Conclusie AG over het ompakken navulbare CO²-flessen SodaStream

12-07-2022 Print this page
B916392

Merkhouder kan zich verzetten tegen navullen van CO2-flessen. In het geval van volledig ompakken (terwijl ingegraveerde merk nog op de flessenhals zichtbaar is), tenzij informatie over de fabrikant van die waar, duidelijk en ondubbelzinnig overkomt op iemand met een normaal gezichtsvermogen en normale oplettendheid te zien is. Deze informatie zoals weergegeven door de nieuwe etikettering mag niet de indruk wekken dat er een economische of bijzondere band bestaat.

 

Zaak C-197/21 De 21e eeuw wordt gekenmerkt door een wijdverbreide bewustwording van het effect van onze consumptiepatronen op fundamentele kwesties zoals met name de bescherming van het leefmilieu. De Europese Commissie heeft in haar mededeling van 2015 „Maak de cirkel rond – Een EU-actieplan voor de circulaire economie”(2) de deugden van dit type economie in de volgende bewoordingen geprezen: „De overgang naar een meer circulaire economie, waarin de waarde van producten, materialen en hulpbronnen in de economie zo lang mogelijk kan worden behouden en de afvalproductie tot een minimum wordt beperkt, levert een essentiële bijdrage aan de inspanningen van de EU om tot een duurzame, koolstofarme, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie te komen.” Deze circulariteit van de economie houdt in dat waren die op het grondgebied van de Unie voor het eerst door de merkhouders in de handel zijn gebracht, worden hergebruikt, afgevuld of nagevuld voordat zij verder worden verhandeld. Dit is de context van de onderhavige prejudiciële zaak, die het Hof in de gelegenheid stelt te preciseren onder welke voorwaarden de noodzakelijke verzoening tussen de rechtmatige belangen van enerzijds deze houders en anderzijds derden die hun waren hergebruiken en opnieuw verkopen, dient plaats te vinden.

 

Gestelde vragen (B916197):


1. Zijn de in de rechtspraak van het Hof betreffende ompakking en heretikettering bij parallelimport ontwikkelde zogenaamde Bristol-Myers Squibb-criteria, en in het bijzonder het noodzakelijkheidsvereiste, ook van toepassing wanneer het gaat om ompakking of heretikettering van door de merkhouder of met zijn toestemming in een lidstaat in de handel gebrachte waren met het oog op wederverkoop in dezelfde lidstaat?

2. Wanneer de merkhouder de met koolstofdioxide gevulde fles bij het in het handel brengen ervan heeft voorzien van zijn merk, dat zowel op het etiket van de fles is aangebracht als op de flessenhals is gegraveerd, zijn dan bovengenoemde Bristol-Myers Squibb-criteria en in het bijzonder het noodzakelijkheidsvereiste van toepassing wanneer een derde met het oog op wederverkoop de fles navult met koolstofdioxide, het oorspronkelijke etiket daarvan verwijdert en vervangt door een etiket met zijn eigen teken, terwijl het merk van degene die de fles in de handel heeft gebracht zichtbaar blijft in de gravering op de flessenhals?

3. Kan in de hierboven beschreven situatie worden geoordeeld dat het verwijderen en vervangen van het van het merk voorziene etiket in beginsel de functie van het merk als aanduiding van de herkomst van de fles ondermijnt, of is het voor de toepasselijkheid van de voorwaarden voor ompakking en heretikettering relevant dat:

– dient te worden aangenomen dat het relevante publiek het etiket uitsluitend opvat als een verwijzing naar de herkomst van de koolstofdioxide (en derhalve naar degene die de fles heeft nagevuld); of

– dient te worden aangenomen dat het relevante publiek van mening is dat het etiket minstens gedeeltelijk ook naar de herkomst van de fles verwijst?

4. Voor zover het verwijderen en vervangen van het etiket op de CO2-flessen wordt beoordeeld aan de hand van het noodzakelijkheidsvereiste, kan dan een incidentele beschadiging of het loskomen van de etiketten die zijn aangebracht op de door de merkhouder in de handel gebrachte flessen, of de verwijdering of vervanging daarvan door een persoon die voordien de fles heeft nagevuld, een element zijn op grond waarvan het regelmatig vervangen van de etiketten door een etiket van degene die navult kan worden beschouwd als noodzakelijk voor het in de handel brengen van de nagevulde flessen?


Conclusie:

1) Artikel 15, lid 2, UmVo en artikel 15, lid 2 Merkenrechtrichtlijn moeten in het kader van het hoofdgeding aldus worden uitgelegd dat de merkhouder zich rechtmatig ertegen kan verzetten dat een derde CO2-flessen, die door die derde zijn nagevuld, verder verhandelt op het grondgebied van dezelfde lidstaat als die waar deze flessen voor het eerst door die merkhouder of met diens toestemming in de handel zijn gebracht, wanneer die derde deze flessen heeft omgepakt en daarop zijn merk opnieuw heeft aangebracht, tenzij komt vast te staan dat een dergelijk verzet zal bijdragen tot kunstmatige afscherming van de markt. Om te beoordelen of sprake is van een dergelijk risico, staat het aan de verwijzende rechter om na te gaan of de ompakking waartoe is overgegaan, gelet op de aard van de betrokken waar en de bestemming ervan, noodzakelijk blijkt om de toegang van derden tot de markt voor het navullen met koolstofdioxide te verzekeren. Indien de verwijzende rechter tot de slotsom zou komen dat de ompakking waartoe de derde is overgegaan noodzakelijk is, dient hij zich er nog van te vergewissen dat voor het overige de rechtmatige belangen van de merkhouder worden beschermd.

2)      Artikel 15, lid 2, van verordening 2017/1001 en artikel 15, lid 2, van richtlijn 2015/2436 moeten aldus worden uitgelegd dat wanneer een derde een CO2-fles navult met gas en opnieuw verkoopt, het van het merk van de flessenfabrikant voorziene etiket verwijdert maar dit op de hals gegraveerde merk zichtbaar laat, en op de fles zijn eigen etiket aanbrengt, de door de nieuwe etikettering gewekte algemene indruk dient te worden beoordeeld teneinde te bepalen of de informatie inzake degene die de waar heeft omgepakt en de informatie over de fabrikant van die waar, duidelijk en ondubbelzinnig overkomen bij iemand met een normaal gezichtsvermogen en normale oplettendheid. Deze informatie zoals weergegeven door de nieuwe etikettering mag met name niet de indruk wekken dat er een economische of bijzondere band bestaat tussen de derde die de fles heeft nagevuld en de merkhouder. Bij de beoordeling van de indruk die de nieuwe etikettering wekt, dient rekening te worden gehouden met de specifieke praktijken in de betrokken sector en met de mate waarin de consument van die praktijken op de hoogte is.


ECLI:EU:C:2022:387; dossier C-197/21