Oneerlijke handelspraktijken
Print this pageHof van Justitie EU
IEPT20240919_HvJEU_Parfümerie_Akzente_v_KTF
Nationale etiketteringsvereisten voor online verkochte producten vallen buiten het gecoördineerde gebied van de e-commercerichtlijn 2000/31. Etikettering vormt, net als verpakking, vorm of samenstelling, een vereiste met betrekking tot goederen als zodanig, die de Uniewetgever uitdrukkelijk van het gecoördineerde gebied heeft willen uitsluiten. Derhalve valt een dienstverlener van de informatiemaatschappij zowel onder e-commercerichtlijn 2000/31, met name wat de vereisten inzake onlinereclame betreft, als de Unieregels die uitvoering geven aan de verplichtingen inzake etikettering van de producten die hij op zijn website te koop aanbiedt. Taalvereisten voor etikettering waarborgen consumentenbescherming en volksgezondheid. De bescherming van de volksgezondheid kan niet ten volle worden gewaarborgd indien consumenten niet in staat zijn kennis te nemen van en begrip te hebben voor de aanduidingen betreffende de functie van cosmetische producten en de bijzondere voorzorgsmaatregelen bij het gebruik ervan.
IEPT20160907, HvJEU, Deroo-Blanquart v Sony
Verkoop computer met voorgeïnstalleerde software zonder mogelijkheid deze zonder software te kopen als zodanig geen oneerlijke handelspraktijk, tenzij dergelijke praktijk in strijd zou zijn met vereisten van professionele toewijding en economisch gedrag gemiddelde consument m.b.t. dat product wezenlijk verstoort of kan verstoren, hetgeen nationale rechter moet beoordelen. Ontbreken van prijsaanduiding voor voorgeïnstalleerde software bij gezamenlijk aanbod (computer + software) is geen misleidende handelspraktijk.
IEPT20131003, HvJEU, BKK v Wettbewerbszentrale
Publiekrechtelijke instelling, belast met een taak van algemeen belang, zoals beheer van een verplichte ziekteverzekering, is een “handelaar” in de van richtlijn oneerlijke handelspraktijken: doel van de richtlijn is een hoog niveau van consumentenbescherming. Autonome eenvormige uitleg unierechtelijke bepalingen: Bewoordingen van een Unierechtelijke bepaling die niet uitdrukkelijk naar recht van de lidstaten verwijst, dient in de gehele Europese Unie autonoom en op eenvormige wijze moeten worden uitgelegd, waarbij rekening moet worden gehouden met de context van de bepaling en met het doel van de betrokken regeling.
IEPT20130919, HvJEU, CHS v Team4 Travel
Als sprake is van oneerlijke handelspraktijk hoeft niet te worden nagegaan of praktijk in strijd is met vereisten van professionele toewijding.
IEPT20121018, HvJEU, Purely Creative
Oneerlijke handelspraktijk indien indruk wordt gewekt dat consument al prijs heeft gewonnen, terwijl consument eerst (minimale) kosten moet maken om in aanmerking te komen voor de prijs; ook indien de prijs op verschillende wijzen kan worden opgeëist, waarvan minstens één gratis, maar aan de andere wijzen wel kosten zijn verbonden; het is aan de nationale rechterlijke instanties om te beoordelen of de aan consument verstrekte informatie duidelijk en begrijpelijk is.
IEPT20120312, HvJEU, Perenicova v SOS financ
Beoordeling voorbestaan overeenkomst kan ex artikel 6(1) Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten niet uitsluitend worden gebaseerd op gunstige gevolgen nietigverklaring voor een van de partijen: richtlijn verbiedt lidstaten niet om wel in deze optie te voorzien. Kredietovereenkomst die te laag rentepercentage opgeeft is misleidend indien deze gemiddelde consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.
IEPT20110630, HvJEU, Wamo v JBC
Algemene verbod op aankondiging prijsverminderingen tijdens sperperiode niet toegestaan: dat de richtlijn oneerlijke handelspraktijken aldus moet worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale bepaling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die op algemene wijze aankondigingen van prijsverminderingen en suggesties daarvan tijdens de sperperiode verbiedt, voor zover deze bepaling de bescherming van de consumenten beoogt. Het staat aan de verwijzende rechter om te beoordelen of zulks het geval is in het hoofdgeding. Werking richtlijn oneerlijke handelspraktijken beperkt tot consumentenbescherming.
