4 - Rechthebbende naburig recht

Print this page

Rechtspraak                                                                                                Naar handboek IE-Beginselen

 

Hof van Justitie EU

 

IEPT20250306, HvJEU, Nationaal Orkest van België
De exploitatierechten van uitvoerend kunstenaars van de Auteursrechtrichtlijn 2001/29 en de Verhuurrichtlijn 2006/115 verzetten zich tegen een nationale regeling waarbij de naburige rechten van onder een administratiefrechtelijk statuut aangeworven uitvoerende kunstenaars voor de prestaties die zij in het kader van hun opdracht in dienst van die werkgever verrichten, zonder hun voorafgaande toestemming bij regelgeving worden overgedragen om door die werkgever te worden geëxploiteerd. 

 

Hoge Raad

 

IEPT20211217, HR, Martin Garrix v Spinnin

Fonogrammenproducent: Bij uitleg van begrip ‘fonogrammenproducent’ gaat het, conform de verschillende toepasselijke verdragsbepalingen,  om de persoon die de organisatie van de eerste opname op zich neemt en die daarvoor de financiële verantwoordelijkheid heeft.

 

IEPT20200717, HR, AMP v Sena 

Exclusieve vaststellingsbevoegdheid SENA inzake billijke vergoeding van artikel 7 WNR.  Op grond van artikel 15(1) Wnr komt niet alleen de bevoegdheid tot inning en verdeling van de billijke vergoeding ex artikel 7 Wnr, maar ook de bevoegdheid tot vaststelling daarvan exclusief toe aan Sena.

 

Gerechtshoven

 

IEPT20191224, Hof Arnhem-Leeuwarden, Spinnin v Martin Garrix
Garrix naast maker ook als uitvoerend kunstenaar aangemerkt: Het hof is van oordeel dat de rol van een geluidsproducer die de opname van de uitvoering van een ander verzorgt, een andere is dan de rol van een deejay als [geïntimeerde] die zijn eigen muziek uitvoert. Daarbij geldt dat bij bepaalde typen muziek (zoals EDM) het moment van componeren en uitvoeren zeer wel kan samenvallen. In zijn oordeel betrekt het hof dat ook in de praktijk niet wordt getwijfeld aan de hoedanigheid van deejays (zoals [geïntimeerde]) als uitvoerend kunstenaar. Ook door Sena en de belastingdienst worden deejays als uitvoerend kunstenaars beschouwd.
Garrix is fonogrammenproducent in de zin van de wet naburige rechten: nam initiatief en was verantwoordelijk voor eerste opname.

 

IEPT20191017, Hof Den Haag, Credits filmproducer
Afgesproken dat appellant de co-producer en ‘in association with’ credits alleen krijgt indien hij in totaal € 2.000 inlegt. Inleg niet betaald en jarenlang geweigerd, inleg niet meer nodig.

 

IEPT20180911, Hof Den Haag, Tee Set
Appellant kan zich t.a.v. vorderingen tegen [B] niet op in gezag van gewijsde gaan van 1998-vonnis beroepen: dat stelling van [B] dat hij (mede) gerechtigd is tot de fonogrammenproducentenrechten als onvoldoende onderbouwd is gepasseerd impliceert niet het tegendeel. Appellant rechthebbende op fonogrammenproducentenrechten Tee Set oeuvre: beroep [B] op gezag van gewijsde 1976-vonnis faalt, omdat in dat vonnis niets is beslist over wie fonogrammen heeft geproduceerd en achteraf dragen deel van kosten eerste opname leidt niet tot gevolgtrekking dat [B] (mede- )producent van de fonogrammen is. Wel gezag van gewijsde 1998-vonnis inzake eigen vorderingen van [B] (er werd geoordeeld dat [B} geen fonogrammenproducentenrecht heeft): beroep op 1976-vonnis gaat niet op, nu daar in de 1998-zaak geen succesvol beroep op is gedaan. [B] geen auteursrechthebbende op Tee Set-oeuvre: heeft niet als componist of tekstdichter bijgedragen aan oeuvre, beroep op 1976-vonnis faalt, omdat daarin enkel is geoordeeld dat [B] recht heeft op 1/6 van de inkomsten. Appellant niet de volledige en enige rechthebbende van de muziekuitgaverechten: erkend dat er bij veel werken mede-auteurs waren naast [T] en appellant alleen aandeel van [T] heeft verworven. 

