Conclusie AG: Offline downloads via streamingdienst gelden niet als privékopie als alleen aanbieder bestanden technisch beheert
09-10-2025 Print this page
De InfoSoc-Richtlijn moet aldus worden uitgelegd dat een abonnee van een on-demand onlinestreamingdienst deze werken niet reproduceert voor privégebruik wanneer hij tevens gebruikmaakt van offline streaming copies die worden opgeslagen in het geheugen van zijn apparaat, de aanbieder behoudt over het plaatsen, kopiëren en wissen van de werken en de abonnee slechts de mogelijkheid heeft om werken op zijn apparaat af te spelen.
In het kader van de talrijke uitzonderingen op de uitsluitende rechten van auteurs voorziet het auteursrecht van de Unie onder meer in een uitzondering krachtens welke het natuurlijke personen is toegestaan om werken zonder toestemming te reproduceren voor privégebruik. Teneinde auteurs te compenseren voor de verliezen die zij lijden als gevolg van die uitzondering, die ertoe leidt dat gebruikers niet langer verplicht zijn om meerdere exemplaren van een werk te kopen, voorziet het Unierecht in de betaling van een vergoeding. In de praktijk wordt deze compensatie in de lidstaten gewoonlijk gefinancierd met de zogeheten thuiskopievergoeding, die wordt geheven van fabrikanten of importeurs van geheugendragers en apparaten die door natuurlijke personen kunnen worden gebruikt voor de reproductie van beschermde werken. Deze heffing wordt vervolgens afgewenteld op de kopers van die dragers en apparaten, zodat de uiteindelijke financiële last van de compensatie in beginsel wordt gedragen door de begunstigden van de uitzondering. Het Hof heeft geoordeeld dat dit stelsel verenigbaar is met het Unierecht.(2)
De thuiskopievergoeding, die wordt geïnd en uitgekeerd door de in de lidstaten aangewezen instellingen, is voor de auteurs een substantiële en stabiele bron van inkomsten. Het is dan ook verleidelijk om de draagwijdte van de uitzondering en van de uit de heffing voortvloeiende bron van inkomsten uit te breiden tot buiten het kader van de relevante bepalingen van het recht en van de doelstellingen waarvoor en de redenen waarom de heffing is ingevoerd, volgens het gezegde dat wanneer je een hamer hebt, alles op een spijker gaat lijken. Aan die illusie lijken de instellingen die in Nederland zijn belast met het innen van de thuiskopievergoeding ten prooi te zijn gevallen. Zij zijn er namelijk van uitgegaan dat de thuiskopievergoeding ook kan worden geïnd en dat de eraan ten grondslag liggende uitzondering ook geldt voor de door aanbieders van streamingdiensten(3) verrichte dienst die bestaat in de mededeling van kopieën van werken die kunnen worden afgespeeld zonder dat daarvoor toegang tot het internet vereist is (hierna: „offline streaming copies”).
We mogen echter niet uit het oog verliezen dat de compensatie uit hoofde van de uitzondering ten aanzien van het reproduceren van werken voor privégebruik geen doel op zich is. Zij heeft tot doel om verliezen te compenseren in situaties waarin de uitzondering toelaatbaar en gerechtvaardigd of zelfs noodzakelijk is. De compensatie is daarentegen niet bedoeld om in de plaats te treden van de gewone contractuele regelingen die gelden wanneer auteurs in staat zijn om hun uitsluitende rechten te doen gelden en om aldus inkomsten uit de exploitatie van hun werken te verwerven, ook niet wanneer zij die inkomsten niet hoog genoeg vinden. In de onderhavige zaak heeft het Hof de gelegenheid om in het licht van zijn eerdere rechtspraak over soortgelijke situaties nader te bepalen binnen welke grenzen de uitzondering van toepassing is.
Gestelde vragen (IEPT20240517):
1. Kan een reproductie met de kenmerken zoals hiervoor in 2.3 onder (i)-(iii) beschreven (offline streaming copy), mede gelet op de driestappentoets (art. 5 lid 5 Auteursrechtrichtlijn), worden aangemerkt als een “reproductie (...) door een natuurlijke persoon voor privé-gebruik gemaakt, en zonder enig direct of indirect commercieel oogmerk” als bedoeld in art. 5 lid 2, onder b, Auteursrechtrichtlijn?
2. Verzetten de doelstellingen van de Auteursrechtrichtlijn, waaronder een hoog niveau van auteursrechtbescherming, een rechtvaardig evenwicht tussen de belangen van de rechthebbende en de belangen van de gebruiker, en een coherente en techniekneutrale toepassing door de lidstaten van de beperkingen en restricties, zich tegen een nationale regeling op grond waarvan de uitzondering voor thuiskopieën niet mede offline streaming copies omvat?
3. Is voor het antwoord op een of meer van de voorgaande vragen van belang of de rechthebbenden een vergoeding per gemaakte offline streaming copy ontvangen, dan wel of zij een vergoeding ontvangen die is gebaseerd op het aantal keren dat een offline streaming copy door de gebruiker van de streamingdienst wordt afgespeeld?
Conclusie AG:
1) Artikel 5, lid 2, onder b), van [InfoSoc-Richtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat een abonnee van een onlinestreamingdienst op aanvraag waarmee beschermde werken worden meegedeeld, deze werken niet reproduceert voor privégebruik in de zin van die bepaling wanneer hij in dat verband tevens gebruikmaakt van de aanvullende dienst van mededeling van offline streaming copies die worden opgeslagen in het geheugen van zijn apparaat, waarbij de aanbieder met behulp van technische voorzieningen in de zin van artikel 6 van die richtlijn de volledige controle behoudt over het plaatsen, kopiëren en wissen van de werken en de abonnee slechts de mogelijkheid heeft om de werken gedurende de periode van beschikbaarstelling ervan op zijn apparaat af te spelen (te beluisteren of te bekijken).
2) Artikel 3 van deze richtlijn moet aldus worden uitgelegd dat de in punt 1 bedoelde mededeling van offline streaming copies een beschikbaarstelling van de werken voor het publiek door de aanbieder op zodanige wijze dat deze voor de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn in de zin van die bepaling vormt.