Geen directe inbreuk

Print this page

Rechtspraak                                                                                                Naar handboek IE-Beginselen
 

Hof Den Haag

 

IEPT20231128, Hof Den Haag, HE Licenties v Orchid Gardens 
Orchid Gardens maakt geen inbreuk op de werkwijzeconclusies van NL 904 en EP 287. Orchid Gardens c.s. heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de geclaimde werkwijze niet toepast en meer in het bijzonder dat, voor zover haar orchideeën een groter gat bevatten, dat gat niet wordt gevormd voordat het gat wordt onderworpen aan de kleursubstantie. 

 

IEPT20170523, Hof Den Haag, HP v Digital Revolution
Geen directe inbreuk werkwijzeconclusies door verkoop printercartridges met voor werkwijze geschikte geheugeneenheden: stappen die zien op berekening foutdetectiecodes vinden plaats in de printer en niet in geheugeneenheid cartridges Digital Revolution.

 

IEPT20161227, Hof Den Haag, HTW v Permavoid
Geen inbreukmakend gebruik kratten. Niet voldaan aan element van EP 727 dat de kratten de (complete) drukverdelende wegfundering vormen. In de daar voordoende situatie, waarbij de kratten direct op een betonnen ondergrond moesten worden aangebracht, kan naar het oordeel van het hof niet worden aangenomen dat de kratten als druk verdelende fundering fungeren. De betonnen ondervloer zal immers niet of nauwelijks vervormen door de door het verkeer uitgeoefende krachten en bovendien zelf als onderdeel van het dak ook weer een fundering vormen en hebben. Gebruik van de kratten levert geen (directe of indirecte) octrooi-inbreuk op: niet gesteld dat HTW wist of behoorde te weten dat op Maanplein een laag piepschuim moest worden aangebracht. In haar stellingen in de punten 40 en 75 PA, dat zij haar kratten uitsluitend heeft aangeboden als drainagekrat op een harde grond en dat zij niet beter wist dan dat het ging om het plaatsen van kratten op gietasfalt, ligt besloten dat HTW niet wist dat op het Maanplein een laag piepschuim moest worden aangebracht. Hoewel dat zeker in het licht hiervan op haar weg lag, heeft Permavoid niet gesteld dat HTW dit ten tijde van haar aanbod wel wist althans behoorde te weten. Het moet er daarom voor worden gehouden dat dit niet geval was. Derhalve kan niet worden gezegd dat HTW in verband met het Maanplein haar kratten heeft aangeboden voor gebruik van het geoctrooieerde (artikel 53 ROW) en- omdat zij niet wist of behoorde te weten dat het door haar aangebodene voor de geoctrooieerde toepassing bestemd en geschikt was evenmin dat zij indirecte octrooi-inbreuk heeft gepleegd (artikel 73 ROW). 

 

IEPT20160426, Hof Den Haag, Ajinomoto v GBT
Geen aan octrooihouder voorbehouden handelingen in Nederland of onrechtmatige betrokkenheid/profiteren van inbreuk.

 

IEPT20151208, Hof Den Haag, Ventraco v VWS

Executiegeschil: Voortzetting inbreuk Nederlands octrooi door via website aanbieden van RheoFalt-HP-EM op Nederlandse markt. De omstandigheid dat de pagina werd gepubliceerd onder het toplevel domain .nl en dat op de website slechts een adres en telefoonnummer van Ventraco in Nederland worden vermeld, duiden erop dat de internetpagina mede op het Nederlandse publiek was gericht. Het feit dat de pagina in het Engels is gesteld, sluit niet uit dat de pagina mede op Nederland is gericht omdat, zoals VWS als zodanig onbestreden heeft aangevoerd, het Nederlandse publiek het Engels voldoende machtig is om de inhoud van de pagina te begrijpen. Voortzetting inbreuk: niet aangegeven dat het een ‘vernieuwde versie’ betreft, productnaam is hetzelfde gebleven; begrip ‘aanbieden’ moet ruim worden uitgelegd:  aanbod kan de positie van de octrooihouder op de markt voor producten en werkwijzen die onder het octrooi vallen nadelig beïnvloeden.

