Conclusie A-G Van Peursem tot verwerping cassatieberoep inzake FKP/Spirits-zaak

Print this page 21-10-2019
B915876

Conclusie A-G Van Peursem inzake FKP v Spirits.

 

Merkenrecht. Cassatie tegen het arrest van het hof Den Haag van 9 januari 2018 (IEPT20180109), waarin werd geoordeeld dat sprake was van verwarringsgevaar tussen de STOLI-merken en het STOLICHNAYA-merk. Van Peursem concludeert tot verwerping van zowel het principaal als het incidenteel cassatieberoep.

 

In citaten:

“3.26  In onze zaak heeft het hof in rov. 27 vastgesteld dat Spirits zich er niet (uitdrukkelijk) op heeft beroepen dat zij na de uitspraak stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden (art. 382 sub c Rv). Deze uitleg van stellingen in de gedingstukken is voorbehouden aan het hof als feitenrechter en kan alleen op begrijpelijkheid worden getoetst44. Mij lijkt dat het oordeel van het hof deze toets kan doorstaan. In de door Spirits genoemde passages uit de processtukken heeft zij, voor zover relevant, aangevoerd dat de Russische Federatie grote hoeveelheden documenten in beslag heeft genomen en heeft geweigerd deze in het geding te brengen. Uit die stelling blijkt niet (voldoende) welke (specifieke) stukken door toedoen van FKP zijn achtergehouden en waarom deze stukken twijfel doen ontstaan over de juistheid van het arrest 2012. In cassatie is niet aangevoerd dat FKP deze stelling wel als een beroep op art. 382 sub c Rv heeft opgevat45. Het in rov. 34 vastgestelde feit dat in een Australische discovery een brief van het Russische Ministerie van Defensie aan het licht is gekomen, betekent niet dat deze brief door FKP is achtergehouden. Verder volgt uit het oordeel van het hof dat die brief geen relevante twijfel doet ontstaan over de juistheid van het arrest 2012. Het hof overweegt in rov. 34 dat de brief hooguit kan dienen ter onderbouwing van de houding van de Russische Federatie over de rechtsgeldigheid van de transformatie voor 2000, in welk kader het hof in rov. 38 tot de slotsom komt dat geen sprake is van het voor herziening vereiste verband. […]

 

3.83 Subonderdeel 8.1 acht het oordeel onbegrijpelijk wanneer het hof ervan is uitgegaan dat rov. 3.61 van het vonnis 2006 en rov. 7.5 van het arrest 2012 betrekking hebben op de merken STOLI en STOLI CITRONA. Spirits wijst erop dat deze overwegingen zien op het merk MOSKOVSKAYA. Volgens Spirits is het oordeel ook onbegrijpelijk als het hof heeft bedoeld dat deze overwegingen van overeenkomstige toepassing zijn op de merken STOLI en STOLI CITRONA. In rov. 3.61 van het vonnis 2006 en rov. 7.5 van het arrest 2012 gaat het om het depot van het merk MOSKOVSKAYA dat identiek is aan het merk MOSKOVSKAYA van FKP. De bestreden overweging betreft de merken STOLI en STOLI CITRONA, met betrekking tot het gebruik waarvan het hof in rov. 83 van het arrest 2018 de vordering tot winstafdracht heeft afgewezen wegens het ontbreken van kwade trouw. Daartoe overwoog het hof dat het verweer dat geen inbreuk is gemaakt op de STOLI-tekens, ook gezien het oordeel van de rechtbank hierover (die oordeelde dat geen sprake is van verwarringsgevaar, zie rov. 3.18.3 van het vonnis 2015), niet bij voorbaat kansloos was. Volgens Spirits valt niet in te zien waarom de merken STOLI en STOLI CITRONA, ondanks hetgeen het hof in rov. 83 heeft overwogen, toch te kwader trouw zouden zijn gedeponeerd.

 

3.84 Deze klacht lijkt op zich gegrond. Rov. 3.61 van het vonnis 2006 en rov. 7.5 van het arrest 2012 zien op kwade trouw bij het depot van het merk MOSKOVSKAYA vanwege de wetenschap van deposant Simex over het gebruik van dat merk door VVO. Die overwegingen zijn op de merken STOLI en STOLI CITRONA niet direct van toepassing. Er is namelijk niet vastgesteld dat de merken STOLI en STOLI CITRONA vóór het depot van Spirits al werden gebruikt. Evenmin is gebleken dat de merken STOLI en STOLI CITRONA door Simex zijn gedeponeerd (vgl. prods. 96 B en E bij mva/mvg inc1). Verder was het verweer dat geen sprake is van een inbreuk naar het oordeel van het hof in rov. 83 van het arrest 2018 niet op voorhand kansloos.”

 

Lees de conclusie hier.