Artikel 67 bis – Voortzetting van de procedure

Print this page

1.   Indien de aanvrager of de houder van een ingeschreven Uniemodel of een andere partij in een procedure voor het Bureau tegenover het Bureau een termijn niet in acht heeft genomen, kan de procedure op zijn of haar verzoek worden voortgezet, op voorwaarde dat op het tijdstip van dit verzoek de verzuimde handeling alsnog is verricht. Het verzoek tot voortzetting van de procedure is alleen ontvankelijk indien het binnen twee maanden na het verstrijken van de niet in acht genomen termijn wordt ingediend. Het verzoek wordt pas geacht te zijn ingediend nadat er een taks voor voortzetting van de procedure is betaald.

 

2.   Voortzetting van de procedure wordt niet toegekend in geval van niet-naleving van de termijnen die zijn vastgelegd in:

a) artikel 38, artikel 41, lid 1, artikel 44, lid 1, artikel 45, lid 3, artikel 50 quinquies, lid 3, en artikel 67, lid 2;

b) artikel 68 en artikel 72, lid 5, van Verordening (EU) 2017/1001 in samenhang met artikel 55, lid 2, van de onderhavige verordening;

c) lid 1 van dit artikel.

 

3.  De dienst die bevoegd is te beslissen over de niet verrichte handeling beslist over het verzoek tot voortzetting.

 

4.   Wanneer het Bureau het verzoek tot voortzetting inwilligt, worden de gevolgen van het niet in acht nemen van de termijn geacht zich niet te hebben voorgedaan. Indien een beslissing is genomen tussen het einde van die termijn en het verzoek tot voortzetting van de procedure, heroverweegt de dienst die bevoegd is voor de beslissing inzake de niet verrichte handeling, zijn beslissing en neemt hij een andere beslissing wanneer het voldoende is de niet verrichte handeling aan te vullen. Indien het Bureau na de heroverweging beslist dat de aanvankelijke beslissing niet moet worden gewijzigd, bevestigt het die beslissing schriftelijk.

 

5.  Indien het Bureau het verzoek tot voortzetting afwijst, wordt de taks terugbetaald.