Collectief beheer
Print this pageRechtspraak
Hof van Justitie
IEPT20250710, HvJEU, UPFR v DADA Music
Unierecht verplicht niet tot een forfaitaire minimumvergoeding voor fonogramproducenten. Uit artikel 8 lid 2 van de Verhuurrichtlijn 2006/115 en artikel 16 lid 2 van de Richtlijn collectief beheer 2014/26 volgt niet dat lidstaten rechthebbenden een forfaitaire minimumvergoeding moeten garanderen. Deze bepalingen beogen juist te waarborgen dat rechthebbenden een vergoeding ontvangen die verband houdt met de economische waarde van het gebruik, waarbij de begrippen „billijke vergoeding” en „passende vergoeding” uniform moeten worden uitgelegd. Lidstaten hebben een ruime beoordelingsmarge bij het vaststellen van criteria voor die vergoeding, maar moeten daarbij Unierecht en het Handvest respecteren. Nationale rechter moet billijkheid en passendheid van vergoeding toetsen. Die toets vergt dat wordt gezocht naar een passend evenwicht tussen het belang van rechthebbenden en het belang van gebruikers, dit vereist dat hij onder meer rekening houdt met: de economische waarde van het gebruik in het handelsverkeer, de aard en reikwijdte van het gebruik en de waarde van de door de collectieve beheerorganisatie verleende dienst. In een geschil tussen particulieren kan een nationale rechter een nationale wet niet op grond van een richtlijn buiten toepassing laten, tenzij het nationale recht daarin zelf voorziet. Als gevolg van het feit dat richtlijnen geen verplichtingen kunnen opleggen aan particulieren en horizontale rechtstreekse werking missen.
Collectieve beheersorganisaties mogen vrijstellingen en terugbetalingen toekennen wanneer dit gebeurt op basis van objectieve criteria die geen ruimte laten voor een beoordelingsmarge en tegen dergelijke besluiten onafhankelijk openstaat: een nationale regeling die bepaalt dat de toekenning van vrijstellingscertificaten en terugbetalingen tijdig moet gebeuren op basis van objectieve criteria die geen beoordelingsmarge laten aan de rechtspersoon kan voldoen aan de vereisten van artikel 5 lid 2 onder b). Om elk risico van partijdigheid van een rechtspersoon bij toekenning van vrijstellingscertificaten en terugbetalingen te vermijden moet tegen besluiten van deze rechtspersoon tot weigering van toekenning beroep kunnen worden ingesteld bij een onafhankelijke instantie. Collectieve beheersorganisaties mogen inzage vragen in de gegevens die nodig zijn voor de uitoefening van de controlebevoegdheden: de rechtspersoon en de beheerorganisaties zijn wel verplicht tot geheimhouding van gegevens voor zover die vertrouwelijk kunnen zijn.
IEPT20210121, HvJEU, UCMR-ADA v Asociatia Culturala Suflet de Roman
Houder van auteursrechten op muziekwerken verricht een dienst onder bezwarende titel in de zin van de btw-richtlijn: er is sprake van een rechtsbetrekking waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld en royalty’s vormen daadwerkelijke tegenprestatie voor de dienst. Organisatie voor collectief beheer is belastingplichtige in de zin van artikel 28 van de btw-richtlijn: in onderhavig geval is collectief beheer verplicht, kunnen exclusieve vermogensrechten niet worden overgedragen aan de organisatie, is de organisatie verplicht om niet-exclusieve licenties te verlenen en zal de verleende toestemming bedragen omvatten die de organisatie op eigen naam maar voor rekening van de auteursrechthebbenden ontvangt.
Hoge Raad
IEPT20240301, HR, Buma-Stemra v ABMD
Oordeel hof (IEPT20220524) dat ongelijkheid voor de AMBD-leden tot een nadeel leidt of kan leiden bij de mededinging in de zin van artikel 102 onder c VWEU, onvoldoende zorgvuldig onderbouwd: oordeel geeft geen blijk van een analyse van alle relevante omstandigheden als voorgeschreven in de rechtspraak van HvJEU. Het hof ten onrechte nagelaten het cijfermatig onderbouwde betoog van Buma/Stemra -dat concurrentienadeel ontbreekt- te betrekken in het oordeel.
Rechtbanken
IEPT20250305, Rb Den Haag, Pace v Mojo en Buma
Geen schadevergoeding ter hoogte van gefactureerde licentievergoeding voor PACE die optreedt namens auteursrechthebbenden: het innen van die licentievergoedingen namens de rechthebbenden kan niet worden gedaan door PACE, omdat zij in Nederland zonder toestemming van de minister niet bevoegd is (artikel 30a lid 4 Aw). Verlaging advocatenkosten MOJO: geen gedetailleerde opgave overgelegd.
IEPT20220216,Rb Den Haag, Thuiskopie v AK Trading
Of AK-trading recht heeft op restitutie of verrekening wegens export dient AK te bewijzen: Verwijzing naar/overlegging van btw-aangiftes is onvoldoende om aan opgaveverplichting te voldoen.
IEPT20220202, Rb Midden-Nederland, Brein v Ziggo
Ziggo hoeft geen waarschuwingsbrieven door te sturen naar klanten ter bestrijding van BitTor-rent: Ziggo heeft geen verwerkingsgrondslag voor het verwerken van de strafrechtelijke persoonsgegevens. Wanneer Ziggo wel over de juiste de vereiste vergunning beschikt is zij gehouden de waarschuwingsbrieven door te sturen: toetsingskader Lycos van toepassing.