2019

Print this page

IEPT20191029, Rb Oost-Brabant, ASPB v BIBI

Gedaagden zijn geen lid van de Algemene Schoorsteenvegers Patroonbond: lidmaatschap komen te vervallen bij ontbinding Denito B.V., dat gedaagden gebruik handelsnaam Denito hebben voortgezet betekent niet dat zij daarmee ook de rechten konden uitoefenen waarover Denito B.V. beschikte. Door op hun website ten onrechte lidmaatschap te claimen maken gedaagden zich schuldig aan merkinbreuk, misleidende reclame en onrechtmatig handelen.

 

IEPT20190708, Rb Den Haag, T-Mobile v KPN

Reclame uitingen binnen de “Beter netwerk”-campagne van KPN niet onrechtmatig jegens T-Mobile: niet wordt geclaimd dat het netwerk van KPN beter is dan andere netwerken, maar het netwerk maakt bepaalde activiteiten beter mogelijk; tekst van het liedje moet worden gezien als in de reclamewereld gebruikelijke vorm van overdrijving; Betere deal-uitspraak verwijst naar een aanbieding van KPN zelf. Claim dat netwerk van KPN een van de beste ter wereld is, is ook niet onrechtmatig jegens T-Mobile: In uitlating wordt verwezen naar onderzoek die claim onderbouwt en uiting dat KPN “de meest gewaardeerde aanbieder van tv en internet is” is inmiddels van de website verwijderd. De vordering van KPN in reconventie tot een ordemaatregel ten aanzien van de “Beloftes”-campagne van T-Mobile wordt afgewezen:  geen spoedeisend belang. Geen proceskostenveroordeling 1019h Rv: onvoldoende gebleken dat er specifieke kosten zijn gemaakt vanwege het beroep van KPN op de merkinbreuk.

 

IEPT20190531, Rb Amsterdam, La Prairie v Lidl

Lidl maakt ongeoorloofde vergelijkende reclame ex artikel 6:194a BW door uitingen dat de Cien Cellular beauty gezichtscrème ‘vergelijkbare ingrediënten bevat als in de La Prairie Cellular Radiance cream (die bijna € 550,- kost!)’: juistheid en volledigheid van de feitelijke gegevens in de reclame onvoldoende aannemelijk gemaakt nu door Lidl aangehaalde tijdschriften zich baseren op een persbericht van Lidl UK en geen eigen onderzoek hebben verricht, en uit een door Lidl ingebracht rapport blijkt dat de crème van La Prairie naast de ingrediënten die vergelijkbaar zijn met die in de crème van Lidl nog 45 andere ingrediënten bevat. Sprake van merkinbreuk ex artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE: ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van La Prairie.

 

IEPT20190509, Rb Amsterdam, Monster v Bang

Vzgr enkel bevoegd jegens Bang B.V.: overige vennootschappen richten zich niet op Europese markt, dat VPX aandeelhouder is van Bang B.V. onvoldoende voor aannemen betrokkenheid bij verhandeling producten door Bang B.V.. Geen samenhang ex artikel 7 Rv, nu Europese en Amerikaanse markt van Bang strikt gescheiden zijn. Prominente vermelding ingrediënt L-Arginine op Bang producten misleidend (artikel 6:194(1)(a)): zorgt voor indruk consument dat ingrediënt in relevante mate in product is verwerkt en positief effect heeft op lichaam consument, terwijl hoeveelheid L-Arginine per product Bang daarvoor veel te laag is. Vermeldingen “potent brain and body fuel” en “performance enhancement beverages” niet misleidend/oneerlijke handelspraktijk: in reclame gebruikelijke overdrijving. Gebruik pictogram van gespierde arm is oneerlijke handelspraktijk (artikel 6:193c(1)(b) BW: suggereert dat L-Arginine spiermassa bevordert, terwijl dat niet wetenschappelijk is aangetoond. Vergelijking met energy drinks geen ongeoorloofde vergelijkende reclame: Bang B.V. mag vergelijking maken tussen haar suikervrije drank en andere energiedranken die wel suiker bevatten, sprake van gebruikelijke overdrijving in reclame voor energiedranken. Veroordelingen uitgesproken voor gehele EU: regels m.b.t. misleidende reclame en oneerlijke handelspraktijken in EU geharmoniseerd.

