2025 Auteursrecht
Print this pageIEPT20251218, HvJEU, SACD
Unierecht verzet zich niet tegen een nationaal ontvankelijkheidsvereiste dat alle medehouders van het auteursrecht op een gemeenschappelijk werk in het geding worden geroepen, mits die voorwaarde de betrokken procedure niet onnodig ingewikkeld of kostbaar maakt. Een dergelijke ontvankelijkheidseis valt in beginsel onder de procedurele autonomie van de lidstaten, omdat de Unierechtelijke bepalingen niet voorschrijven op welke wijze rechtsmiddelen moeten worden uitgeoefend in geval van medehouderschap van een auteursrecht. De nationale rechter moet waarborgen dat het in artikel 47 van het Handvest vastgelegde recht op een doeltreffende voorziening in rechte wordt geëerbiedigd en moet zo nodig de betrokken nationale bepalingen buiten toepassing laten.
IEPT20251202, Hof Arnhem-Leeuwarden, Coöperatie Samen Zorgzaam v bestuurder/Managementfocus
Constructie met licentievergoeding voor handelsnaam dient om Wnt-norm te omzeilen. De bestempeling van een deel van de managementvergoeding als licentievergoeding diende slechts om te ontkomen aan de maximum bezoldigingsregels van de Wet normering topinkomens (Wnt). De bestuurder heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door via deze constructie een hogere bezoldiging te laten betalen dan volgens de Wnt-norm was toegestaan. Een intern besluit van de coöperatie kan het omzeilen van een wettelijke norm niet sauveren. Het teveel betaalde bedrag (€704.555,54) is onverschuldigd betaald. De bestuurder en Managementfocus zijn daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. De coöperatie maakte vanaf 2016 rechtmatig gebruik van de handelsnaam Palliaterm.
IEPT20250805, Hof Amsterdam, Ronnie Flex v Top Notch
Artiestenovereenkomst met aanspraak op drie toekomstige albums en eeuwigdurend exploitatierecht is niet in strijd met artikel 25f(1) Aw. Geen sprake van onvoldoende bepaalde looptijd in de zin van artikel 25f(1) Aw indien het aantal werken en de termijnen waarbinnen daarop aanspraak kan worden gemaakt voldoende zijn begrensd, ook al bestaat bij het aangaan geen zekerheid over het moment waarop deze zal eindigen. Geen sprake van onredelijk lange looptijd in de zin van 25f(1) Aw. Geen sprake van een onredelijk bezwarende looptijd bij een eeuwigdurend exploitatierecht indien dat recht betrekking heeft op een begrensd aantal werken dat binnen een voldoende afgebakende periode moet worden vervaardigd en de artiest deelt in de exploitatieopbrengsten. Artikel 25f(1) Aw ziet op de periode waarin aanspraak bestaat op exploitatie van toekomstige werken en niet op de periode waarin reeds tot stand gebrachte werken mogen worden geëxploiteerd. Bovendien rust op een exploitant geen mededelingsplicht om een artiest te wijzen op de mogelijkheid juridische bijstand in te schakelen indien de overeenkomst en algemene voorwaarden duidelijk zijn, de artiest wordt bijgestaan door een manager en geen onduidelijkheid over de inhoud van de overeenkomst kenbaar maakt.
IEPT20250710, HvJEU, UPFR v DADA Music
Unierecht verplicht niet tot een forfaitaire minimumvergoeding voor fonogramproducenten. Uit artikel 8 lid 2 van de Verhuurrichtlijn 2006/115 en artikel 16 lid 2 van de Richtlijn collectief beheer 2014/26 volgt niet dat lidstaten rechthebbenden een forfaitaire minimumvergoeding moeten garanderen. Deze bepalingen beogen juist te waarborgen dat rechthebbenden een vergoeding ontvangen die verband houdt met de economische waarde van het gebruik, waarbij de begrippen „billijke vergoeding” en „passende vergoeding” uniform moeten worden uitgelegd. Lidstaten hebben een ruime beoordelingsmarge bij het vaststellen van criteria voor die vergoeding, maar moeten daarbij Unierecht en het Handvest respecteren. Nationale rechter moet billijkheid en passendheid van vergoeding toetsen. Die toets vergt dat wordt gezocht naar een passend evenwicht tussen het belang van rechthebbenden en het belang van gebruikers, dit vereist dat hij onder meer rekening houdt met: de economische waarde van het gebruik in het handelsverkeer, de aard en reikwijdte van het gebruik en de waarde van de door de collectieve beheerorganisatie verleende dienst. In een geschil tussen particulieren kan een nationale rechter een nationale wet niet op grond van een richtlijn buiten toepassing laten, tenzij het nationale recht daarin zelf voorziet. Als gevolg van het feit dat richtlijnen geen verplichtingen kunnen opleggen aan particulieren en horizontale rechtstreekse werking missen.
IEPT20250603, Hof Amsterdam, VAAAM v EEN Media c.s.
