2019

Print this page

IEPT20190924, HvJEU, Google v CNIL

Google niet verplicht om zoekresultaten - bij verzoek tot verwijdering of bevel hiertoe - wereldwijd te verwijderen: in geglobaliseerde wereld kan toegang buiten Unie weliswaar gevolgen hebben binnen Unie, tal van derde staten kennen recht op verwijdering echter niet, bescherming persoonsgegevens niet absoluut en evenwicht tussen eerbiediging privacy en vrijheid van informatie kan aanzienlijk variëren, wetgever heeft aan bescherming geen werkingssfeer toegekend die verder reikt dan de lidstaten. Google wel verplicht de resultaten te verwijderen voor alle EU-versies: verwijdering moet bovendien indien nodig gepaard gaan met maatregelen die het daadwerkelijk mogelijk maken te beletten dat internetgebruikers die in de EU een zoekopdracht op de naam van de betrokkene uitvoeren met behulp van een niet-EU-versie toegang hebben tot de zoekresultaten, of om hen op zijn minst ernstig te ontmoedigen om toegang te zoeken tot dergelijke links.

 

IEPT20190912, HvJEU, Bayer v Richter Gedeon

Begrip “passende schadeloosstelling” uit Handhavingsrichtlijn vormt een autonoom Unierechtelijk begrip dat een uniforme uitlegging moet krijgen: indien bepaling niet uitdrukkelijk naar het recht van de lidstaten verwijst moet deze normaliter in de gehele Europese Unie autonoom en uniform worden uitgelegd. Onder “passend” moet worden verstaan gerechtvaardigd in het licht van die omstandigheden. Hoewel bevoegdheid schadeloosstelling toe te kennen strikt is gebonden aan voorwaarde dat de voorlopige maatregelen zijn ingetrokken of vervallen wegens enig handelen of nalaten van de eiser, dan wel later wordt vastgesteld dat er geen inbreuk of dreiging van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is, impliceert het feit dat aan die voorwaarde is voldaan niet dat rechter automatisch verplicht is eiser te veroordelen tot vergoeding schade. De handhavingsrichtlijn verzet zich derhalve niet tegen een nationale regeling volgens welke een persoon - ook al is het octrooi op grond waarvan de maatregelen zijn toegewezen nietig verklaard -  niet wordt vergoed voor schade geleden als gevolg van het feit dat hij niet heeft gehandeld zoals normaliter kan worden verwacht om schade te voorkomen of verminderen, mits die regeling de rechter in staat stelt om naar behoren rekening te houden met alle objectieve omstandigheden van de zaak.

 

IEPT20190912, HvJEU, VG Media v Google

Een nationale bepaling die zoekmachines verbiedt om persproducten geheel of gedeeltelijk aan het publiek beschikbaar te stellen, moet vooraf aan de Europese Commissie worden meegedeeld. Het gaat namelijk om een regel die betrekking heeft op een dienst van de informatiemaatschappij en dus om een "technisch voorschrift”, waarvan het ontwerp overeenkomstig artikel 8, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 98/34, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/48 (betreffende diensten van de informatiemaatschappij), aan de Commissie moet worden meegedeeld.

 

IEPT20190912, HvJEU, Koton v EUIPO

Sprake van depot te kwader trouw (artikel 52(1) onder b) GMeV (oud)) als sprake is van oogmerk om afbreuk te doen aan belangen van derden op een wijze die niet strookt met de eerlijke gebruiken of oogmerk om een uitsluitend recht te verkrijgen voor andere doeleinden dan die onder de functies van een merk vallen, met name de herkomstaanduidingsfunctie. Niet vereist dat ouder merk is geregistreerd voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten. Indien derde in ten minste één lidstaat ten tijde van aanvraag van litigieuze merk een merk dat gelijk was aan of overeenstemde met dat merk gebruikte hoeft verwarringsgevaar niet te worden aangetoond. Verwarringsgevaar is één van de in aanmerking te nemen relevante factoren voor bestaan van kwader trouw. Oogmerk van aanvrager merk dient te worden beoordeeld op tijdstip waarop inschrijving Uniemerk wordt verzocht: dat betekent in casu dat oogmerk niet alleen met betrekking tot diensten uit klasse 39, waarvoor het merk uiteindelijk is ingeschreven, maar ook voor waren en diensten uit klasse 25 en 35 – waarvoor het merk oorspronkelijk was aangevraagd – moest worden onderzocht.

