2024
Print this page
IEPT20240920, HR, Anne Frank Fonds v Anne Frank Stichting
Hoge Raad voornemens 3 prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU over mededeling aan het publiek en geoblocking: redelijkerwijs twijfel over de uitleg van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn (mededeling aan het publiek). 1. Moet art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn zo worden uitgelegd dat een publicatie van een werk op internet slechts kan worden aangemerkt als een mededeling aan het publiek in een bepaald land als de publicatie tot het publiek in dat land is gericht? Zo ja, welke factoren moeten bij de beoordeling daarvan in aanmerking worden genomen? 2. Kan sprake zijn van een mededeling aan het publiek in een bepaald land als door middel van (state of the art) geo-blocking is bewerkstelligd dat de website waarop het werk is gepubliceerd door het publiek in dat land alleen kan worden bereikt door het omzeilen van de blokkeringsmaatregel met behulp van een VPN- of soortgelijke dienst? Is daarbij van belang in welke mate het in aanmerking komende publiek in het geblokkeerde land bereid en in staat is zich via zodanige dienst toegang tot de desbetreffende website te verschaffen? Maakt het voor de beantwoording van deze vraag verschil of naast de maatregel van geo-blocking nog andere maatregelen zijn getroffen om de toegang tot de website voor het publiek in het geblokkeerde land te belemmeren of te ontmoedigen? 3. Indien de mogelijkheid tot omzeiling van de blokkerende maatregel meebrengt dat het op internet gepubliceerde werk aan het publiek in het geblokkeerde land wordt medegedeeld in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn, wordt die mededeling dan gedaan door degene die het werk op internet heeft gepubliceerd, hoewel voor het kennisnemen van die mededeling de tussenkomst van de aanbieder van de betrokken VPN- of soortgelijke dienst vereist is? Partijen krijgen middels dit tussenarrest de gelegenheid zich uit te laten over het stellen van prejudiciële vragen.
IEPT20240712, HR, SONT en Thuiskopie v HP.
Prejudiciële vragen aan het HvJEU over de vraag of het maken van een offline streaming copy valt onder de thuiskopie-uitzondering ( art. 5 lid 2 sub b Auteursrechtrichtlijn)
IEPT20240614, HR, Multirisk v AvroTros
Cassatieberoep verworpen (artikel 81(1) RO): bij de beoordeling van deze klachten is het niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht.
IEPT20240517, HR, Pharmathen v Novartis
Cassatieberoep verworpen (artikel 81 lid 1 RO)
Prejudiciële vragen aan het HvJEU over de vraag of het maken van een offline streaming copy valt onder de thuiskopie-uitzondering ( art. 5 lid 2 sub b Auteursrechtrichtlijn)
Cassatieberoep verworpen (artikel 81(1) RO). Aanspraak op proceskostenvergoeding ex art. 1019h Rv: de zaak moet worden aangemerkt als een normale zaak in de zin van de Indicatietarieven.
IEPT20240308, HR, Novartis v Mylan
Cassatieberoep verworpen (artikel 80 RO): de Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld en de uitkomt hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO). Kosten incidentele beroep niet in aanmerking genomen: deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder het incidentele beroep is ingesteld en het incidentele beroep op die grond niet is behandeld.
IEPT20240301, HR, Buma-Stemra v ABMD
Het oordeel van het hof dat de ongelijkheid voor de ABMD-leden leidt of kan leiden tot een nadeel bij de mededinging (art. 102, onder c, VWEU) geeft geen blijk van een analyse van alle relevante omstandigheden als voorgeschreven in de rechtspraak van het HvJEU. Het oordeel dat voor de hand ligt dat de wel betalende afnemers (de ABMD-leden) van deze ongelijkheid nadeel kunnen ondervinden in hun concurrentie met de afnemers van wie Buma/Stemra deze vergoeding niet verlangt (de streamingdiensten), is onvoldoende voor het aannemen van nadeel bij de mededinging in de zin van art. 102, onder c, VWEU, gelet op de vereiste beoordeling van de concrete invloed van de prijsongelijkheid op de concurrentiepositie van de (afzonderlijke) ABMD-leden. Het hof heeft in dit verband ten onrechte nagelaten in zijn oordeel te betrekken het cijfermatig onderbouwde betoog van Buma/Stemra dat concurrentienadeel ontbreekt omdat i) het betaalde AGM-tarief maar een klein aandeel vormt in de prijs die ABMD-leden voor hun diensten hanteren, ii) zelfs wanneer de streamingdiensten het AGM-tarief zouden betalen of de ABMD-leden geen vergoeding, de diensten van de ABMD-leden nog aanzienlijk duurder zijn, zodat niet aannemelijk is dat de ABMD-leden extra klanten zouden aantrekken en iii) uit een vergelijking van het AGM-tarief met het streaming-tarief blijkt dat de ABMD-leden in de meeste gevallen minder betalen dan zij zouden betalen bij toepassing van het streaming-tarief.
IEPT20240301, HR, Tinnus
Beschermingsomvang octrooi en stappenbenadering. Beide uitlegbenaderingen – (a) uitleg in één stap, inclusief equivalentie of (b) tweestappenbenadering (eerst uitleg octrooiconclusie, daarna eventueel nog uitleg op basis van equivalentie) – zijn mogelijk onder het Protocol en de rechtspraak van de Hoge Raad. Beide zijn immers erop gericht om, zoals vereist, het juiste midden te vinden tussen de bescherming van de belangen van de octrooihouder en de rechtszekerheid van derden. Daarbij kan de uitvindingsgedachte als gezichtspunt ook in de tweestappenbenadering voldoende tot haar recht komen. Om prioriteitsredenen ingevoegd kenmerk en equivalentie. Onjuiste rechtsopvatting dat wanneer een kenmerk wordt ingevoegd om prioriteit te kunnen claimen, in een geval waarin zonder beroep op prioriteit een nieuwheidsbezwaar bestaat, de gemiddelde vakman daaruit nimmer kan afleiden dat de aldus beperkte conclusie geen ruimte laat voor equivalenten die niet ‘letterlijk’ aan het ingevoegde kenmerk voldoen.
IEPT20240119, HR, Sonos v Google
Sonos en Google niet ontvankelijk in cassatieberoepen tegen tussenarresten van 27 juli 2021 en 31 mei 2022. Daartegen kan slechts beroep in cassatie worden ingesteld tegelijk met eindarrest (art. 401a lid 2 Rv). De arresten van het gerechtshof Den Haag van 27 juli 2021 en 31 mei 2022 zijn tussenarresten, omdat daarbij in het dictum geen einde is gemaakt aan het geding omtrent enig deel van het gevorderde. Veroordeling in de volledige proceskosten wegens misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen afgewezen met inachtneming van de terughoudendheid, ,gelet op het recht op toegang tot de rechter, dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM, ziet de Hoge Raad onvoldoende grond daarvoor