Artikel 2 - Definities

Print this page

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder: 

1) “bureau”: het centrale bureau voor de industriële eigendom van de lidstaat dan wel het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom dat belast is met de inschrijving van modellen; 

2) “register”: het door een bureau bijgehouden modellenregister; 

3) “model”: de verschijningsvorm van een voortbrengsel of een deel ervan, die wordt afgeleid uit de kenmerken, met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen, van het voortbrengsel zelf en/of van de versiering ervan, met inbegrip van de beweging, de transitie of elk ander type animatie van die kenmerken; 

4) “voortbrengsel”: elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp dat geen computerprogramma is, ongeacht of het is belichaamd in een fysiek object of in niet-fysieke vorm wordt verwezenlijkt, met inbegrip van: 

a) verpakkingen, sets van artikelen, ruimtelijke ordeningen van voorwerpen die bedoeld zijn om een binnen- of buitenomgeving te vormen, en onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd; 

b) grafische werken of symbolen, logo’s, oppervlaktepatronen, typografische lettertypen, en grafische gebruikersinterfaces; 

5) “samengesteld voortbrengsel”: een voortbrengsel dat bestaat uit meerdere onderdelen die vervangen kunnen worden, zodat het voortbrengsel uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet kan worden.