Vaaam heeft onvoldoende onderbouwd dat zij bevoegd is vorderingen tot handhaving namens auteursrechthebbenden in te stellen. Een vordering tot staking van auteursrechtinbreuk is een vordering tot handhaving van auteursrechten waarop artikel 4 Handhavingsrichtlijn van toepassing is. Vaaam kan zich niet beroepen op volmachten die voorzien in het instellen van een gerechtelijke procedure in the name of the client, nu zij de procedure op eigen naam aanhangig heeft gemaakt. Door Vaaam is dus onvoldoende gesteld dat zij de onderhavige vordering tot handhaving heeft ingesteld namens de auteursrechthebbenden zodat zij in deze vordering niet-ontvankelijk is.
IEPT20250513, Hof, Amsterdam, Edicola
Geen auteursrechtinbreuk door auteur bij uitgave in eigen beheer van deel 3 van hondenboekenreeks. Het hof oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat vormgever in opdracht van uitgever maker is van de kaften. Het hof oordeelt dat uitgever noch heeft onderbouwd welke keuzes zij heeft gemaakt voor het formaat, de indeling, de opmaak en de typografie om te komen tot het binnenwerk, noch dat die zodanig van aard zijn dat het resultaat als een auteursrechtelijk beschermd werk moet worden aangemerkt waarvan de uitgever de maker is. Beroep op inbreuk auteursrecht eerdere hondenboeken faalt eveneens omdat niet is onderbouwd welke (combinatie van) elementen maakt dat het ontwerp als werk heeft te gelden en waarom het ontwerp van deel 3 daarop inbreuk maakt. Uitgaveovereenkomst en non-concurrentie: Geen tekortkoming in nakoming van de uitgave-overeenkomsten door uitgever. Uitgave-overeenkomsten bevatten geen bepaling die uitgever verbiedt boeken uit te geven over hetzelfde onderwerp van die reeks.
IEPT20250429, Hof Den Haag, Import v Mandwerk
Geen auteursrechtelijke bescherming voor vierkante gevlochten bloemenhuls van grijs rotan: (Ook de combinatie van) vierkante vorm, grijs rotan en standaard vlechtmethode is banaal, standaard en berust niet op een creatieve keuze. Het achterwege laten van de bodem is een idee. Dat een idee en de uitvoering daarvan nieuw en/of uniek zijn betekent nog niet dat de uitvoering van dat idee voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Geen sprake van onrechtmatig handelen door slaafse nabootsing. Geen eigen gezicht op de markt, afgezien van het ontbreken van de bodem. Bovendien kan niet redelijkerwijs worden verlangd dat wordt afgezien van het gebruik van rotan in de kleur grijs of dat wordt gekozen voor een andere vlechtmethode of vorm voor een bloemenhuls.
IEPT20250416, Rb Den Haag, Biosensor v Biotensor
Biosensor auteursrechtelijk beschermd: elementen zijn uiting van persoonlijke voorkeuren en creatieve keuzes. Gedaagde onvoldoende onderbouwd dat Biosensor uit louter technische elementen bestaat. Biotensor I maakt inbreuk op Biosensor: kenmerkende vormgevingselementen van de Biosensor komen terug in het ontwerp van de Biotensor I. Biotensor II maakt inbreuk op Biosensor: de verschillen tussen de Biosensor en Biotensor zijn van ondergeschikte aard. Geen dwangsommen onthoudingsverklaring verbeurd: onthoudingsverklaring ziet enkel op Biotensor I en Biotensor II wijkt op bepaalde punten af van de Biotensor I.
IEPT20250415, Hof Arnhem-Leeuwarden, Beukenhorst v Royal Tableware
Auteursrechtinbreuk op Alta-koffiekopjes van Royal Tableware door Beukenhorst c.s. Leveringsproblemen bij de oorspronkelijke leverancier leveren daarvoor geen rechtvaardiging op. Ook het afnemen, uitstallen en als relatiegeschenk presenteren van de imitatiekopjes zijn inbreukmakende handelingen. Gederfde winst als gevolg van auteursrechtinbreuk onvoldoende door Royal Tableware toegelicht. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten dat Beukenhorst Kaffee, het inbreukmakende handelen weggedacht, bij [naam1] /Royal Tableware koffiekopjes zou hebben besteld, laat staan de omvang waarvoor nu gederfde winst wordt gevorderd.Verlies aan exclusiviteit onvoldoende onderbouwd naast vergoeding gederfde winst. In beginsel is de waarde van de exclusiviteit van een auteursrecht verdisconteerd in de vergoeding van gederfde winst. Royal Tableware heeft onvoldoende onderbouwd dat zij aanvullende schade heeft geleden door verlies van exclusiviteit of reputatieschade. Geen garantie dat nagemaakte Alta-kopjes vrij waren van rechten van derden. De mededeling van Baten dat op het koffiekopje geen modelrecht rustte, betekent niet dat zij daarmee heeft gegarandeerd dat het kopje geheel rechtenvrij zou zijn of dat Beukenhorst c.s. daarvan gerechtvaardigd mochten uitgaan. Geslaagd beroep op dwaling brengt niet mee dat de wederpartij schadeplichtig wordt. Daarvoor is een specifieke rechtsgrond vereist.