 

IEPT20190912, HvJEU, Darferdas

Onderscheidend vermogen van teken waarvan inschrijving als merk wordt aangevraagd moet worden onderzocht rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder alle waarschijnlijke gebruiksvormen van het aangevraagde merk. Wanneer er geen andere aanwijzingen zijn, gaat het hierbij om de gebruiksvormen die in het licht van de gewoonten van de betrokken economische sector in de praktijk significant kunnen zijn. Vormen van gebruik die in deze economische sector weliswaar niet ondenkbaar maar in de praktijk niet significant zijn en dus weinig waarschijnlijk lijken moeten als niet relevant worden afgedaan behalve als de aanvrager concrete aanwijzingen heeft verstrekt die een ongebruikelijke gebruiksvorm waarschijnlijk maken. Benadering uit Deichmann beschikking is slechts relevant in gevallen waarin blijkt dat slechts één gebruiksvorm in de betrokken economische sector in de praktijk significant is.

 

IEPT20190912, HvJEU, Cofemel v G-Star Raw

Auteursrechtelijke bescherming kan niet worden verleend aan modellen louter omdat zij, afgezien van het utilitaire doel dat zij nastreven, een specifiek esthetisch effect teweegbrengen:  om voor deze bescherming in aanmerking te komen moeten die modellen de uitdrukking vormen van oorspronkelijke werken.

 

IEPT20190905, HvJEU, AMS Neve v Heritage Audio

Houder Uniemerk kan, bij vermeende inbreuk via online advertenties, een vordering wegens inbreuk instellen tegen een derde bij de merkenrechtbank van de plaats waar de doelgroep van de inbreukmakende online advertenties zich bevindt.

 

IEPT20190729, HvJEU, Pelham

Fonogrammenproducent kan op grond van artikel 2(c) Arl overname van geluidsfragment, hoe kort dan ook (“sampling”), van zijn werk op een ander fonogram beletten, tenzij het fragment in gewijzigde en voor het oor onherkenbare vorm op het fonogram wordt vastgelegd. Begrip “kopie” (artikel 9(1)(b) Verhuurrichtlijn) dient blijkens preambule Verhuurrichtlijn op een wijze te worden uitgelegd die strookt met uitleg uit Overeenkomst van Genève. Sprake van “kopie” indien het gehele andere fonogram of een wezenlijk gedeelte daarvan is overgenomen. Lidstaat mag niet voorzien in andere beperkingen of restricties op het in artikel 2(c) Arl neergelegde recht van de fonogrammenproducenten dan die in artikel 5 Arl zijn vastgesteld, anders komt effectiviteit van harmonisatie auteursrecht en naburige rechten en rechtszekerheid in gevaar en zou de eis om beperkingen en restricties coherent toe te passen niet kunnen worden verzekerd. HvJEU definieert begrip “citeren”: gebruik moet de bedoeling hebben om de dialoog aan te gaan met een werk. Overname geluidsfragment (sampling) kan gelijk staan aan citeren ex artikel 5(3)(d) Arl indien gebruik bedoeld is om de dialoog met het werk waarvan het geluidsfragment is overgenomen aan te gaan en sample bij beluisteren nieuwe werk herkenbaar is. Geen citeren indien betrokken werk niet kan worden herkend aan de hand van citaat in kwestie. Artikel 2(c) Arl (uitsluitend recht fonogrammenproducten) betreft volledige harmonisatie.

 