 

 

IEPT20190508, Rb Den Haag, NBG Monuglass v Miro

Inbreukvordering inzake Benelux-merk “Van Ruysdael” afgewezen: in strijd met afspraken door B aan NBG Monuglass overgedragen. N/NBG/NBG Monuglass hebben geprofiteerd van wanprestatie c.q. handelen onrechtmatig door merk over te nemen en tegen T c.s. in te zetten door inbreukverbod te vorderen. Inbreukvordering inzake handelsnaam afgewezen, Miro heeft oudste handelsnaamrechten: T voerde naam “Van Ruysdael” sinds 2003, handelsnaam ingebracht in VRI en door curator aan Miro overgedragen. Geen bestuurdersaansprakelijkheid, geen persoonlijk ernstig verwijt: NBG Monuglass had gelet op bij KvK ingediende jaarstukken op de hoogte moeten zijn van mogelijke financiële problemen VRI. Auteursrecht op foto’s, video’s, logo, handleidingen en (overige) teksten (op 8 foto’s na) ligt bij  Miro: door curator overgedragen aan Miro. Mededelingen in persbericht dat NBG Monuglass producent van originele van Ruysdael glas is misleidend. NBG Monuglass moet domeinnamen overdragen aan Miro, gelet op toegewezen inbreukverbod en onrechtmatig profiteren van niet nakomen afspraken door Stichting.

 

IEPT20190430, Hof Den Haag, NXP v Infineon

Benelux- en Uniewoordmerk MIFARE geldig: onvoldoende onderbouwd dat ‘Mifare’ een generieke aanduiding  is die elk onderscheidend vermogen mist. Infineon maakt inbreuk op deze merken door gebruik aanduiding teken ‘Mifare’ en ‘Mifare compatible’: geen sprake van toestemming voor gebruik, sprake van gebruik als merk,   gebruik Mifare om de bestemming van de waar aan te geven alleen toelaatbaar indien dit het enige middel is om het relevante publiek begrijpelijke en volledige informatie te verstrekken over de bestemming van de desbetreffende Infineon-chips en de informatie bovendien juist is,  gelet op de gemotiveerde betwisting door NXP is de dat als ‘Mifare compatible’ aangeduide chips met elke MIFARE kaartlezer kunnen communiceren, onvoldoende onderbouwd, ten overvloede opgemerkt dat er in de praktijk andere middelen zijn om het publiek begrijpelijke en volledige informatie te verstrekken over de bestemming van de chips. Sprake van ongeoorloofde vergelijkende door producten te vergelijken met alle MIFARE (compatible) producten waarbij laatstgenoemde als inferieur en/of onveilig worden afgeschilderd: stelling dat mededelingen juist zijn onvoldoende onderbouwd.

 

IEPT20190319, Rb Den Haag, Staatsloterij

Schadevergoeding ten bedrage van het totale aankoopbedrag van loten die deelnemer Staatsloterij heeft gekocht in de periode 2000 tot en met 2007 waarin misleidende mededelingen zijn gedaan over winstkansen afgewezen nu geen causaal verband bestaat tussen deze misleidende mededelingen en de schade: vast moet komen te staan dat deelnemer door de mededelingen die neerkwamen op de ene fictieve minuscule kans wel heeft meegedaan, waar hij dat bij mededelingen die neerkwamen op de werkelijke, kleinere minuscule kans dat niet zou hebben gedaan, geen reden om deelnemer in het bewijs van het causaal verband tegemoet te komen,  nu speelgedrag deelnemer in de jaren dat de misleidende mededelingen zijn gedaan niet afwijkend was van de periode daarvoor of daarna is niet bewezen dat hij als gevolg van de misleidende uitingen is overgegaan tot aankoop van de loten.

 

IEPT20190225, Rb Midden-Nederland, Digital Revolution v Media Concept

Geen sprake van misleidende (vergelijkende) reclame door product op Google Shopping goedkoper aan te bieden dan bij direct bezoek aan website: ondernemer is vrij prijsdifferentiatie toe te passen, omstandigheid dat op Google Shopping niet wordt vermeld dat het gaat om een actieproduct met maximale afnamehoeveelheid van één stuk maakt niet dat sprake is van misleiding nu deze informatie na doorklikken naar website wel te zien is, geen meldplicht voor prijsdifferentiatie.