IEPT20101109, HvJEU, Mediaprint v Osterreich
Geschenk bij verkoop krant niet per se een oneerlijke handelspraktijk. Algemeen verbod op verkopen met geschenken in strijd met richtlijn. strijd met professionele toewijding vereist. dat de richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat zij in de weg staat aan een nationale bepaling, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die voorziet in een algemeen verbod op verkopen waarbij geschenken worden aangeboden, en niet enkel gericht is op de bescherming van de consument, maar ook andere doeleinden nastreeft.
IEPT20100415, HvJEU, Heine v Verbraucherzentrale
Ook verzendkosten terugvorderbaar bij uitoefening herroepingsrecht: Artikel 6, lid 1, eerste alinea, tweede volzin, en lid 2, van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten, moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling volgens welke de leverancier, in een op afstand gesloten overeenkomst, de kosten van verzending van de goederen mag aanrekenen aan de consument wanneer deze laatste zijn herroepingsrecht uitoefent. Wel toegestaan om de rechtstreekse kosten voor het terugzenden van de goederen aan te rekenen aan de consument in geval van herroeping door deze laatste.
IEPT20100114, HvJEU, Wettbewerbzentrale v Plus
Toepasselijkheid Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken: Richtlijn van toepassing op elke handelspraktijk die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, de verkoop of de levering van een product aan consumenten. [...] enkel nationale wetten betreffende oneerlijke handelspraktijken die „alleen” de economische belangen van concurrenten schaden of betrekking hebben op transacties tussen handelaren, zijn van de werkingssfeer van deze richtlijn uitgesloten. Algemeen verbod op aankoopverplichting bij deelname aan kansspel in strijd met Richtlijn.
IEPT20090903, HvJEG, Messner v Stefan Krüger
CONSUMENTENRECHT – Koop op afstand: Geen compenserende vergoeding voor gebruik bij herroeping mogelijk, behalve indien gebruik in strijd is met goede trouw of in geval van ongerechtvaardigde verrijking
IEPT20090423, HvJEG, VTB-VAB v Total Belgium en Galatea v Sanoma
Algemeen en preventief verbod op joint promotions niet toegestaan: de richtlijn verzet tegen een nationale regeling zoals die aan de orde in de hoofdgedingen, die, behoudens bepaalde uitzonderingen, elk gezamenlijk aanbod van een verkoper aan een consument verbiedt, ongeacht de specifieke omstandigheden van het concrete geval. Volledige harmonisatie door richtlijn
IEPT19970626, HvJEU, Familiapress
Verbod op prijsvragen in tijdschrift belemmert vrij verkeer van goederen; geen verkoopmodaliteit. Verbod op tijdschrift met prijsraadsel toelaatbaar indien dit evenredig is voor instandhouding van de pluriformiteit van de pers en dit doel niet kan worden bereikt door minder beperkende maatregelen
Hoge Raad
IEPT20150417, HR, Simba v Hasbro
Richtlijn OHP niet van toepassing op oneerlijke concurrentie tussen ondernemingen.
Gerechtshoven
IEPT20241119, Hof Amsterdam, Digital Revolution v HP
Onrechtmatig opbellen van klanten om alsnog bij Digital Revolution huismerkcartridges bestellen. Terecht aangevoerd dat het opbellen van klanten is toegestaan. Digital Revolution gebruikt daarvoor echter de gegevens die zij van die klanten heeft, in haar hoedanigheid van verkoper van de printer, voor een ander doel, te weten het aan de man brengen van haar eigen cartridges, op een wijze die als agressief is aan te merken.
