Brief Staatsecretaris + antwoorden vragen over brievenbusfirma’s en belastingontwijking

22-01-2013 Print this page
B912057

Kamerbrief staatssecretaris van Financiën over de belastingheffing voor internationale ondernemingen zoals toegezegd tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Belastingplan 2013.

“Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Belastingplan 2013 heb ik uw Kamer toegezegd voor 23 januari 20131 een brief te zullen sturen en daarbij in te gaan op een aantal aspecten van mogelijke belastingontwijking met internationale structuren via Nederland. Met deze brief doe ik die toezegging gestand.

“(…) Een belangrijke belemmering bij de repatriëring van concernwinsten kan gevormd worden door de heffing van (bron)belastingen over vergoedingen voor ter beschikking gesteld eigen vermogen (dividenden), vreemd vermogen (interest) en know how (royalty’s). Veel landen kennen relatief hoge bronbelastingen en heffen die bovendien over het bruto-bedrag van deze betalingen. Wanneer deze betaling bij de ontvangende vennootschap in zijn woonstaat ook in de belastinggrondslag wordt begrepen (zoals bij rente en royalty vrijwel altijd het geval is) dreigt dubbele belasting. Zelfs wanneer in de woonstaat verrekening van die bronbelasting mogelijk is, is die verrekening beperkt tot de belasting over het netto voordeel in de woonstaat. Daardoor is volledige verrekening bij de ontvangende vennootschap niet altijd mogelijk en treedt er feitelijk toch dubbele belastingheffing op. Wanneer deze betaling bij de ontvangende vennootschap in zijn woonstaat is vrijgesteld (zoals in Nederland en veel andere landen het geval is bij dividenden) leidt bronheffing strikt genomen niet tot dubbele heffing. Belangrijk nadeel is echter wel dat dan de beleidsmatige keuze van de woonstaat om de binnen concern uitgekeerde winsten niet meerdere keren te belasten teniet wordt gedaan.

Het Nederlandse verdragsbeleid is erop gericht deze effecten weg te nemen door lagere bronheffingen overeen te komen. Dit beleid heeft Nederland al sinds jaar en dag. Dit beleid is door vele landen omarmd. Ook de Europese Unie hanteert dit uitgangspunt en heeft in de Moeder-Dochterrichtlijn en in de Rente- en Royaltyrichtlijn5 vastgelegd dat betalingen van dividenden, rente en royalty’s binnen concernverband vrij van (bron)belasting moeten kunnen plaatsvinden. Niet tussen alle landen zijn echter regelingen getroffen die dit soort betalingen binnen concern zonder extra belastingheffingen mogelijk maken. Om toch zoveel mogelijk bronheffingen te voorkomen nemen deze concerns schakelvennootschappen in hun structuren op die gevestigd zijn in landen met het beste verdragennetwerk. Zoals gezegd heeft Nederland veel verdragen gesloten en is daarom aantrekkelijk voor het vestigen van dit soort schakelvennootschappen. Nederland is hier niet uniek in. Verschillende andere Europese landen verkeren in een vergelijkbare positie. Hierbij moet overigens niet uit het oog worden verloren dat het gebruikmaken van een dergelijk belastingverdrag ook voor het bronland voordelen heeft. (…) Zoals gezegd, lijkt het mij zinvol binnen de algemene discussie over belastingplanning de discussie over deze Nederlandse schakelvennootschappen afzonderlijk te voeren.

(…)Voor het verrichten van deze schakelfuncties is niet altijd veel arbeidskracht of kantoorruimte nodig. Omdat er naast deze schakelfuncties ook niet altijd andere bedrijfseconomische redenen zijn voor de vestiging van een concernvennootschap in dat verdragsland zullen concerns proberen in die gevallen de kosten van een dergelijke vennootschap (bestuur, personeel, huur) zo laag mogelijk te houden. Daarbij komt het voor dat bij een deel van deze schakelvennootschappen de verbondenheid met de economie waar zij gevestigd zijn zo gering is, dat de vraag opkomt of het terecht is dat een dergelijke vennootschap, - vaak wordt dan gesproken van brievenbusvennootschappen-, het voordeel van de nationale regelgeving en de verdragstoepassing krijgt. Op die vraag ben ik uitgebreid ingegaan in mijn brief aan uw Kamer van 25 juni 2012 over het uitvoeren van de substance-motie van de leden Braakhuis en Groot. Conclusie was toen dat de bepalingen in onze belastingverdragen en de aanvullende nationale regelingen voldoende zijn om misbruik te beperken. Daarbij heb ik vastgesteld dat de wijze waarop Nederland deze regels toepast internationaal in de pas loopt.

(…) Doordat het probleem van de internationale mismatches en het verschuiven van grondslag naar laagbelastende jurisdicties geen specifiek Nederlands onderwerp is, kan Nederland dat probleem niet alleen oplossen. Dat vergt een internationale aanpak met multilaterale maatregelen. Daar komt bij dat indien Nederland als enige maatregelen neemt, de concurrentiepositie van de hier gevestigde internationale bedrijven onnodig in het geding komt.

Lees de volledige brief hier.

2- De staatssecretaris van Financiën informeert de Tweede Kamer over de beantwoording van Kamervragen van het lid Bashir (SP) over fiscale vluchtroutes door Nederland.