 

Rechtbank Den Haag

 

IEPT20230726, Rb Den Haag, Edwards v Meril
Geen inbreuk: Edwards heeft haar inbreukvorderingen niet gebaseerd op de geldig bevonden conclusies 3, 8, 9, 10, 12 en 13 (noch op enige wel ingeroepen volgconclusie voor zover deze terugverwijst naar conclusie 3 respectievelijk 12 of 13). De conclusies waar Edwards haar inbreukvorderingen wel op heeft gebaseerd zijn nietig, zodat daarop geen inbreuk kan worden gemaakt. 

 

IEPT20191210, Rb Den Haag, Fractus v Xiaomi
Al deze omstandigheden in aanmerking nemend, zal de vakman conclusiekenmerk 1.2 op basis van de beschrijving en tekeningen in het Octrooi en zijn algemene vakkennis, naar voorlopig oordeel uitleggen in de zin dat met ‘de vorm van de stralingsarm’ wordt bedoeld de driedimensionale vorm van de stralingsarm, niet de vorm van de omtrek van een oppervlak van de stralingsarm. Die uitleg zal de vakman, als gezegd, ook bevestigd zien in de verleningsgeschiedenis van het Octrooi. Xiaomi-telefoons voldoen niet aan kenmerk 1.6  “closed loop”. Deze uitleg van kenmerk 1.2 van het Octrooi brengt mee dat de Xiaomi-telefoons niet onder de beschermingsomvang van het octrooi vallen, omdat de vorm van de stralingsarm van de antennes van de Xiaomi-telefoons niet voldoet aan kenmerk 1.6. De stralingsarmen van de Xiaomi-antennes vormen geen “closed loop”. 

 

IEPT20190925, Rb Den Haag, ASSIA v KPN en Nokia

Rechtbank kan niet vaststellen of KPN c.s. met DSLAM inbreuk maakt op conclusie 1 EP 956. Door (summiere) debat en de G.vector standaard, die tot tegenstrijdige uitkomsten leiden, kan rechtbank niet vaststellen of aan kenmerk 1.f wordt voldaan.

 

IEPT20190619, Rb Den Haag, Lilly v Fresenius
Als er geen kenbaar technisch bewuste keuze voor beperking (ten opzichte van uitvindingsgedachte) in formulering van octrooi bestaat, moet vakman niet steeds aannemen dat die beperktere formulering (dus) niet als beperking van de beschermingsopvang is op te vatten.  Gebrek aan duidelijkheid ten aanzien van inhoud/reikwijdte conclusies moet in beginsel voor rekening octrooihouder blijven. Geen ruimte voor equivalente bescherming. 

 

IEPT20190201, Rb Den Haag, ABI v Heineken

Niet onderbouwd dat additieven ervoor zorgen dat binnen- en buitenwand gelijktijdig hun respectievelijke blaastemperatuur bereiken. Integendeel, uit de door Heineken c.s. uitgevoerde zogenaamde “[vertrouwelijk]” komt naar voren dat de buitenlaag op blaastemperatuur komt terwijl de binnenlaag dat bij lange na nog niet is. Wat Heineken c.s. vervolgens doet, [vertrouwelijk]. Heineken past naar voorlopig oordeel eerder een mechanische/fysische manier toe om probleem op te lossen dan de geoctrooieerde chemische manier. Gerede kans dat bodemrechter zal oordelen dat door ABI genoemde additieven in de Brewlock dan wel de Blade van Heineken geen additieven zijn in de zin van conclusie 1 EP 486.

