2026 Auteursrecht

Print this page

IEPT20260430, HvJEU, GEMA v VHC 2 Seniorenresidenz
Geen ‘mededeling aan het publiek’ bij wederdoorgifte van omroepprogramma’s via intern kabelnetwerk van bejaardenhuis. De gelijktijdige, volledige en ongewijzigde wederdoorgifte van televisie- en radioprogramma’s via het interne kabelnetwerk van een bejaardenhuis naar de kamers van bewoners vormt geen “mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3(1) Auteursrechtrichtlijn 2001. Geen sprake van een “specifieke technische werkwijze”, omdat de exploitant enkel het via een satellietantenne ontvangen signaal intern doorgeeft via het kabelnetwerk van het bejaardenhuis. Evenmin sprake van een “nieuw publiek”, omdat de bewoners permanent in het tehuis verblijven en als bezitters van ontvangsttoestellen uitzendingen in hun privésfeer ontvangen, zodat zij behoren tot het publiek waarmee rechthebbenden reeds rekening hielden bij de oorspronkelijke uitzending. Dat het bejaardenhuis met winstoogmerk wordt geëxploiteerd, is “niet bepalend” voor de kwalificatie als “mededeling aan het publiek”. Een dergelijke uitleg voorkomt dat auteursrechthebbenden een “onverschuldigde beloning” ontvangen, terwijl zij reeds een passende vergoeding hebben ontvangen voor de oorspronkelijke uitzending. 

 

IEPT20260416, HvJEU, SONT v HP
Offline streaming copy valt niet onder de thuiskopie-exceptie en geeft geen recht op thuiskopievergoeding. De beschikbaarstelling van een offline streaming copy door een streamingdienst op verzoek van een gebruiker vormt een beschikbaarstelling van een werk voor het publiek in de zin van artikel 3(1) Auteursrechtrichtlijn 2001. Dit kwalificeert daarmee niet als een reproductiehandeling in de zin van artikel 2 Auteursrechtrichtlijn 2001, zodat zij ook niet onder de thuiskopie-exceptie van artikel 5(2)(b) van die richtlijn kan vallen. Daarbij is beslissend dat de gebruiker pas toegang krijgt tot het werk nadat de aanbieder een kopie heeft gemaakt, zodat die kopie niet door die gebruiker wordt vervaardigd en de bron van de kopie in handen is van de aanbieder en niet van de gebruiker; En dat de rechthebbende door technische voorzieningen de controle behoudt en de toegang zo nodig kan blokkeren. Onder die omstandigheden is geen sprake van schade als gevolg van ongecontroleerd kopiëren, maar van een door de rechthebbende toegestane en gecontroleerde exploitatie, zodat geen billijke compensatie verschuldigd is en het bestaan van een licentievergoeding hieraan niet afdoet.

 

IEPT2026414, HvJEU, Pelham II
Pastiche-exceptie vormt geen vangnetclausule voor ieder creatief hergebruik maar vereist herkenbare artistieke of creatieve dialoog met bestaand werk dat een of meer bestaande werken oproept maar daarmee merkbare verschillen vertoont en auteursrechtelijk beschermde kenmerkende elementen gebruikt om met die werken een artistieke of creatieve dialoog aan te gaan die als zodanig herkenbaar is. Die artistieke of creatieve dialoog kan verschillende vormen aannemen, waaronder een stijlimitatie, een eerbetoon of een humoristische of kritische confrontatie. Daarbij is het mogelijk dat pastiche een uiting is van humor of spot, maar dit is niet noodzakelijk. Openlijk gebruik is vereist, zodat verborgen imitatie of plagiaat niet onder het begrip valt. Derhalve kan sampling onder de pastiche-exceptie vallen wanneer de sample wordt gebruikt voor een werk dat voldoet aan deze vereisten. Voor toepassing van de pastiche-exceptie volstaat dat de aard als pastiche objectief herkenbaar is voor een persoon die bekend is met het oorspronkelijke werk. Niet vereist dat wordt vastgesteld dat de gebruiker het voornemen had een pastiche te maken. 

 

IEPT20260325, Rb Amsterdam, Goldbergh v Lidl
Geen auteursrecht Bombardino 22/23. De afzonderlijke elementen zijn grotendeels technisch bepaald of banaal en daarom op zichzelf niet auteursrechtelijk beschermd. Ook de combinatie van deze elementen geen oorspronkelijk werk, onvoldoende toegelicht welke vrije en creatieve keuzes daarin tot uitdrukking komen en hoe deze de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen. Geen auteursrecht Bombardino 23/24. De gestelde elementen zijn grotendeels niet als creatieve keuzes aan te merken en daarmee onbeschermd. Voor zover voor het overige sprake is van creatieve elementen, zijn deze niet (herkenbaar) overgenomen en is bovendien onvoldoende onderbouwd dat de (resterende) combinatie de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt, zodat geen sprake is van een beschermd werk of inbreuk. Dit had wel op haar weg gelegen, nu de rechtbank creativiteit niet mag veronderstellen. Geen slaafse nabootsing. Onvoldoende is komen vast te staan dat de Bombardino-jassen een eigen gezicht hebben op de markt. Dwangsom uit hoofde van ex parte bevel verbeurd. Ondanks oordeel dat geen sprake was van auteursrechtinbreuk, acht de rechtbank dat dit niet afdoet aan het belang ten tijde van het handhaven van de beschikking. Ook het zichtbaar zijn van de Crivit-jassen op een productpagina van een ander product en op de achterkant van een reclamefolder na het verstrijken van de termijn kwalificeert als openbaarmaking in de zin van het bevel. Van een grote partij mag worden verwacht dat zij organisatorisch is ingericht op tijdige naleving van een rechterlijk verbod, ook bij een korte termijn. Aanspraak op de verbeurde dwangsommen door Goldbergh levert geen misbruik van bevoegdheid op, noch is dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

 

IEPT20260319, HvJEU, G. Calinescu v HK
Kritische publicatie van een werk in het publieke domein kan auteursrechtelijk beschermd werk vormen: Mits sprake is van vrije en creatieve keuzes van de auteur die zijn schepping een oorspronkelijkheid kunnen verlenen. Dergelijke keuzes kunnen onder meer tot uitdrukking komen in grammaticale, lexicale, literaire en stilistische keuzen. De kritische publicatie kan in zijn een geheel een beschermd werk vormen, zodat niet per onderdeel hoeft te worden bepaald welke delen (zoals de oorspronkelijke tekst, commentaren, kritische noten of toelichtingen) onder auteursrechtelijke bescherming vallen, maar de publicatie als geheel beschermd kan zijn indien zij voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar is. Dit laat onverlet dat het werk tot het publieke domein blijft behoren en verleent de auteur van de kritische publicatie geen exclusief recht op dat werk.