IEPT20190729, HvJEU, Funke Medien v Duitsland

Militaire verslagen die zuiver informatieve documenten zijn waarvan de inhoud volledig wordt bepaald door de hierin vervatte informatie en dus een louter technische functie hebben zijn niet auteursrechtelijk beschermd: creatieve geest niet op oorspronkelijke wijze tot uitdrukking gebracht en geen sprake van resultaat dat een eigen intellectuele schepping vormt. Hoewel artikel 5 lid 3 sub c (gebruik werk voor verslaggeving) en d (citaatrecht) Auteursrechtrichtlijn geen volledige harmonisatie van de draagwijdte van de daarin vervatte beperkingen of restricties tot stand brengen is de discretionaire bevoegdheid wel in meerdere opzichten beperkt: discretionaire bevoegdheid moet worden uitgeoefend binnen de door het Unierecht opgelegde grenzen, discretionaire bevoegdheid mag niet dusdanig worden gebruikt dat afbreuk wordt gedaan aan doelstellingen Richtlijn, discretionaire ruimte ook afgebakend door artikel 5 lid 5 van de Richtlijn, lidstaten moeten tot slot een juist evenwicht tussen de verschillende door de rechtsorde van de Unie beschermde grondrechten verzekeren. De in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde informatievrijheid en persvrijheid kunnen geen rechtvaardiging bieden voor niet in Richtlijn genoemde beperkingen en restricties van het auteursrecht: regeling die het mogelijk maakt om een juist evenwicht te vinden tussen deze verschillende rechten en belangen is vervat in richtlijn 2001/29 zelf, lidstaten niet vrij om andere beperkingen en restricties toe te passen dan die welke in de richtlijn  uitdrukkelijk zijn vastgesteld. Publicatie militaire verslagen kan onder “gebruik van werken […] in verband met de verslaggeving” in de zin van artikel 5 lid 3 onder c vallen: verslagen systematisch weergegeven en voorzien van inleidend opmerkingen, aanvullende links en uitnodiging om te reageren.

 

IEPT20190729, HvJEU, Red Bull v EUIPO

Red Bull-merken bestaande uit de combinatie van de kleuren blauw en zilver als zodanig terecht nietig verklaard: Gerecht heeft de uit het Heidelberger Bauchemie-arrest (IEPT20040624) voortvloeiende beginselen juist toegepast door te oordelen dat geen sprake was van een systematische schikking die de betrokken kleuren op een van tevoren bepaalde en duurzame wijze met elkaar in verbinding bracht.

 

IEPT20190704, HvJEU, Touristik v EUIPO

Aanduiding in standaardschrift van beeldmerk “Fl♥” in het Uniemerkenblad (als “Fly”) irrelevant voor beoordeling van de fonetische perceptie van de tekens, die niet samenvallen met de aanduiding ervan in het blad. Grieven tegen ten overvloede aangevoerde overwegingen kunnen niet tot vernietiging bestreden arrest leiden. 

 

IEPT20190703, HvJEU, Viridis v EUIPO

Gerecht mocht oordelen dat gebruik voor klinische proef geen normaal gebruik als Uniemerk oplevert: voor geneesmiddel waarvoor nog geen vergunning voor het in de handel brengen is verleend mag geen reclame worden gemaakt teneinde een marktaandeel te verkrijgen of behouden, ook gebruikshandelingen voorafgaand aan het in de handel brengen moeten van externe aard zijn teneinde normaal gebruik te kunnen aannemen. Gerecht heeft niet in zijn algemeenheid uitgesloten dat een verplichte klinische proef een geldige reden voor niet gebruik kan betekenen: geoordeeld dat merkinschrijving vóór proef en lange duur proef binnen invloedsfeer en verantwoordelijkheid merkhouder vielen, zodat zij niet kunnen worden beschouwd als belemmeringen die zich buiten haar wil hebben voorgedaan.

 

IEPT20190612, HvJEU, Patent- och registreringsverket v Hansson

Lidstaten hebben vrijheid om naar nationaal recht te voorzien in verklaringen van afstand van recht voor zover deze afbreuk doen aan nuttige werking Merkenrichtlijn en met name aan de bescherming tegen verwarring. Artikel 4(1)(b) Merkenrichtlijn 2008 verzet zicht tegen nationale regeling die voorziet in een verklaring van afstand waardoor een bestanddeel van een samengesteld merk, waarop die verklaring betrekking heeft, wordt uitgesloten van de globale analyse van de relevante factoren voor de vaststelling van verwarringsgevaar in de zin van die bepaling, of waardoor aan een dergelijk bestanddeel meteen en permanent een beperkt gewicht wordt toegekend in die analyse.

 

IEPT20190605, HvJEU, Skype v BIPT
Aanbieden VoIP-dienst is een elektronische-communicatiedienst in de zin van artikel 2 van de kaderrichtlijn wanneer de aanbieder voor het aanbieden van deze dienst wordt vergoed en voor het aanbieden een overeenkomst moet sluiten met de aanbieders van telecommunicatiediensten die gemachtigd zijn om oproepen naar PSTN over te brengen en daaraan af te geven.
 