IEPT20191105, Hof Arnhem-Leeuwarden, Insulet v Ypsomed
Onvoldoende aangevoerd dat groep Omnipod-gebruikers die via Ypsomed een Omnipod hebben betrokken als het “duurzaam opgebouwd bedrijfsdebiet” van Insulet kan worden beschouwd, waaraan Ypsomed afbreuk doet door deze gebruikers te benaderen inzake aflopen garantietermijn Omnipod met aanbod van door Ypsomed geproduceerde Ypsopump. Indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat klanten en klantgegevens aan Ypsomed toekomen is benaderen klanten niet onrechtmatig of anderszins ongeoorloofd, ook niet indien zij informatie omtrent verlopen garantietermijnen heeft omdat zij (sub)distributeur van de Omnipod is geweest: ook tijdens looptijd distributieovereenkomst was het taak Ypsomed om gebruikers op verlopen garantie te wijzen. Geen misleidende reclame/oneerlijke handelspraktijken: eventuele onjuistheden zijn van zodanig ondergeschikt belang dat niet aannemelijk is dat deze tot misleiding gemiddelde consument hebben kunnen leiden.
IEPT20161220, Hof Arnhem-Leeuwarden, Trebs v Food & Fun
Beroep op Wet op de oneerlijke handelspraktijken mogelijk via correctie Langemeijer, maar in casu onvoldoende onderbouwd. de in die wet genoemde belangen kunnen zich mede uitstrekken tot de belangen van een concurrerende handelaar die zich jegens consumenten schuldig maakt aan misleidende handelspraktijken. Aanwijzing hiervoor is te vinden in punt 8 van de considerans van de Richtlijn oneerlijkhandelspraktijken. Food & Fun c.s. hebben hun stelling dat de handelswijze van Trebs ook jegens hen onrechtmatig is echter niet uitgewerkt, zodat het hof daaraan voorbij gaat.
IEPT20151020, Hof Arnhem-Leeuwarden, 20 oktober 2015, Oneerlijke handelspraktijk
Oneerlijke handelspraktijk door weglaten of op onvoldoende duidelijk verstrekken informatie over risico’s brugfinancieringen, plaatsingscommissie en eigen deelname in brugfinancieringen. Feit dat appellanten ondernemers zijn breng niet met zich dat zij geen gemiddelde consumenten zijn.
IEPT20140513, Hof Arnhem-Leeuwarden, Telefoongids.com v Stichting Gilde
Wet op oneerlijke handelspraktijken niet rechtstreeks van toepassing bij sluiten overeenkomst voor vermelding op Telefoongids.com: geen hoedanigheid van consument. Geen reflexwerking, gezien doel van wet en restrictieve uitleg van het begrip consument en de wetsgeschiedenis. Bewijslast ten onrechte in eerste aanleg omgekeerd. Wel dwaling: onjuiste veronderstelling dat het om een controle van de vermelding in de KPN telefoongids ging niet weggenomen door offerte en verificatiegesprek, die gezien gebruik van handels- en domeinnaam die lijkt op bekende uitgave van gevestigde partij en gebruik van cold calling door medewerkers die geen duidelijke instructies hebben ontvangen om onduidelijkheden omtrent identiteit Telefoongids.com weg te nemen, alle onduidelijkheden omtrent de identiteit van Telefoongids.com moeten wegnemen.
IEPT20110531, Hof Den Haag, VW&B
Oneerlijke handelspraktijken: Artikel 6:193a BW beschermt alleen consument. Artikel 6:193a BW kan niet als grondslag voor de vorderingen van VW&B dienen omdat dat artikel uitsluitend is gericht op bescherming van de consument. Geen reclame; geen mededelingen over eigen diensten. Publicatie; Niet aannemelijk dat informatie onjuiste of misleidend is.
Rechtbanken
IEPT20250425, Rb Den Haag, ANVR/TUI v Gemeente Den Haag
Door gemeente Den Haag opgelegd verbod op fossiele reclame is niet onrechtmatig. Reclameverbod niet in strijd met richtlijn OHP: richtlijn is niet van toepassing op nationale regels voor de bescherming van belangen die niet van economische aard zijn.
IEPT20250129, Rb Rotterdam, GetGlitterBaby v Glitter Work!
Oneerlijke handelspraktijken en misleidende reclame: gedaagde verstrekte feitelijk onjuiste en misleidende informatie over de producten die hij verkocht.