 

IEPT20100504, Hof Amsterdam, Koelewijn cs v Sena
Geluidsproducer geen fonogrammenproducent: niet financieel c.q. economisch verantwoordelijk voor de opname. Geluidsproducer geen uitvoerend kunstenaar: onderscheid moet worden gemaakt tussen de uitvoering van een werk en de opname van een zodanige uitvoering: veronderstelt dat een uitvoering niet samenvalt met de opname ervan, maar daarvan losstaat en ook mogelijk is zonder die opname. Geen gezag van gewijsde voor zuiver rechtsoordeel. Rechtsverwerking. Belang ondanks eventuele overdracht van rechten.

 

Rechtbanken

 

IEPT20240724, Rb Midden-Nederland, SENA v Ziggo

Vergoedingsplicht Ziggo aan naburige rechthebbenden (via SENA) voor het uitzenden van tv-programma's waarin muziek en beeld zijn gecombineerd (synchronisaties) vervalt. Reproductiebegrip in artikel 7 WNR valt onder de werking van Atresmedia-arrest. Naburig rechthebbenden kunnen op grond van artikel 7 WNR geen billijke vergoeding van Ziggo vorderen voor de uitzending van tv-programma’s waarin (commercieel vervaardigde) muziek is verwerkt. Het in artikel 6 WNR neergelegde toestemmingsrecht voor fonogrammenproducenten kan ook niet worden ingeroepen. Het in artikel 2 WNR neergelegde recht voor de uitvoerende kunstenaars om toestemming te verlenen voor de uitzending van dergelijke tv-programma’s kan wel worden ingeroepen. Dit wordt op grond van artikel 14a WNR tegenover bijvoorbeeld kabelexploitanten collectief uitgeoefend door Sena. Aan de uitvoerende kunstenaars en fonogrammenproducenten toekomende verbodsrechten uit elkaar te trekken onwenselijk. Gezien de huidige redactie van de WNR geen andere mogelijkheid. Sena's vordering wordt toegewezen. Ziggo moet ofwel stoppen met de doorgifte of een nieuwe overeenkomst sluiten met SENA. Ziggo's tegenvorderingen en verzoek om het vonnis niet uitvoerbaar te verklaren worden afgewezen. Ziggo moet 50% van het bedrag dat zij sinds april 2022 had moeten betalen aan SENA alsnog betalen en de proceskosten.

 

IEPT20240117, Rb Amsterdam, Ronnie Flex v Top Notch

[eiser] kan niet worden aangemerkt als fonogrammenproducent: zwaartepunt van financiële verantwoordelijkheid lag bij Top Notch c.s.

 

IEPT20210309, Rb Amsterdam, Epica

Artiestenovereenkomst met Centertainment is rechtsgeldig ontbonden door Epica c.s. nu Centertainment tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Ontbinding van de overeenkomst heeft niet tot gevolg dat de naburige rechten die de uitvoerend kunstenaars in 2002 hebben overgedragen van rechtswege terugvallen op Epica Dat de naburige rechten van de fonogrammenproduct bij Certainment blijven berusten leidt tot een patstelling, onvoldoende aannemelijk dat bodemrechter zal beslissen dat er grond in om Centertainment te veroordelen tot overdracht van haar intellectuele eigendom maar een beroep van Centertainment op haar verbodsrecht zou resulteren in misbruik van recht. 

 

IEPT20191223, Rb Midden-Nederland, MCM v HFM

Vraag of MCM rechthebbende is geworden van de rechten op de track “Get Get down” op grond van een overeenkomst, die is gesloten in de Verenigde Staten tussen twee Amerikaanse partijen wordt naar Amerikaans recht beoordeeld. Alle rechten op “Get Get Down” naar Amerikaans recht exclusief en wereldwijd in 1998 overgedragen aan MCM, waardoor door [A] aan verweerster verleende licentie niet rechtsgeldig is geweest. HFM maakt inbreuk op rechten MCM door zonder toestemming reproducties te exploiteren. Verwijzing naar schadestaat.