IEPT20190515, HvJEU, VM Vermögens Management

Argument dat merk VERMÖGENSMANUFAKTUR (van vóór IP-translator (IEPT20120619)) enkel voor diensten die onder letterlijke betekenis van de klasseomschrijvingen van klassen 35 en 36 vallen nietig is verklaard faalt: merk was beschermd voor alle diensten uit die klassen en dus door Kamer van Beroep nietig verklaard voor alle diensten van de klassen 35 en 36,  motivering GEU toereikend.Gerecht oordeelde niet dat betwiste merk onderscheidend vermogen miste alleen omdat de uitdrukking een Vermögensmanufaktur een lovende verwijzing is. Argumenten rekwirante over gebruik van geweigerd bewijs door Kamer van Beroep niet-ontvankelijk: betreffen slechts herhaling argumenten eerste aanleg.

 

IEPT20190502, HvJEU, Fundación Queso Manchego v IQC

Beeldtekens kunnen een “voorstelling” van een oorsprongsbenaming voor de geest roepen. Geen exceptie voor in de regio gevestigde producenten van betreffende producten. Vermoedelijke reactie consument op basis van voldoende rechtstreeks en duidelijk verband. Relevante consument is de Europese consument, met inbegrip van de consument van de plaats van productie of consumptie.

 

IEPT20190411, HvJEU, ÖKO-Test Verlag v Dr. Rudolf Liebe

Houder van een ‘testlabel’-merk (voor consumenteninformatie en –advies) kan zich op grond van artikel 9(1)(a) en (b) (oud) GMeV en artikel 5(1)(a) en (b) Mrl 2008 niet verzetten tegen derde die teken aanbrengt op waren die niet soortgelijk zijn aan de ingeschreven waren of diensten. Voor “bekendheid” van een merk volstaat dat aanmerkelijk deel publiek het teken kent: vereiste van bekendheid mag niet zo worden opgevat dat publiek op de hoogte moet zijn van het feit dat het teken als merk is ingeschreven. Houder van een bekend ‘testlabel’ merk (voor consumenteninformatie en –advies) kan zich op grond van artikel 9(1)(c) (oud) GMeV en artikel 5(2) Mrl 2008 verzetten tegen derde die overeenstemmend teken aanbrengt op niet-soortgelijke waren indien daardoor ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van dat merk en er geen “geldige reden” is voor het aanbrengen van dat teken.

 

IEPT20190410, HvJEU, The Green Effort v EUIPO

Gerecht heeft geen blijk gegeven van onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat termijn voor het instellen beroep was verstreken: artikel 4 lid 4 van het besluit betreffende elektronische mededelingen van en aan het Bureau moet aldus worden uitgelegd dat een kennisgeving zal worden geacht te hebben plaatsgevonden op de vijfde kalenderdag na de dag waarop het EUIPO het document in de inbox van de gebruiker heeft geplaatst, tenzij de daadwerkelijke datum van kennisgeving precies kan worden vastgesteld op een andere dag binnen die periode.

 

IEPT20190327, HvJEU, Hartwall

Door aanvrager bij inschrijving aan een teken gegeven kwalificatie als “kleurmerk” of “beeldmerk” is een van de relevante elementen voor de beoordeling of dit teken een merk kan vormen in de zin van artikel 2 van deze richtlijn en of dit teken onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van deze richtlijn. Merkenrechtelijke autoriteit verplicht om over te gaan tot een concrete en globale analyse van het onderscheidend vermogen van het betrokken merk: autoriteit kan inschrijving van teken als merk niet weigeren op loutere grond dat dit teken geen onderscheidend vermogen heeft verkregen door het gebruik dat ervan is gemaakt voor de geclaimde waren of diensten, bij combinatie van abstract en contourloos aangeduide kleuren dient te worden onderzocht of – en in welke mate – de kleurencombinatie die een systematische schikking bevat in staat is om het betrokken teken intrinsiek onderscheidend vermogen te verlenen. Inschrijving als kleurmerk van teken dat wordt weergegeven door tekening in kleur met afgebakende omtreklijnen, maar wordt omschreven als kleurmerk dient te worden geweigerd wegens tegenstrijdigheid in de inschrijvingsaanvraag.