IEPT20210714, Rb Den Haag, Stratco v HSWT
Geen beroep op artikel 6:193c en 6:193d BW mogelijk: HSWT c.s. is actief op de zakelijke markt en verkoopt en levert niet aan consumenten.
IEPT20200304, Rb Den Haag, Havensluis
Geen oneerlijke handelspraktijk: niet gesteld waarom gebruik van teken “Vestival” jegens eiser onrechtmatig is.
IEPT20191029, Rb Den Haag, Tommy Teleshopping v Verzendshop
Verzendshop dient model- en auteursrechtinbreuk, slaafse nabootsing en oneerlijke handelspraktijken bij het aanbieden van een luchtkoeler te staken: vorderingen onvoldoende gemotiveerd weersproken.
IEPT20181127, Rb Midden-Nederland, Ribattuta
Beroep op oneerlijke handelspraktijk door onderneming wel mogelijk maar desondanks geen oneerlijke handelspraktijk. Misleiding publiek onvoldoende onderbouwd. In dat kader is nog van belang dat niet gebleken is dat [D] naast de handelsnaam [D]- Musicus ook gebruik maakt van de handelsnamen Ribattuta en Ribattuta Ensemble alsook dat de omstandigheid dat het beroep van [D] op de merkinbreuk niet slaagt. In het midden kan blijven of de door [D] verweten (misleidende) mededeling door [V] eigenlijk wel onder de werking van art. 6: 193f BW valt.
IEPT20181121, Rb Midden-Nederland, Insulet v Ypsomed
Onderneming kan beroep doen op misleidende handelspraktijk (artikel 6:193(b) BW). Nu uit de wetsgeschiedenis niet is gebleken dat de nationale wetgever een expliciete keuze heeft gemaakt om op dit punt af te wijken van de Richtlijn, is richtlijnconforme uitleg het uitgangspunt. Onvoldoende aannemelijk dat in brief voormalig sub-distributeur aan Omnipod-gebruikers sprake is van misleidende mededelingen over verstrijken garantietermijn. Niets wijst erop dat het voor benaderde Omnipod-gebruikers niet duidelijk was dat het verstrijken van de garantietermijn betrekking heeft op de PDM (waarna gebruikelijk is dat een nieuw apparaat wordt voorgeschreven) en niet op de POD’s. Onvoldoende aannemelijk dat brief voor gebruikers niet duidelijk is over vraag of gebruikers het Omnipod-systeem kunnen blijven gebruiken of verplicht zijn het Ypsopump-systeem te gaan gebruiken. Er wordt voldoende duidelijk gemaakt dat de Omnipod-gebruiker binnenkort een keuze kan maken voor een nieuw apparaat en daarbij kan kiezen voor de Ypsopump.
IEPT20180530, Rb Den Haag, Consumentenbond v Samsung
Onvoldoende aannemelijk dat elke door Google als critical aangemerkte kwetsbaarheid gebruikers van Samsung smartphones automatisch blootstelt aan reële veiligheidsrisico’s. Samsung doet voldoende om veiligheidsrisico’s bij haar Smartphones tegen te gaan. Informatievoorziening over veiligheidsrisico’s, belang van installeren updates en periode van updates en upgrades Samsung voldoende, gelet op o.a. banner op homepage Samsung-website.
IEPT20180409, Rb Rotterdam, PCO v Jimmy
Op oneerlijke handelspraktijken en onrechtmatige daad gestoelde vorderingen tot verbod op aanbieden snacks zonder te voldoen aan wettelijke bepalingen omtrent verstrekken voedselinformatie afgewezen: geen concrete aanwijzingen dat Jimmy na doorgevoerde wijzigingen in receptuur en etikettering (nog steeds) niet voldoet aan de eisen, PCO heeft bovendien onvoldoende onderbouwd welk concreet nadeel zij hiervan zou ondervinden.
