Conclusie A-G: Amazon als beheerder maakt geen gebruik van teken van Louboutin bij onlineverkoop van namaakschoenen
02-06-2022 Print this page
Zaak C-148/21, C-184/21: Louboutin v Amazon. Volgens advocaat-generaal Szpunar rechtvaardigt de specifieke werkwijze van Amazon niet de slotsom dat sprake is van gebruik van een teken in de zin van het Unierecht. Hoewel de tussenpersoon op internet een geheel van geïntegreerde diensten aanbiedt, van de publicatie van verkoopaanbiedingen tot en met de verzending van de waren, kan hij niet rechtstreeks aansprakelijk worden gesteld voor inbreuken op de rechten van merkhouders die plaatsvinden op zijn platform wegens verkoopaanbiedingen van derden.
In zijn conclusie van vandaag licht advocaat-generaal Maciej Szpunar het begrip „gebruik” van een merk door een tussenpersoon op internet toe. Volgens hem moet bij de toepassing van dit begrip worden uitgegaan van de perceptie van een gebruiker van het betrokken platform. Hij brengt in dit verband in herinnering dat volgens vaste rechtspraak van het Hof het gebruik door een tussenpersoon op internet „op zijn minst [veronderstelt] dat deze [tussenpersoon] het teken in het kader van zijn eigen commerciële communicatie gebruikt”
De advocaat-generaal meent dat aan deze voorwaarde is voldaan wanneer de ontvanger van deze communicatie een bijzonder verband legt tussen de tussenpersoon en het teken in kwestie. Hij voegt daaraan toe dat deze voorwaarde moet worden geanalyseerd vanuit het oogpunt van de gebruiker van het betrokken platform, om te kunnen beoordelen of dat teken hem voorkomt als een onderdeel van deze commerciële communicatie. Volgens hem moet de perceptie van een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende gebruiker van een onlineverkoopplatform in aanmerking worden genomen bij de vaststelling of een teken wordt gebruikt in de commerciële communicatie van de beheerder van dat platform.
(...)
Het enkele feit dat de verkoopaanbiedingen van Amazon en die van de externe verkopers naast elkaar bestaan, kan er dus niet toe leiden dat een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende internetgebruiker tekens die in de aanbiedingen van externe verkopers worden weergegeven, als integrerend deel van de commerciële communicatie van Amazon kan opvatten. Hetzelfde geldt voor de aanvullende diensten van hulp, opslag en verzending van waren die zijn voorzien van een teken dat identiek is aan een merk, waarvoor Amazon ook actief heeft bijgedragen aan het opstellen en publiceren van de verkoopaanbiedingen.
Conclusie:
101. Gelet op een en ander geef ik het Hof in overweging om op de drie prejudiciële vragen (B9 16193) in zaak C‑148/21 en op de twee prejudiciële vragen in zaak C‑184/21 te antwoorden dat artikel 9, lid 2, van verordening 2017/1001 aldus moet worden uitgelegd dat de beheerder van een onlineverkoopplatform niet kan worden geacht gebruik te maken van een merk in een verkoopaanbieding die door een derde op dat platform wordt gepubliceerd, vanwege ten eerste het feit dat die beheerder zowel zijn eigen verkoopaanbiedingen als die van derden op dezelfde wijze publiceert, waarbij die aanbiedingen ongeacht hun herkomst op dezelfde wijze worden weergegeven en hij zijn eigen logo van gerenommeerde distributeur in deze aanbiedingen opneemt, zowel op zijn eigen website als in de reclamerubrieken van websites van derden, en vanwege ten tweede het feit dat de beheerder externe verkopers aanvullende diensten van hulp, opslag en verzending van de op zijn onlineplatform aangeboden waren aanbiedt en potentiële kopers meedeelt dat hij deze activiteiten op zich neemt, mits het betrokken merk vanwege dergelijke elementen bij een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende internetgebruiker niet overkomt als volledig deel van de commerciële communicatie van de beheerder.