2026 Hof Den Haag

Print this page

IEPT20260220, Hof Den Haag, Chwilowicz v Secrid

Gedeeltelijke modelinbreuk Model 1. Viking en Vegan wekken bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk dan Model 1, nu de verschillen, gelet op de vrijwel identieke elementen aan de binnen- én buitenzijde, onvoldoende zijn om tot een andere algemene indruk te concluderen. Hoewel de algemene indruk van de buitenkant niet anders is, wijkt de algemene indruk van de binnenzijde van de Nordic zodanig af dat deze als totaal een andere algemene indruk wekt dan Model 1. Hugo wekt zowel aan de binnen- als buitenzijde een andere algemene indruk dan Model 1 door een afwijkende constructie van de omslag en plaatsing van de cardprotector waardoor een minder evenwichtig en dikker ogend geheel ontstaat. Geen modelinbreuk Model 2. Yoga wijkt zowel aan de binnen- als buitenzijde zodanig af dat zij een andere algemene indruk wekt dan Model 2, nu sprake is van een tweedelig standaardmapje zonder de kenmerkende driedelige omslag met ‘inpakmechanisme’ en met andere plaatsing van de cardprotector, terwijl de afstand tot Model 2 volgens het hof bovendien groter is dan tot het vormgevingserfgoed. Geen auteursrechtinbreuk. Elementen van de behuizing/cardprotector zijn (deels) technisch bepaald en daarom niet auteursrechtelijk beschermd. De overige keuzes zijn voor de hand liggend, weerspiegelen de persoonlijkheid van de auteur niet en er is niet onderbouwd waarom de keuzes creatief of uniek zouden zijn. Het combineren van de cardprotector is een idee, waartoe auteursrechtelijke bescherming zich niet uitstrekt. Geen sprake van herkenbare creatieve elementen aan de buitenzijde, en voor zover daarvan aan de binnenzijde sprake zou zijn, zijn deze niet op een herkenbare manier overgenomen. Geen slaafse nabootsing. Het hof betwijfelt of een verbod op slaafse nabootsing van uitsluitend vormgeving, met name als dat product niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, nog verenigbaar is met het doel van Europeesrechtelijke regelingen en het vrije verkeer van goederen. 

 

IEPT20260210, Hof Den Haag, B. Futurist v Sisley
Geen spoedeisend belang.  Sisley heeft geen (spoedeisend) belang meer bij handhaving van het door de voorzieningenrechter toegewezen inbreukverbod, aangezien de bodemrechter inmiddels een precies gelijkluidend verbod heeft toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard. Sisley heeft evenmin (spoedeisend) belang bij handhaving van de door de voorzieningenrechter toegewezen inzageveroordeling omdat aan die veroordeling reeds uitvoering was gegeven en niet viel in te zien welke stukken op grond daarvan nog meer konden worden verlangd. Afstemmingsregel brengt mee dat kortgedingrechter zich in beginsel richt naar bodemvonnis.  Slechts indien het bodemvonnis klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op het ingestelde rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Een en ander geldt ook in hoger beroep. Het hof is daarom gebonden aan het oordeel van de bodemrechter over merkinbreuk en uitputting en gaat voorbij aan de door B. Futurist gestelde misslagen.