2026 HvJEU
Print this pageIEPT20260512, HvJEU, Meta Platforms Ireland
Artikel 15 DSM-auteursrechtrichtlijn verzet zich niet tegen nationale regeling over onlinegebruik van perspublicaties door platforms die: persuitgevers het recht geeft op een “billijke compensatie” in ruil voor toestemming voor het onlinegebruik van perspublicaties door platforms; Platforms verplicht om met persuitgevers te onderhandelen, informatie te verstrekken die nodig is om de vergoeding vast te stellen en tijdens die onderhandelingen de zichtbaarheid van perspublicaties in zoekresultaten niet te beperken; Een nationale toezichthouder bevoegd maakt om criteria vast te stellen voor de bepaling van de vergoeding, het bedrag daarvan vast te stellen wanneer partijen geen overeenstemming bereiken en administratieve geldboeten op te leggen bij niet-nakoming van informatieverplichtingen; Persuitgevers niet de mogelijkheid ontneemt om het gebruik van hun publicaties te verbieden of toestemming kosteloos te verlenen, onder meer via gratis niet-exclusieve licenties; Platforms geen betalingsverplichting oplegt wanneer zij perspublicaties niet gebruiken of niet voornemens zijn die te gebruiken; Derhalve verplichtingen en sancties oplegt die een beperking vormen van de vrijheid van ondernemerschap, maar die zijn gerechtvaardigd op de voorwaarde dat zij bijdragen aan de bescherming van intellectuele eigendom en de vrijheid en pluriformiteit van de media en het evenredigheidsbeginsel eerbiedigen.
IEPT20260430, HvJEU, GEMA v VHC 2 Seniorenresidenz
Geen ‘mededeling aan het publiek’ bij wederdoorgifte van omroepprogramma’s via intern kabelnetwerk van bejaardenhuis. De gelijktijdige, volledige en ongewijzigde wederdoorgifte van televisie- en radioprogramma’s via het interne kabelnetwerk van een bejaardenhuis naar de kamers van bewoners vormt geen “mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3(1) Auteursrechtrichtlijn 2001. Geen sprake van een “specifieke technische werkwijze”, omdat de exploitant enkel het via een satellietantenne ontvangen signaal intern doorgeeft via het kabelnetwerk van het bejaardenhuis. Evenmin sprake van een “nieuw publiek”, omdat de bewoners permanent in het tehuis verblijven en als bezitters van ontvangsttoestellen uitzendingen in hun privésfeer ontvangen, zodat zij behoren tot het publiek waarmee rechthebbenden reeds rekening hielden bij de oorspronkelijke uitzending. Dat het bejaardenhuis met winstoogmerk wordt geëxploiteerd, is “niet bepalend” voor de kwalificatie als “mededeling aan het publiek”. Een dergelijke uitleg voorkomt dat auteursrechthebbenden een “onverschuldigde beloning” ontvangen, terwijl zij reeds een passende vergoeding hebben ontvangen voor de oorspronkelijke uitzending.
IEPT20260423, HvJEU, Ristorazione v Ramazzini
Voorlopige maatregel moet op verzoek van verweerder ophouden gevolg te hebben als eiser geen bodemprocedure instelt binnen de gestelde termijn. Artikel 9(5) Handhavingsrichtlijn ziet op alle in dat artikel bedoelde voorlopige maatregelen en sluit maatregelen die vooruitlopen op de beslissing ten principale niet uit. Deze bepaling waarborgt dat voorlopige maatregelen niet blijven voortduren zonder rechterlijke toetsing ten gronde en voorkomt dat de verweerder wordt getroffen door een mogelijk ongerechtvaardigde maatregel, hetgeen in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel zoals neergelegd in de richtlijn.
IEPT20260416, HvJEU, SONT v HP
Offline streaming copy valt niet onder de thuiskopie-exceptie en geeft geen recht op thuiskopievergoeding. De beschikbaarstelling van een offline streaming copy door een streamingdienst op verzoek van een gebruiker vormt een beschikbaarstelling van een werk voor het publiek in de zin van artikel 3(1) Auteursrechtrichtlijn 2001. Dit kwalificeert daarmee niet als een reproductiehandeling in de zin van artikel 2 Auteursrechtrichtlijn 2001, zodat zij ook niet onder de thuiskopie-exceptie van artikel 5(2)(b) van die richtlijn kan vallen. Daarbij is beslissend dat de gebruiker pas toegang krijgt tot het werk nadat de aanbieder een kopie heeft gemaakt, zodat die kopie niet door die gebruiker wordt vervaardigd en de bron van de kopie in handen is van de aanbieder en niet van de gebruiker; En dat de rechthebbende door technische voorzieningen de controle behoudt en de toegang zo nodig kan blokkeren. Onder die omstandigheden is geen sprake van schade als gevolg van ongecontroleerd kopiëren, maar van een door de rechthebbende toegestane en gecontroleerde exploitatie, zodat geen billijke compensatie verschuldigd is en het bestaan van een licentievergoeding hieraan niet afdoet.
