2026 Hof Den Bosch

Print this page

IEPT20260526, Hof Den Bosch, Stokke v Cybex
In kort geding opgelegd auteursrechtelijk inbreukverbod strekt niet verder dan de uitdrukkelijk opgesomde verboden handelingen. Een veroordeling moet volgens vaste rechtspraak worden gelezen in samenhang met hetgeen ter onderbouwing daarvan is overwogen in het lichaam van het veroordelend vonnis. Gelet op de geboden terughoudendheid bij een grensoverschrijdend auteursrechtelijk verbod in kort geding en ter voorkoming van executieproblemen, beperkte de voorzieningenrechter de volgens het petitum van Stokke c.s. ‘in het bijzonder’ te verbieden handelingen tot 'het (laten) vervaardigen, aanbieden ter verkoop of verhuur, in de handel brengen en in- en uitvoeren' van de Iris Chair. Hoewel de tekst van het dictum op zichzelf ruimte laat voor verschillende interpretaties, geven de overwegingen van de voorzieningenrechter de doorslag. Oude promotieposts op sociale media vallen niet onder het in kort geding opgelegde inbreukverbod. De stelling van Stokke c.s. dat de posts als auteursrechtelijke verveelvoudiging moeten worden aangemerkt, kan niet tot overtreding van het veroordelend vonnis leiden, nu geen sprake is van een algemeen verbod van ‘iedere inbreuk’, maar van een verbod beperkt tot specifiek genoemde handelingen. Stokke c.s. hebben bovendien onvoldoende gemotiveerd dat met deze posts sprake is van één van de specifiek verboden handelingen, waaronder ‘aanbieden ter verkoop’.