 

IEPT20190321, HvJEU, Abraxis Bioscience

Vergunning voor het in de handel brengen waarop een aanvraag voor een ABC wordt gebaseerd die betrekking heeft op een nieuwe formulering van een bestaande werkzame stof, kan niet worden beschouwd als de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het betrokken product als geneesmiddel wanneer voor deze werkzame stof als zodanig al eerder een dergelijke vergunning is afgegeven.

 

IEPT20190314, HvJEU, Textilis v Svenskt Tenn

Artikel 7(1)e)iii) UMeV (Vo 207/2009 zoals gewijzigd bij Vo 2015/2424) niet van toepassing op merken die vóór de inwerkingtreding van de wijziging van die verordening (23 maart 2016) zijn ingeschreven. Teken bestaande uit tweedimensionale decoratieve patronen dat op waren zoals stoffen of papier is aangebracht bestaat niet “uitsluitend uit de vorm” in de zin van artikel 7(1)e)iii) GMeV (Vo 207/2009 van vóór de wijziging bij Vo 2015/2524). Ofschoon het betrokken teken in het hoofdgeding vormen weergeeft die bestaan uit de externe omtrekken van tekeningen die op gestileerde wijze delen van geografische kaarten afbeelden, bevat dit teken – naast deze vormen – decoratieve bestanddelen die zich zowel binnen als buiten deze omtrekken bevinden. Dat teken tevens auteursrechtelijk beschermd is, is irrelevant voor vraag of het al dan niet uitsluitend bestaat uit een “vorm”.

 

IEPT20190214, HvJEU, De Staat v Warner-Lambert

In VHB-procedure door de aanvrager gedane mededeling van de bijsluiter of een samenvatting van de productkenmerken van dat geneesmiddel, waarin geen melding wordt gemaakt van indicaties of doseringsvormen die nog onder het octrooirecht vielen op het tijdstip waarop het geneesmiddel op de markt werd gebracht (“carve-out”), vormt een verzoek tot beperking van de reikwijdte van de VHB voor het generieke geneesmiddel in kwestie

 

IEPT20190131, HvJEU, Pandalis v EUIPO

Woordmerk Cystus mocht ondanks vermelding op verpakking voor voedingssupplementen vervallen worden verklaard wegens ontbreken normaal gebruik: geen normaal gebruik indien het aanbrengen van een merk er niet toe bijdraagt dat een afzet voor de waar wordt gevonden of dat de waar in het belang van de consument wordt onderscheiden van die van andere ondernemingen, Gerecht heeft verklaard dat het gebruik “cystus” op de verpakkingen gelet op de context ervan door het publiek als beschrijvend voor het hoofdingrediënt van deze producten “cistus” zou worden opgevat en niet als aanduiding van de commerciële herkomst van deze waren, hiermee is niet geoordeeld dat het betrokken merk beschrijvend is zodat de klacht hiertegen faalt.

 

IEPT20190123, HvJEU, Klement v EUIPO

Gerecht EU heeft impliciet geoordeeld dat enkel door de ongewone vorm van het merk het aangevallen driedimensionale merk van een oven een groot onderscheidend vermogen heeft, ondanks dat de vorm tot op zekere hoogte functioneel is. Merk normaal gebruikt, ondanks dat op de waren ook het woordmerk “Bullerjan” wordt aangebracht: Gerecht EU mocht oordelen dat het woordmerk “Bullerjan” minder onderscheidend vermogen heeft dan het driedimensionale merk en de totaalindruk daarvan niet wijzigt. Feit dat het woordmerk “Bullerjan” mogelijk de bepaling van de commerciële herkomst van de desbetreffende ovens kan faciliteren niet tegenstrijdig met het feit dat het woordmerk niet het onderscheidend vermogen van het driedimensionale merk dat bestaat uit de vorm van de waren wijzigt. In situatie dat gerecht van eerste aanleg heeft vastgesteld dat het betrokken merk significant afwijkt van de norm of wat gangbaar is in de betrokken sector is het niet aan de merkhouder om verder bewijs te leveren dat de vorm niet gangbaar is in de betrokken sector, maar aan degene die het verval van het merk inroept.