IEPT20250311, Hof Arnhem-Leeuwarden, UU
Voor een aantal grieven geen spoedeisend belang: onvoldoende duidelijk gemaakt waarom de oprichting van een stichting en het overleggen van informatie niet in een bodemprocedure kan worden behandeld of vanwege inhoudelijke gronden behandeld zou moet worden. Opdrachtnemer heeft geen gemeenschappelijk auteursrecht op de werken uit het SLO-project of op de aangepaste ASQ4-vragenlijst (art. 26 Aw): opdrachtnemer heeft onvoldoende duidelijk gemaakt wat haar eigen werken zijn in het SLO-project. Voor zover de werkzaamheden vóór het SLO-project niet onder het werkgeversauteursrecht vallen, zijn deze alsnog verricht onder toeziend oog van een hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, waardoor op grond van artikel 6 Aw het auteursrecht toekomt aan de Universiteit. Beroep op art. 4 Aw faalt: opdrachtnemer heeft niet vermeld op welke auteursrechtelijk beschermde werken haar naam of die naam van de directrice is vermeld. Opdrachtnemer geen medeproducent van de databankgegevens: opdrachtnemer heeft weliswaar een bijdrage geleverd aan de databank, maar de werkzaamheden zagen niet op inrichting en het beheer van de databank. Universiteit heeft privacy t.o.v. van deelnemende partijen aan het SLO-project niet geschonden: Universiteit is gerechtigd de toestemmingsbrieven van deelnemers te bewaren en verwerken. Uit de brieven kan niet worden afgeleid dat opdrachtnemer de brieven zou bewaren. Dat de naam van opdrachtnemer onder deze brieven stond doet daar niet aan af. Daarnaast heeft de Universiteit noodzakelijke waarborgen getroffen ten aanzien van de verkregen informatie.
IEPT20250305, Rb Den Haag, Pace v Mojo en Buma
Geen schadevergoeding ter hoogte van gefactureerde licentievergoeding voor PACE die optreedt namens auteursrechthebbenden: het innen van die licentievergoedingen namens de rechthebbenden kan niet worden gedaan door PACE, omdat zij in Nederland zonder toestemming van de minister niet bevoegd is (artikel 30a lid 4 Aw). Verlaging advocatenkosten MOJO: geen gedetailleerde opgave overgelegd.
IEPT20250219, Rb Oost-Brabant, eisers v Eindhoven Airport
Beroep persoonlijkheidsrechten en verbod op bouw nieuwe hal Eindhoven Airport afgewezen. De nieuwe entreehal tast de bestaande terminal niet zodanig aan dat dit een schending van artikel 25 lid 1 sub d Aw vormt. De kenmerkende onderdelen blijven zichtbaar en de wijzigingen zijn minimaal. Beroep op lid c faalt eveneens: Eindhoven Airport heeft een legitiem belang bij uitbreiding en [eisers] zijn in eerdere fases op de hoogte van de plannen, maar hebben hier niet actief op gereageerd.
IEPT20250129, Rb Rotterdam, GetGlitterBaby v Glitter Work!
Gedaagde mocht gezichtsglitters en gezichtsjuwelen niet onder dezelfde EAN-codes als die van eiseres aanbieden. Nu hij geen identieke producten verkocht was dit op grond van de regels van bol.com niet toegestaan. Geen merkinbreuk. Gedaagde gestopt met aanbieden van glitterproducten voordat merk eiseres is ingeschreven. Gedaagde is een redelijke vergoeding als bedoeld in artikel 2.21 lid 6 BVIE verschuldigd aan eiseres. Gedaagde heeft in periode voor merkrecht handelingen verricht die na verkrijging van het merkrecht als merkinbreuk worden beschouwd. Gedaagde heeft afbreuk gedaan aan de herkomstfunctie van het merk. Inbreuk auteursrecht. Foto’s van eiseres geüpload in de advertenties. Oneerlijke handelspraktijken en misleidende reclame. Gedaagde verstrekte met EAN-codes en advertenties van eiseres feitelijk onjuiste en misleidende informatie over de producten die hij verkocht. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en/of winstafdracht op te maken bij staat en tot betaling van de proceskosten.
IEPT20250114, Hof Arnhem-Leeuwarden, Woodstacker
Openbaarmaking van afbeeldingen van module vormt schending van de ge- en verboden uit het vonnis (IEPT20170510) waardoor maximum waardoor van € 75.000,- aan verbeurde dwangsommen is bereikt: ontbreken van zichtbare glazen balkons geven geen andere totaalindruk. Schending waarheidsplicht art. 21 Rv met als gevolg extra punt in liquidatietartief: geen inhoudelijke reactie op (onderbouwde) stelling dat medische verklaring is vervalst.