IEPT2026414, HvJEU, Pelham II
Pastiche-exceptie vormt geen vangnetclausule voor ieder creatief hergebruik maar vereist herkenbare artistieke of creatieve dialoog met bestaand werk dat een of meer bestaande werken oproept maar daarmee merkbare verschillen vertoont en auteursrechtelijk beschermde kenmerkende elementen gebruikt om met die werken een artistieke of creatieve dialoog aan te gaan die als zodanig herkenbaar is. Die artistieke of creatieve dialoog kan verschillende vormen aannemen, waaronder een stijlimitatie, een eerbetoon of een humoristische of kritische confrontatie. Daarbij is het mogelijk dat pastiche een uiting is van humor of spot, maar dit is niet noodzakelijk. Openlijk gebruik is vereist, zodat verborgen imitatie of plagiaat niet onder het begrip valt. Derhalve kan sampling onder de pastiche-exceptie vallen wanneer de sample wordt gebruikt voor een werk dat voldoet aan deze vereisten. Voor toepassing van de pastiche-exceptie volstaat dat de aard als pastiche objectief herkenbaar is voor een persoon die bekend is met het oorspronkelijke werk. Niet vereist dat wordt vastgesteld dat de gebruiker het voornemen had een pastiche te maken.
IEPT20260326, HvJEU, Fauré Le Page v Goyard
Merk dat een getal bevat kan misleidend zijn (artikel 3 (1) (g) Merkenrichtlijn 2015) indien dat door het relevante publiek wordt opgevat als een oprichtingsjaar en daarmee de suggestie wekt van eeuwenoud vakmanschap dat de waar een kwaliteitsgarantie verleent en bijdraagt aan het prestigieuze imago, kan bij ontbreken van dergelijk vakmanschap sprake zijn van werkelijke misleiding of een voldoende ernstig risico van misleiding. Voor toepassing van de weigerings- of nietigheidsgrond van die bepaling moet deze misleiding betrekking hebben op een kenmerk van de door het merk aangeduide waren of diensten en niet op een kenmerk van de merkhouder.
IEPT20260319, HvJEU, G. Calinescu v HK
Kritische publicatie van een werk in het publieke domein kan auteursrechtelijk beschermd werk vormen: Mits sprake is van vrije en creatieve keuzes van de auteur die zijn schepping een oorspronkelijkheid kunnen verlenen. Dergelijke keuzes kunnen onder meer tot uitdrukking komen in grammaticale, lexicale, literaire en stilistische keuzen. De kritische publicatie kan in zijn een geheel een beschermd werk vormen, zodat niet per onderdeel hoeft te worden bepaald welke delen (zoals de oorspronkelijke tekst, commentaren, kritische noten of toelichtingen) onder auteursrechtelijke bescherming vallen, maar de publicatie als geheel beschermd kan zijn indien zij voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar is. Dit laat onverlet dat het werk tot het publieke domein blijft behoren en verleent de auteur van de kritische publicatie geen exclusief recht op dat werk.
IEPT20260115, HvJEU, Bluechip v ZPÜ
Privékopieheffing bij verkoop van opslagmedia aan professionele eindafnemers toegestaan. Artikel 5(2)(b) Auteursrechtrichtlijn verzet zich er niet tegen dat lidstaten een weerlegbaar vermoeden invoeren dat dergelijke opslagmedia door natuurlijke personen voor privékopieën en zonder enig commercieel oogmerk worden gebruikt. Voldaan moet zijn aan twee cumulatieve voorwaarden: (i) dat sprake is van praktische moeilijkheden bij identificatie van de eindgebruiker en het gebruiksdoel die deze regeling rechtvaardigen en; (ii) dat voorzien moet worden in een vrijstellingsregeling of, bij gebreke daarvan, in een recht op daadwerkelijke terugbetaling.