“(…) Het onderbrengen door een internationaal concern van merkenrechten in Nederland kan bezwaarlijk als een constructie worden aangemerkt. Elk internationaal concern heeft de vrijheid zijn bedrijfsactiviteiten daar uit te voeren en de voor deze bedrijfsactiviteiten benodigde activa daar onder te brengen waar het hem goeddunkt. Als hij dat in Nederland doet kan het concern zekerheid vooraf krijgen over de wijze waarop op dat activum kan worden afgeschreven en, wanneer hij het activum verkrijgt van een verbonden partij, welke prijs de Belastingdienst zakelijk vindt. Er wordt nooit afgeweken van het wettelijke belastingtarief.

(…) Er is geen eenduidig begrip ‘tax-ruling betreffende de royalty’s’. Wanneer een Nederlandse belastingplichtige een activum ter beschikking stelt van een verbonden vennootschap zal hij daarover een zakelijke vergoeding moeten verantwoorden in zijn belastingaangifte. Van de belastingdienst kan hij zekerheid krijgen over een zakelijke vergoeding voor de in Nederland verrichte dienst.

(…) Kunt u aangeven wat de opbrengsten zijn van de belasting op royalty’s van internationale concerns die door Nederland gesluisd worden? Kunt u eventueel aangeven welk bedrag Nederland misloopt door eventuele kortingen?
Antwoord op vraag 9 : Nee. De Belastingdienst houdt dit niet apart bij. Nederland loopt geen belastinginkomsten mis aangezien er geen kortingen worden gegeven.

(…) Er zijn recentelijk initiatieven ontplooid bij de Europese Commissie en bij de OESO om mogelijke belastingontwijking te analyseren en om naar maatregelen te zoeken. Daaruit blijken geen signalen dat er internationale onvrede is over de rol van Nederland bij mogelijke belastingontwijking. Nederland gaat actief in die projecten participeren. In mijn brief aan uw kamer van 17 januari 2013 ben ik overigens dieper op dit vraagstuk ingegaan.

Lees alle vragen en antwoorden hier. 

3- Tweede Kamer. De staatssecretaris van Financiën informeert de Tweede Kamer over de beantwoording van Kamervragen van het lid Merkies (SP) over het ontwijken van belasting door Google.

“ (…) Mogelijke belastingontwijking door internationaal opererende ondernemingen is een ingewikkeld vraagstuk dat een zorgvuldige analyse en een internationale benadering vereist. Met de Europese Commissie ben ik van mening dat kunstmatige regelingen waarmee grondslag naar andere jurisdicties wordt verplaatst en gevallen waarin door incongruenties tussen nationale wetgevingen inkomsten overal buiten de heffing blijven, een probleem vormen dat aangepakt moet worden. Die aanpak kan het best in internationaal verband plaatsvinden. Daarom juich ik de initiatieven van de Europese Commissie en die van de OESO toe. In mijn brief aan uw kamer 17 januari 2013 ben ik hier zoals gezegd dieper op ingegaan.

(…) Nederland kent geen bronheffing op uitgaande rente- en royaltybetalingen. In verband daarmee zullen de gevolgen van een mogelijke herziening van de antimisbruikmaatregelen in de rente- en royaltyrichtlijn voor de Nederlandse overheid zeer beperkt zijn. Er is op dit moment nog geen document beschikbaar over de aard en het karakter van de mogelijke herziening van de antimisbruikmaatregelen. Nederland staat in beginsel positief tegenover herziening van de antimisbruikmaatregelen. Wel zal Nederland bij de beoordeling van deze mogelijke herziening de gevolgen daarvan voor het Nederlandse bedrijfsleven laten meewegen.”

Lees alle vragen en antwoorden hier.

4- De staatssecretaris van Financiën informeert de Tweede Kamer over de beantwoording van Kamervragen van het lid Klaver (GroenLinks) over het bericht “Google houdt 2 mrd weg bij de fiscus”.

Mogelijke belastingontwijking door internationaal opererende ondernemingen is een ingewikkeld vraagstuk dat een zorgvuldige analyse en een bij voorkeur internationale benadering vereist. Daarom juich ik de initiatieven van de Europese Commissie en die van de OESO toe. In mijn brief aan uw kamer van 17 januari 2013 ben ik dieper op dit vraagstuk ingegaan.

Lees alle vragen en antwoorden hier.

5- De staatssecretaris van Financiën informeert de Tweede Kamer over de beantwoording van Kamervragen van het lid Klaver (GroenLinks) over het bericht 'Fiscale trucs onder vuur'

“(…) De initiatieven van Duitsland en het VK om binnen de G20 op te roepen tot actie tegen het ontwijken van belasting door multinationals begrijp ik. Er zijn aanwijzingen dat het internationale bedrijfsleven aan een lagere effectieve belastingdruk onderworpen is dan het nationale bedrijfsleven. Daar kunnen goede redenen voor zijn, maar voor zover die er niet zijn moeten we naar wegen zoeken om dat te bestrijden. Er spelen op dit gebied initiatieven bij de Europese Commissie en bij de OESO. Nederland zal dit soort initiatieven ondersteunen maar zal er aandacht voor vragen dat bij het invoeren van maatregelen specifiek rekening gehouden moet worden met de belangen van kleine economieën als de Nederlandse. Vanwege een geringe thuismarkt is bij kleine open economieën het belang van fiscaliteit groter. In grote economieën, als de V.S. met 300 mln. consumenten, is het relatieve belang van de fiscaliteit kleiner. In mijn brief aan uw kamer van 17 januari 2013 ben ik dieper op dit vraagstuk ingegaan.”

Lees alle vragen en antwoorden hier.

Zie ook: IEPT20130118, Rb Amsterdam, Promogroup v NOS