 

IEPT20191029, Rb Gelderland, Brein

Voorshands niet vast komen te staan dat inbreuk wordt gemaakt op auteursrecht van in dagvaarding genoemde auteursrechthebbenden en dat rechten van de uitvoerend kunstenaar, de fonogrammenproducent en de filmproducent aan door Brein c.s. aangeduide rechthebbenden zijn overgedragen. Met aanbieden IPTV pakketten sprake van inbreuk op naburige rechten eisers sub 2 – 4: niet weersproken dat de IPTV pakketten toegang geven tot de programma’s zoals die door de omroeporganisaties zijn uitgezonden.

 

IEPT20170920, Rb Midden-Nederland, Spinnin Records

Eiser fonogrammenproducent van 23 tracks. Eiser verzorgde de eerste vastlegging van zijn nummers, nam het initiatief daarvoor en was daarvoor verantwoordelijk. Dit volgt al uit het feit dat de gehele opname (vastlegging) van een nummer door [eiser] zelf werd gedaan. Hij deed dat thuis op zijn eigen apparatuur en met zijn eigen instrumenten. Ook de uiteindelijke mastering van de finale versie van het nummer werd door hemzelf of op zijn kosten gedaan. Eiser droeg het financiële risico voor de eerste vastlegging. Uit het vorenstaande volgt dat [eiser] ook de investeringen voor de eerste vastlegging van zijn nummers op zich nam. Hij droeg het financiële risico daarvan. [eiser] gebruikte bij de vervaardiging en opname van zijn nummer immers eigen apparatuur en instrumenten en droeg de kosten daarvan. Ook huurde hijzelf een opnamestudio als hij die nodig had en betaalde hij derden als die een bijdrage aan een nummer leverde. Dit wordt bevestigd door artikel 3 van de productieovereenkomst 2012 en artikel 8 van de productieovereenkomst 2013, waaruit volgt dat [eiser] alle kosten die verband houden met de vastlegging van een nummer dient te dragen en Spinnin daarvoor dient te vrijwaren. De stelling van Spinnin dat de kosten die [eiser] maakte volledig werden gecompenseerd door de royalty’s die hij van Spinnin ontving, maakt dit alles niet anders. Spinnin geen (gedeeld) fonogrammenproducent. Het creatieve proces waarbij [F] van Spinnin aan heeft bijgedragen betreft niet de daadwerkelijke vastlegging van het nummer. Lage en niet riskante kosten voor vastlegging voor de vaststelling van eiser als fonogrammenproducent, niet relevant.

 

IEPT20170208, Rb Den Haag, AMP v SENA
[Eiser 2] is uitvoerend kunstenaar en componist van de opname: AMP c.s. hebben een partituur overgelegd waarin [eiser 2] als componist is genoemd en een video-opname waarin een persoon een Digital Audio Tape (hierna: DAT) met de Muziekopname afspeelt. AMP is fonogrammenproducent muziekopname “Lolly”: Uit de [B] -overeenkomst blijkt dat AMP de Muziekopname aan Tel Sell ter beschikking zou stellen voor een vaste prijs van € 3.000,- exclusief BTW (zie onder 6.8). Daarmee heeft AMP het economisch risico gedragen van de opname en is zij aan te merken als de fonogrammenproducent van de Muziekopname in de zin van artikel 1 aanhef en sub d WNR..

 

IEPT20160907, Rb Den Haag, Tee Set
[Eiser] rechthebbende op naburige rechten fonogrammenproducent Tee Set oeuvre. Bepaald in een in gezag van gewijsde gegaan vonnis uit 1998 dat rechten aan [de manager] en [bandlid 1] toekwamen en later overgedragen aan [eiser]. [Eiser] geen auteursrechthebbende van Tee Set oeuvre: Onvoldoende onderbouwd dat [bandlid 1] maker was van alle composities en teksten. Vergoeding voor exploitatie “Ma belle amie” onvoldoende onderbouwd: onduidelijk wat de grondslag van deze vordering is: het naburige recht van de fonogrammenproducent of het gestelde auteursrecht.

 

IEPT20151112, Rb Rotterdam, Younique Music v Key Music Rotterdam

Younique is fonogramproducent: aannemelijk dat Younique Music de organisatorische, financiële en commerciële verantwoordelijkheid had en heeft met betrekking tot de midi-files.