IEPT20180228, Rb Den Haag, Smienk v Otolift
Mededelingen die uitsluitend afbrekend zijn ten aanzien van producten of diensten van een concurrent zijn geen (oneerlijke) handelspraktijken (artikel 6:193c BW). In casu enkel sprake van afbrekende mededelingen ten aanzien van producten of diensten Smienk. Wel sprake van ongeoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194a BW): audio-opnames van telefoongesprekken met medewerkers Otolift kunnen als bewijs dienen van mededelingen Otolift, zijn niet onrechtmatig verkregen, voldoende onderbouw dat uitlatingen goede naam Smienk aantasten en/of kleinerend zijn over producten en diensten Smienk, niet onderbouwd door Otolift dat uitlatingen waar zijn
IEPT20171108, Rb Den Haag, Tommy Teleshopping v Tel Sell
Tel Sell IE maakt zich schuldig aan oneerlijke handelspraktijk ex art. 6:193g onder m BW en handelt hiermee onrechtmatig jegens Tommy. Ook concurrenten gerechtigd om handhavend op te treden bij gestelde overtreding van de Wet OHP. Tel Sell IE biedt producten aan onder andere namen dan waaronder zij deze inkoopt. Deze namen bevatten elementen van de namen van vergelijkbare producten van Tommy. Door gelijkenis wordt verkeerde indruk gewekt dat producten Tel Sell IE afkomstig zijn van dezelfde fabrikant als de producten van Tommy. Sprake van doelbewust meeliften op bekendheid producten Tommy.
IEPT20170929, Rb Midden-Nederland, KVNW v 94 Wines
KVNW kan beroep doen op artikelen inzake oneerlijke handelspraktijken: artikelen zijn uitwerking van Richtlijn waarin expliciet is benoemd dat concurrenten moeten worden beschermd tegen oneerlijke B2C handelspraktijken. 94 Wines niet gebonden aan Reclamecode voor alcoholhoudende dranken. Reclame voor Esprit de Preuillac vormt oneerlijke handelspraktijk ex art. 6:193b BW juncto 6:193c lid 1 onder b en d BW: prijs ten onrechte vergeleken met wijn uit ander jaar, onvoldoende inzichtelijk op welke wijze prijsvoordeel is berekend. Reclame voor Amarosso Romeo & Juliet Verona 2015 vormt oneerlijke handelspraktijk: prijs vergeleken met fles uit 2013. Reclame voor La Fea Gran Reserva Cariñena 2010 vormt oneerlijke handelspraktijk:94 Wines is de enige aanbieder uit dat oogstjaar, prijs vergeleken met andere oogstjaren. Reclame voor La Lecciaia Rosso di Montalchino vormt oneerlijke handelspraktijk: niet inzichtelijke prijsvergelijking mede gebaseerd op restaurantprijzen. Reclame voor Domaine Carlin Pinson Sancerre Tradition vormt oneerlijke handelspraktijk: niet inzichtelijke prijsvergelijking mede gebaseerd op restaurantprijzen. Reclame voor Domaine Guillaume Belle Crozes Hermitage vormt oneerlijke handelspraktijk: wijn na 24-uurs aanbieding voor dezelfde prijs aangeboden en ten onrechte neergezet als medaille winnaar. Reclame voor Santoro Negroamaro Puglia vormt oneerlijke handelspraktijk: totstandkoming prijsvergelijking niet inzichtelijk, verkeerde wijnproducent genoemd.
IEPT20170927, Rb Limburg, GT Medicare v Rotaid
Bepalingen inzake oneerlijke handelsprakijken niet van toepassing op specificaties AED-kasten Rotaid: bepalingen zien op B2C-verhouding, onvoldoende weersproken dat Rotaid de kasten alleen aan bedrijven verkoopt. Beroep op misleidende reclame (6:194 BW) afgewezen: bewijslast ligt weliswaar bij Rotaid, GT Medicare heeft niet voldaan aan stelplicht zodat aan bewijsfase niet wordt toegekomen. Veroordeling GT Medicare in de volledige proceskosten afgewezen: geen sprake van misbruik van procesrecht door summiere dagvaarding zonder vermelding wetsartikelen.
