall wordt toegewezen: deze uitkomst verandert niet aangezien de belangenafweging in het voordeel van Vlisco uitvalt.

 

AUTEURSRECHT

Vlisco c.s. is een Nederlands textielbedrijf dat in haar fabriek in Helmond luxueuze wax-stoffen maakt. Vlisco c.s. verkoopt deze stoffen in Europa en Afrika. Een van de dessins van Vlisco c.s. is het dessin met nummer 14/3541, met als bijnaam “Fleurs de Mariages”.

Max Mara c.s. maakt deel uit van het Max Mara-concern, een groot Italiaans modebedrijf dat wereldwijd handelt in, met name, luxueuze damesmode. Max Mara c.s. heeft onder het merk “Weekend Max Mara” een herfst-/wintercollectie 2021 met dameskleding en accessoires op de markt gebracht. Die collectie bevat items die gemaakt zijn van stoffen met een dessin dat volgens Vlisco c.s. inbreuk maakt op het auteursrecht dat rust op haar dessin “Fleur de Mariages.

Aan de hand van de Brussel Ibis verordening stelt de voorzieningenrechter vast dat hij bevoegd is om van deze zaak met internationaal karakter kennis te nemen. De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat het Vlisco-dessin auteursrechtelijk beschermd is. Het is dus niet zo dat het Vlisco-dessin al een bestaand Afrikaans dessin was waar Vlisco c.s. haar dessin aan heeft ontleend. De voorzieningenrechter is daarom voorshands van oordeel dat het Vlisco-dessin oorspronkelijk is en dat de ontwerpe hierven (de heer [A]) daarbij creatieve keuzes heeft gemaakt, zodat voldaan is aan het auteursrechtelijke werkbegrip en daaraan auteursrechtelijke bescherming toekomt (r.o. 3.10).

Max Mara c.s. betwist dat Vlisco c.s. de auteursrechthebbende is van het Vlisco-dessin. Partijen zijn het er niet over eens aan de hand van welk recht die vraag moet worden beantwoord. Volgens Vlisco c.s. moet worden uitgegaan van de lex originis: het recht van het land van de oorsprong van het Vlisco-dessin (Nederland). Volgens Max Mara c.s. moet worden uitgegaan van de lex loci protectionis: het recht van het land waar de auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen (de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie). De voorzieningenrechter geeft Max Mara c.s. op dit punt gelijk. De vraag wie de auteursrechthebbende is, is echter niet geharmoniseerd. Dat betekent dat in beginsel per lidstaat aan de hand van het recht van die lidstaat moet worden beoordeeld of Vlisco c.s. auteursrechthebbende is (r.o. 3.12-3.13).

De voorzieningenrechter gaat vervolgens beoordelen of Vlisco c.s. in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië auteursrechthebbende is (r.o. 3.14). In Nederland en Italië is sprake van werkgeversauteursrecht. Als het werk is gemaakt in dienst van een ander, dan wordt de werkgever als auteursrechthebbende aangemerkt, tenzij partijen iets anders hebben afgesproken. De voorzieningenrechter vindt het aan de hand van de stellingen en producties van Vlisco c.s. voldoende aannemelijk dat de heer [A] bij Vlisco in dienst was. Naar Italiaans en Nederlands recht heeft Vlisco dus als rechthebbende te gelden (r.o. 3.16.-3.17 & r.o. 3.23).

Ook naar Duits recht is Vlisco auteursrechthebbende. Naar Duits recht ligt het auteursrecht bij de maker van het werk en niet bij de werkgever. Het auteursrecht kan niet worden overgedragen, maar de exploitatierechten kunnen wel worden overgedragen aan de werkgever. sinds de totstandkoming  van de collectie in 1979 is de collectie steeds buiten bezwaar van de heer [A] door Vlisco is geëxploiteerd. Deze feitelijke gang van zaken is aan te merken als stilzwijgende overeenstemming tussen hen beiden die ertoe strekte dat Vlisco c.s. dat exploitatierecht van de heer [A] had verkregenn (r.o. 3.19).

Vlisco is echter geen auteursrechthebbende in Frankrijk. Ook naar Frans recht ligt het auteursrecht exclusief bij de maker. De auteursrechten kunnen wel worden overgedragen, maar daaraan zijn een aantal eisen verbonden, zoals een schriftelijkheidseis, waaraan niet is voldaan. Onvoldoende is komen vast te staan dat Vlisco c.s. als auteursrechthebbende kan opkomen tegen de gestelde inbreuken in Frankrijk (r.o. 3.22).

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk op een auteursrecht op een gebruiksvoorwerp, moet worden beoordeeld in welke mate de totaalindrukken van het beweerdelijk inbreukmakende werk (het dessin van Max Mara c.s.) en het beweerdelijk bewerkte of nagebootste werk (het Vlisco-dessin) overeenstemmen. De auteursrechtelijk beschermende trekken van het werk zijn daarbij bepalend. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de totaalindrukken van het Vlisco-dessin en het dessin van Max Mara op vijf vlakken overeenstemmen. Max Mara c.s. maakt met haar dessin daarom inbreuk op het Vlisco-dessin (r.o. 3.24-3.27).

Nu het inbreukverbod wordt toegewezen voor Nederland, Duitsland en Italië, heeft Vlisco c.s. met betrekking tot die landen voldoende spoedeisend belang bij de nevenvordering tot “recall”, die er toe dient om verdere inbreuken te voorkomen of te beëindigen. Deze vordering wordt toegewezen (r.o. 3.31). 

IEPT20211125, Rb Midden-Nederland, Vlisco v Max Mara

ECLI:NLl:RBMNE:2021:5824