Artikel 106 sexies – Onderzoek van de gronden voor weigering
Print this page1. Indien het Bureau bij het uitvoeren van een onderzoek van een internationale inschrijving constateert dat het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd niet overeenstemt met de definitie van artikel 3, punt 1, van deze verordening, dat het model strijdig is met de openbare orde of goede zeden, of dat het model een oneigenlijk gebruik vormt van een in de artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs genoemde zaken, of van kentekenen, emblemen en wapens die niet onder het genoemde artikel 6 ter vallen en die in een lidstaat van bijzonder algemeen belang zijn, zendt het het Internationaal Bureau uiterlijk zes maanden na de datum van publicatie van de internationale inschrijving een kennisgeving van weigering met vermelding van de gronden voor de weigering op grond van artikel 12, lid 2, van de Akte van Genève.
2. Indien de houder van de internationale inschrijving op grond van artikel 77, lid 2, verplicht is zich voor het Bureau te laten vertegenwoordigen, bevat de in lid 1 van dit artikel genoemde kennisgeving een verwijzing naar de op de houder rustende verplichting om een vertegenwoordiger zoals bedoeld in artikel 78, lid 1, aan te wijzen.
3. Het Bureau stelt een termijn vast waarbinnen de houder van de internationale inschrijving afstand kan doen van de internationale inschrijving met betrekking tot de Unie, de internationale inschrijving met betrekking tot de Unie kan beperken tot een of enkele van de tekeningen en modellen van nijverheid, of opmerkingen kan indienen en, in voorkomend geval, een vertegenwoordiger moet aanwijzen. De termijn gaat in op de datum waarop het Bureau de kennisgeving van weigering verzendt.
4. Indien de houder binnen de in lid 3 bedoelde termijn geen vertegenwoordiger aanwijst, weigert het Bureau de gevolgen van de internationale inschrijving.
5. Indien de houder binnen de vastgestelde termijn opmerkingen indient die het Bureau overtuigen, trekt het Bureau de weigering in en stelt het het Internationaal Bureau overeenkomstig artikel 12, lid 4, van de Akte van Genève van de intrekking van de weigering in kennis. Indien de houder op grond van artikel 12, lid 2, van de Akte van Genève niet binnen de vastgestelde termijn opmerkingen indient die het Bureau overtuigen, bevestigt het Bureau de beslissing tot weigering van de bescherming van de internationale inschrijving. Tegen die beslissing kan overeenkomstig de artikelen 66 tot en met 72 van Verordening (EU) 2017/1001 in samenhang met artikel 55, lid 2, van de onderhavige verordening beroep worden aangetekend.
6. Indien de houder afstand doet van de internationale inschrijving of de internationale inschrijving ten aanzien van de Unie tot één of meer tekeningen en modellen van nijverheid beperkt, stelt de houder het Internationaal Bureau daarvan in kennis volgens de inschrijvingsprocedure van artikel 16, lid 1, punten iv) en v), van de Akte van Genève.