 

IEPT20181228, Rb Den Haag, Douwe Egberts v Belmoca
Belmio-capsule voldoet aan alle kenmerken van conclusie 1 EP 521, behalve kenmerk “plastically drawn over” (“dieptrekken”): Partijen zijn het er over eens dat de Belmio-capsule voldoet aan alle kenmerken van conclusie 1 van EP 521 behoudens kenmerk i), uitgesplitst in deelkenmerken i) i. en i) ii. Kenmerk “plastically drawn over” is essentieel kenmerk dat niet kan worden weggeïnterpreteerd uit conclusie 1 door iedere vorm van plastische vervorming als “dieptrekken” aan te merken. Wanneer conclusie 1 van EP 521 wordt bezien in het licht van de beschrijving en de tekeningen, indachtig voorts het feit dat KDE de deelkenmerken i) i) en i) ii) in de verleningsprocedure heeft toegevoegd om nieuwheidsbezwaren ten opzichte van WO 209 weg te nemen, dient die conclusie naar voorlopig oordeel zo te worden uitgelegd dat het element ‘plastically drawn over’ een essentieel kenmerk vormt dat niet kan worden weggeïnterpreteerd uit de conclusie, bijvoorbeeld door iedere vorm van plastische vervorming aan te duiden als ‘dieptrekken’. Tweede uitvoeringsvorm valt voor zover het niet gaat om “dieptrekken” maar om plastisch vervormen niet onder beschermingsomvang conclusie 1: zelfs als aangenomen zou moeten worden dat ‘dieptrekken’ in de tweede uitvoeringsvorm ook mogelijk zou zijn, kan dit niet leiden tot een uitleg van conclusie 1 waarbij van ‘plastically drawn over’ ook sprake zou zijn als er alleen plastische vervorming (‘to buckle and deform/crumple’) optreedt. Belmio-capsule maakt geen inbreuk op EP 521: handelen valt onder tweede uitvoeringsvorm, waarbij slechts sprake is van plastisch vervormen, hier komt bij dat “plastically drawn over” onduidelijk kenmerk is, wat ten nadele van octrooihouder moet komen. Voor zover “buckle/deform/curmple” met dieptrekken moet worden gelijkgesteld is conclusie 1 nietig wegens gebrek aan nieuwheid t.o.v. WO 209 of wegens gebrek aan inventiviteit t.o.v. WO 209: Als voor een ogenblik zou worden aangenomen dat ‘buckle/deform/crumple’ gelijkgesteld zou kunnen worden aan dieptrekken, dan is conclusie 1 van EP 521 naar voorlopig oordeel nietig wegens gebrek aan nieuwheid over WO 209 althans (omdat KDE de stelling van Belmoca dat de tweede uitvoeringsvorm geen aanspraak kan maken op prioriteit en WO 209 daarmee volledige stand van de techniek wordt, onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken) in het licht van WO 209 en de algemene vakkennis van de gemiddelde vakman niet inventief is en Belmoca een niet-inventieve variant van WO 209 toepast. Stelling dat WO 209 geen aluminium capsule openbaart verworpen: WO 209 spreekt over “metal” en vakman zou bekend zijn met Nespresso aluminium capsules.

 

IEPT20180801, Rb Den Haag, Nikon v ASML

Geen directe inbreuk op (kenmerk 1.6 van) EP 734 aangenomen. Onbetwist dat ASML na verleningsdatum uitsluitend nog nieuwere types NXT immersie-lithografiemachines verhandelt en vervaardigt. Betwisting ASML dat deze machines geen lichtdoorlatend materiaal volgens kenmerk 1.6 van conclusie 1 gebruiken onvoldoende weersproken. Dat het voor concurrent Nikon onmogelijk is om proefexemplaar te kopen (deze kost 80 miljoen) geen reden voor omkering bewijslast. Andere, minder kostbare en praktisch uitvoerbare bewijsvergarende middelen mogelijk, zoals het laten maken van een gedetailleerde beschrijving. Dat het niet anders kan zijn dan dat ASML lichtdoorlatende laag gebruikt wegens problemen door weglaten daarvan voldoende weerlegd door ASML. Gestelde problemen kunnen zich in theorie voordoen, maar komen in de praktijk niet voor.