IEPT20170719, Rb Gelderland, AirGroup v ATF
Oneerlijke handelspraktijk ex art. 6:193c lid 1 sub a en b BW en misleidende reclame ex art. 6:194 aanhef en sub a, f en i BW ATF door te vermelden dat zij ‘REACH compliant/gecertificeerd’ zijn, dat ‘REACH certified material’ wordt gebruikt en/of dat producten ‘REACH conform’ zijn. Vor die begrippen is geen basis te vinden in de REACH-Verordening. ATF laat bovendien in strijd met die verordening na aan afnemers informatie te verschaffen over gebruik weekmaker. Concurrent AirGroup kan beroep doen op art. 6:193a-j BW: artikelen zijn uitwerking van Richtlijn OHP die expliciet benoemd dat concurrenten moeten worden beschermd tegen oneerlijke business-to-consumer handelspraktijken, nationale wetgever heeft geen expliciete keuze gemaakt om hier vanaf te wijken.
IEPT20170519, Rb Amsterdam, BVA Auctions
[eiser] ontvankelijk in zijn vordering tot (terug) betaling van € 1.496,10, de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente over de hoofdsom. Juiste partij gedagvaard, namelijk BVA als verkopende partij. Gelet op het screenshot van de advertentie op de website van BVA, als overgelegd bij de conclusie van antwoord, mocht [eiser] ervan uitgaan dat BVA de verkopende partij was. [eiser] stelt terecht dat uit niets in de advertentie blijkt dat BVA niet als verkoper handelde. Verder kan ook op grond van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden niet worden geconcludeerd dat BVA geen partij was bij de koopovereenkomst, nu uit zowel de tekst van artikel 1 als die van artikel 3 van de algemene voorwaarden volgt dat BVA niet alleen als bemiddelaar, maar ook als verkoper kan optreden. Sprake van oneerlijke handelspraktijk door misleidende presentatie. Door Mercedes-logo op de imitatie velgen en tekst bij advertentie dat de velgen geschikt zijn voor Mercedes, mag consument er vanuit gaan dat de velgen authentiek zijn. Deze presentatie door BVA levert aldus een oneerlijke handelspraktijk op.
IEPT20170426, Rb Den Haag, OnTel v TEK en Tel Sell
Vordering op grond van oneerlijke handelspraktijken afgewezen: onduidelijk of slaafs nabootsen consumentenproduct en de handel in dergelijk product te beschouwen is als oneerlijke handelspraktijk, geen belang bij vordering jegens TEK nu verderstrekkend verbod dan al is toegewezen niet mogelijk is, grensoverschrijdend gebod op grond van oneerlijke handelspraktijken kan naar voorlopig oordeel alleen betrekking hebben op verkoopbevordering en niet op verhandeling producten zelf.
IEPT20170328, Rb Amsterdam, Dyson v Miele
Handelen in strijd met bepalingen inzake oneerlijke handelspraktijken kan onrechtmatig handelen jegens concurrent opleveren: deze bepalingen bieden niet slechts bescherming aan consumenten. Van onrechtmatig handelen door Miele jegens Dyson is echter geen sprake: gebruik van de term ‘gecertificeerd’ door Miele bij aanprijzing stofzuiger vereist niet dat daaraan een keurmerk ten grondslag ligt, onaannemelijk dat de gemiddelde consument de mededeling ‘volledig gescheiden legen van grof vuil en fijnstof zonder dat het opdwarrelt’ zal opvatten als 100% fijnstof-vrij.
IEPT20170310, Rb Den Haag, Pasoday v Hair Workxx
Mededeling dat HW leverancier Flip-In Hair is, onrechtmatig: suggereert ten onrechte dat HW rechthebbende is op de merken.
IEPT20170208, Rb Amsterdam, SHM v Boretti
Misleidende en oneerlijke handelspraktijk Boretti jegens consumenten maar niet jegens concurrent bij gebreke van (gestelde) schade.
IEPT20170120, Rb Den Haag, Scentsible v Reckitt
Geen misleidende handelspraktijken Reckitt: niet aannemelijk gemaakt dat Reckitt bij consument verwarring zaait met betrekking tot afkomst producten.
IEPT20160413, Rb Midden Nederland, Tel Sell v Tommy Teleshopping
Richtlijnconforme interpretatie leidt tot oordeel dat ondernemingen kunnen optreden tegen oneerlijke handelspraktijken (6:193a-j BW).
