(b) Verhuur- of uitleenrecht
Print this pageRechtspraak Naar handboek IE-Beginselen
Hof van Justitie EU
Exclusief distributierecht fonogrammenproducent - Verhuurrichtlijn. Begrip “kopie” van artikel 9(1)(b) Verhuurrichtlijn dient blijkens de preambule daarvan op een wijze te worden uitgelegd die strookt met uitleg uit Overeenkomst van Genève. Sprake van “kopie” indien het gehele andere fonogram of een wezenlijk gedeelte daarvan is overgenomen.
IEPT20161110, HvJEU, VOB v Stichting Leenrecht
Uitlening in de zin van artikel 6 lid 1 Verhuurrichtlijn omvat mede de uitlening van een digitale kopie van een boek, conform “one copy - one use”, zodanig dat tijdens de uitleenperiode slechts één kopie kan worden gedownload en de door deze gebruiker gedownloade kopie na afloop van die periode door hem niet meer kan worden gebruikt. Lidstaat mag voorwaarde stellen dat de digitale kopie van het boek in het verkeer is gebracht door eerste verkoop of andere eigendomsovergang door of met toestemming van de houder. Geen toelaatbare uitlening van een kopie uit illegale bron.
IEPT20110630, HvJEU, VEWA v België
Leenrechtvergoeding dient rekening te houden met aantal uitleningen: Artikel 5, lid 1, van richtlijn 92/100/EEG van de Raad van 19 november 1992 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom, verzet zich tegen een wettelijke regeling als die in het hoofdgeding, die een stelsel invoert waarbij de vergoeding die bij openbare uitlening aan de auteurs verschuldigd is uitsluitend wordt berekend op basis van het aantal in de openbare instellingen ingeschreven leners en een per jaar per lener vastgesteld forfaitair bedrag.
Hoge Raad
IEPT20121123, HR, Stichting Leenrecht v VOB
Verlenging van uitlening geen nieuwe uitlening. Uitlening Unierechtelijk begrip. Niet van belang of verlenging uitlening een openbaarmaking is. Verlenging uitlening hoeft niet tot hogere vergoeding te leiden. Ruime beoordelingsmarge lidstaten bij vaststelling vergoedingensysteem. Volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv: tijdig opgegeven en gespecificeerd; bij repliek gelegenheid gehad om te betwisten
IEPT19871120, HR, Stemra v Free Record Shop
Uitputting auteursrecht bij in verkeer brengen grammofoonplaat
IEPT19531218, HR, Polak v De Muinck
Openbaarmakingsrecht ziet op elk exemplaar der oplage; geen uitputting door openbaarmaking een of meer verveelvoudigingen.
IEPT19520125, HR, Leesportefeuille
Opnemen van in druk verschenen uitgaven in leesportefeuille geen auteursrechtelijke openbaarmaking.
Rechtbanken
IEPT20171004, Rb Den Haag, Stichting Leenrecht v GGNB
Uitleningen door GGNB zijn te kwalificeren als uitleningen in de zin van artikel 12 Aw en GGNB is leenvergoeding aan Stichting Leenrecht verschuldigd. De bibliotheek van de kerkelijke organisatie is een voor het publiek toegankelijke instelling. Naar het oordeel van de rechtbank brengt het voorgaande mee dat het begrip ‘publiek’ in artikel 2 lid 1, aanhef en onder 2, Lrl 2006 en artikel 12 lid 3 Aw ruim moet worden uitgelegd. Een andere uitkomst is niet verenigbaar met het uitgangspunt van een hoge bescherming van de auteurs en de toekenning van een passende uitleenvergoeding als (wettelijke) uitzondering op de hoofdregel van een verbodsrecht voor de auteur. Een instelling is alleen dan niet-toegankelijk voor het publiek wanneer sprake is van een persoonlijke verhouding tussen de leden van de groep aan wie uitlening plaatsvindt en de uitlenende ‘instelling’, zoals bij uitlening aan particulieren in de privésfeer. Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. Van de personen die toegang hebben tot de bibliotheek kan niet worden gezegd dat zij tot een private groep behoren, zoals een familie- of nabije kennissenkring, en is – gezien het aantal personen dat in potentie toegang heeft tot de bibliotheek (de ruim 3600 leden van GGNB) – sprake van een vrij groot aantal personen. Het gaat ook om een substantieel aantal uitleningen. GGNB heeft onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat de personen die toegang hebben tot de bibliotheek onderling dan wel met de (exploitant van) de bibliotheek, allemaal een persoonlijke band hebben die gelijk te stellen is aan die van een familie- of nabije kennissenkring. Onvoldoende is het standpunt van GGNB dat zij een strikt toelatingsbeleid hanteert en dat haar leden een hechte gemeenschap vormen, omdat dit, wat daarvan verder ook zij, niet betekent dat de leden een familieband hebben of een nabije kennissenkring vormen. De door hen gedeelde gemeenschappelijke levens- en/of godsdienstige overtuiging maakt dit niet anders.
De GGNB kan geen beroep doen op de vrijstelling voor onderwijsinstellingen van artikel 15c lid 2 Aw. GGNB heeft nog een beroep gedaan op de vrijstelling voor onderwijsinstellingen van artikel 15c lid 2 Aw, omdat, naar zij aanvoert, uitleningen door de bibliotheek gelijk moeten worden gesteld aan uitleningen door een schoolbibliotheek. De vraag of de bibliotheek kan worden vrijgesteld van de betaling van leenvergoeding beantwoordt de rechtbank ontkennend. Het op artikel 6 lid 3 Lrl 2006 gebaseerde artikel 15 lid 2 Aw, dat een uitzondering maakt op artikel 15 lid 1, eerste volzin, Aw moet eng worden uitgelegd . Artikel 15c lid 2 Aw moet zo worden opgevat dat enkel een instelling waarbij onderwijs (of onderzoek) de enige activiteit is, moet worden aangemerkt als een van vergoeding vrijgestelde instelling. Het kan niet worden volgehouden dat onderwijs of onderzoek de enige activiteit van GGNB is. GGNB organiseert weliswaar catechetisch onderwijs en onbetwist is dat van de GGNB een school uitgaat, maar zo dit al betekent dat de school is aan te merken als dezelfde rechtspersoon – dit is gesteld noch gebleken - houdt GGNB zich, naar zij zelf stelt, in de eerste plaats bezig met andere kerkelijke activiteiten.
IEPT20170111, Rb Den Haag, SENA v NederlandFM
Dat er geen aanwijzingen zijn, althans deze heeft SENA niet aangevoerd, dat de Nederlandse wetgever meer heeft willen doen dan richtlijngetrouw de Vrl te implementeren en heeft beoogd een ruimere bescherming van houders van naburige rechten te bieden dan in de Vrl voorzien.
IEPT20150401, Rb Den Haag, VOB v Stichting Leenrecht
Prejudiciële vragen aan het HvJEU over of het uitlenen van e-books onder het leenrecht valt en of sprake kan zijn van uitputting en eigendomsoverdracht.