 

IEPT20180221, Rb Den Haag, HE Licenties v VG Colours
Geen inbreuk op werkwijzeconclusies 1-3, 5, 6 en 10. Bij werkwijze VG Colours wordt kleurstof ingebracht in conisch gat, dat na inbrengen kleurstof met wax wordt afgesloten. Conische gat voldoet niet aan kenmerk 1.4 van NL 904. Deze opening loopt aan de binnenzijde eerst recht en naar het midden van de steel taps toe, zodat geen sprak is van een ‘definitief gat’ met een dimensie in een richting parallel aan een langsrichting van de stam die groter is dan een maximale dimensie van de opening in deze richting parallel aan de langsrichting van de stam. In de terminologie van het octrooi is het conische gat eerder aan te merken als een IH (initial hole) zoals weergegeven in figuur 2, in plaats van een definitief gat getoond in figuur 3 van EP 904. Er is op het moment van inbrengen van de kleurstof derhalve geen definitief gat gevormd in de zin van kenmerken 1.2 en 1.4, zodat niet is voldaan aan kenmerk 1.5.

 

IEPT20170906, Rb Den Haag, Coloplast v Hollister
Coloplast – op wie dienaangaande de stelplicht en zo nodig de bewijslast rust – heeft haar stelling dat activatie bij de VaPro in ieder geval gedeeltelijk door een vloeibare activatiestof plaatsvindt, mede gezien de gemotiveerde betwisting door Hollister c.s., onvoldoende toegelicht. VaPro maakt geen inbreuk op EP 279. […]. Uit de hierboven aanvaarde uitleg van behandeling met een liquid swelling medium, volgt dat voor de activatie rechtstreeks contact moet plaatsvinden tussen de activatiestof in vloeibare vorm en de katheter.

 

IEPT20170726, Rb Den Haag, Smart v CTouch
“Lexinus lijn” maakt geen inbreuk op EP 335. Geen inbreukanalyse door Smart gemaakt, terwijl de inbreuk wel wordt betwist en door CTouch (onder meer) is gesteld dat dit systeem niet met optische camera’s werkt.

 

IEPT20170511, Rb Den Haag, Ventraco v VWS
Onvoldoende aannemelijk dat Ventraco RheoFalt HP-AM heeft verhandeld, ondanks stellingen Ventraco in MvG. Aannemelijker dat RheoFalt HP-AM door VIC is verhandeld. Geen vereenzelviging Ventraco met VIC. Onvoldoende aannemelijk dat bestuurder [X] misbruik van identiteitsverschil tussen Ventraco en VIC heeft gemaakt. Vereenzelviging niet de meest aangewezen vorm van redres VWS kan VIC ook in procedure betrekken, hetgeen reeds is gedaan.

 

IEPT20161020, Rb Den Haag, Vertidrive v Waterjet
Geen directe inbreuk op conclusie 1 van EP 330: magneet in de robots van Vertidrive bevindt zich niet in een vlak parallel aan het werkoppervlak (kenmerk 1.9.1.2): Naar voorlopig oordeel bevindt de magneet in de robots van Vertidrive zich niet in een vlak parallel aan het werkoppervlak. Dat dit in de dwarsrichting wel zo is, is in dit verband onvoldoende. 

 

IEPT20160330, Rb Den Haag, JP Russel v Innovet

JP Russel krijgt gelegenheid te bewijzen dat zij bij vervaardiging van PEA geen micronisatiestap toepast. De rechtbank zal JP Russell overeenkomstig haar algemene bewijsaanbod tot (aanvullend) bewijs toelaten.

 

IEPT20160115, Rb Den Haag, Warner-Lambert v de Staat

Het CBG maakt geen directe inbreuk op EP 061 met publicatie full label SmPC’s (Summary of Product Characteristics) en bijsluiters: geen verkoop of aanbieden voor verkoop.

 

IEPT20150910, Rb Den Haag, HE Licenties v VG Colours

Geen toepassing werkwijze NL 904 door VG Coulours: onvoldoende aannemelijk dat vergroot definitief gat in de langsrichting een  maatregel van VG Colours is. Niet onwaarschijnlijk dat vergroting wordt veroorzaakt door het vullen van het geboorde gat met kleurstof, welke werkwijze ook in NL 581 werd beschreven.

 

IEPT20150909, Rb Den Haag, VDV v Swaan

Bewijsopdracht dat groeven in van Swaans afkomstige betonnen roosters, die in België zijn aangetroffen, door Swaans in Nederland op de in EP 728 beschreven werkwijze zijn aangebracht.