IEPT20151230, Rb Midden Nederland, Glaxo v Sandoz
Geen oneerlijke handelspraktijk: arts of apotheker die producten verstrekt geen ‘consument’ als bedoeld in 6:193b en c BW.
IEPT20150930, Rb Midden-Nederland, Hijama
Oneerlijke handelspraktijk door keurmerken te voeren zonder daarover te beschikken. Overeenkomst vernietigd en gedaagde moet door eiser betaalde bedrag terugbetalen.
IEPT20150720, Rb Den Haag, Greencre8 v Kebol
Geen oneerlijke handelspraktijken: door verpakking duidelijk dat Kébol bollen van haar afkomstig zijn.
IEPT20150624, Rb Gelderland, DP Products v Magro Service
Uiting “CY-1024 is geheel gelijk aan PowerWifi of TurboWifi antenne” misleidende/ongeoorloofde vergelijkende reclame/OHP: behuizing verschilt. G. heeft nodeloos verwarring gewekt door op bol.com haar product aan te bieden met zelfde EAN-nummer als product DP Products. Verwijzing naar schadestaatprocedure.
IEPT20150520, Rb Rotterdam, SVn v NACA
Geen misleidende mededelingen/oneerlijke handelspraktijken. Geen handelsnaaminbreuk: geen inschrijving woordmerk “starterslening” en geen bekend merk.
IEPT20150114, Rb Den Haag, Tommy Teleshopping v Tell Sell
Aanbieden product onder merk Express Color en vervolgens ander product leveren oneerlijke handelspraktijk.
IEPT20140327, Rb Rotterdam, Omega Pharma v Procter & Gamble
Aan bedrijven komt ook beroep toe op afdeling 6.3.3A BW inzake oneerlijke handelspraktijken en hieraan ten grondslag liggende algemene regeling inzake onrechtmatige daad. Geen spoedeisend belang c.q. onvoldoende belang bij vorderingen inzake misleidende reclame en ongeoorloofde voedings- en gezondheidsclaims, gelet op eigen gebruik en toezeggingen.
IEPT20130220, Rb Noord-Nederland, MKB v HIG en Telefoongids.com
MKB ontvankelijk in haar o.g.v. artikel 3:305a BW ingestelde groepsactie. Geen algemene reflexwerking Wet op Oneerlijke Handels-praktijken voor ondernemers; taak van wetgever. Wel reflexwerking mogelijk in individuele gevallen. Stichting Gilde heeft een met consument vergelijkbare positie: Wet op Oneerlijke Handelspraktijken van toepassing. Omkering bewijslast o.g.v. artikel 6:193j BW: Telefoongids.com heeft als professionele partij initiatief genomen tot sluiten van overeenkomst. Telefoongids.com onvoldoende bewijs geleverd dat Stichting Gilde juist en volledig is geïnformeerd; vernietiging overeenkomst o.g.v. dwaling.
IEPT20120419, Rb Rotterdam, Artiq Mobile v Consumentenautoriteit
€ 690.000 boete voor overtredingen Wet handhaving consumentenbescherming. Overtreding SMS-gedragscode; omissies door niet of onduidelijk verstrekken essentiele informatie op website en in tv-reclame.
IEPT20111005, Rb Rotterdam, Mikro-Electro v Consumentenautoriteit
Misleidende informatie door verzwijgen recht op kosteloos herstel bij non-conformiteit: Verzoekster gaat de discussie met de klant of er mogelijk sprake is van non-conformiteit en daarmee recht op kosteloos herstel of vergoeding van de aan de reparateur betaalde reparatiekosten uit de weg door het initiatief bij de klant te leggen. Consumenten worden daardoor onvolledig en misleidend geïnformeerd over hun wettelijke rechten ten aanzien van herstel of vervanging van een non-conform product.
IEPT20110525, Rb Arnhem, Boreaal v ThiemeMeulenhoff
Geen oneerlijke handelspraktijk want geen verkoopbevorderende communicatie. Onrechtmatige publicatie. Onjuiste, badinerende en kleinerende publicatie over methode Novoskript zonder noodzaak.