B9 11553. Rechtbank Arnhem, 4 juli 2012 (gecorrigeerde versie d.d. 3 augustss), HA ZA 11-1195, Horeca groothandel Ebo van den Bor Nijkerk B.V. tegen Horeca groothandel Asiatico (met dank aan Bertil van Kaam, Van Kaam Advocaten).
Familietwist. Handelsnaamrecht. Auteursrecht. Merkenrecht. Domeinnamen. Bodemprocedure na kort geding (IEPT20110128). Eiseres stelt dat gedaagde Asiatico, opgericht door een kleinzoon van de oprichter van eiseres en voormalig aandeelhouder van eiseres, inbreuk maakt op haar handelsnaamrecht door in dezelfde regio een soortgelijke horeca groothandel te beginnen (de statutaire naam van gedaagde luidde tot voor kort Horecagroothandel Van den Bor B.V.). Ook zou gedaagde inbreuk maken op het auteursrecht op het logo en het merk van eiseres. Gedaagde stelt, kort gezegd, dat de familiegeschiedenis m.b.t. de rechten zou moeten leiden tot een ander oordeel.
De vorderingen van eiseres worden, net als in het kort geding, toegewezen. De stelling dat eiseres geen belang meer heeft bij haar vorderingen, omdat gedaagde aan alle veroordelingen kort geding heeft voldaan, wordt allereerst afgewezen, nu gedaagde heeft geweigerd definitieve afspraken te maken en weigert inbreuken op de rechten van eiseres te erkennen. Een eerder, in 2007, door de familieleden ondertekend non-concurrentiebeding kan daar niet aan afdoen. Het beding is niet door Asiatico B.V. ondertekend en bovendien kan niet als vaststaand worden aangenomen dat eiseres met het beding afstand heeft gedaan van haar bescherming op grond van IE-rechten.
Met betrekking tot de handelsnaam oordeelt de rechtbank dat Asiatico zich op grond van de familiegeschiedenis niet kan beroepen op een geldig recht op de handelsnaam Van de Bor:
4.18. Voorop staat dat het hoofdbestanddeel van de door partijen gebruikte handelsnamen hetzelfde is, te weten Van den Bor. De vraag die dan rijst is of Asiatico B.V. de handelsnaam Van den Bor heeft gevoerd voordat Ebo van den Bor B.V. die handelsnaam althans een handelsnaam met als hoofdbestanddeel Van den Bor ging voeren. Volgens Asiatico B.V. is de handelsnaam die al door Evert van den Bor sr. werd gebruikt, door erfopvolging overgegaan en dreef de familie Van den Bor reeds eerder een onderneming onder de handelsnaam Van den Bor dan Ebo van den Bor B.V. Het enkele gegeven evenwel dat de familie Van den Bor reeds eerder de handelsnaam Van den Bor gebruikte dan Ebo van den Bor B.V. betekent nog niet dat Asiatico B.V. ook eerder de handelsnaam Van den Bor voerde dan Ebo van den Bor B.V. Ingevolge het bepaalde in art ikel 2 Hnw, waar Asiatica B.V. naar verwijs, gaat een handelsnaam weliswaar over bij erfopvolging maar aileen in verbinding met de onderneming die onder die naam wordt gedreven. Evert van den Bor sr. dreef weliswaar een onderneming met de eerder genoemde handelsnaam maar niet is gesteld en niet is gebleken dat die onderneming bij erfopvolging is overgegaan of is overgedragen op/aan Asiatico B.V. Dat brengt mee dat er vanuit moet worden gegaan dat de handelsnaam zoals die door Evert van den Bor sr. voor zijn onderneming werd gevoerd niet op Asiatico B.V. is overgegaan.
4.19. Asiatico B.V. heeft, zoals zij ook ter comparitie heeft erkend, de naam Van den Bor (pas) gebruikt in de tweede helft van 20 I 0 en zij heeft aldus die naam gebruikt nadat de handelsnaam Ebo van den Bor al door Ebo van den Bor B.V. was gebruikt. ( 4.18/4.19).
Van inbreuk op de handelsnaam is sprake, nu naar oordeel van de rechtbank verwarring is te duchten: “Verder is in dit verband van belang dat inherent is aan de aard van de ondernemingen (horecagroothandels) dat afnemers die goede ervaringen hebben met een in het verleden van Ebo van den Bor B.V. afgenomen specifiek product, een volgende keer weer een bestelling zullen willen doen bij dezelfde leverancier. lndien zij dan echter gaan zoeken op Van den Bor, valt niet uit te sluiten dat zij terecht komen bij Asiatico B.V. en dat zij daarbij in de veronderstelling verkeren dat zij met dezelfde firma te maken hebben. Daarbij speelt ook nog een rol dat het relevante publiek, ge let op de aard van de ondernemingen van partijen (horecagroothandels), niet dagelijks bestellingen zal plaatsen.“ (4.21)
Ook de merkenrechtelijke vorderingen worden toegewezen: Gelet op de grote mate van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen de woordmerken Van den Boren Ebo van den Bor enerzijds en het teken Van den Bor anderzijds, het feit dat de aangeboden waren en diensten in hoofd zaak dezelfde of soortgelijk zijn, alsmede de aanwezigheid van een voldoende onderscheidingskracht van de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor, kan worden geconcludeerd dat bij het in aanmerking komende publiek verwarring kan ontstaan. (4.31).
Tussen partijen is ten slotte niet in geschil dat het in geding zijnde logo van Ebo van den Bor B.V. een auteursrechtelijk beschermd werk is in de zin van de auteurswet. “Zij verschillen alleen van mening over de vraag aan wie het auteursrecht toekomt.” Dat recht komt volgens de rechtbank toe aan eiseres, nu de betwisting daarvan door gedaagde onvoldoende onderbouwd is. En ook hier is vervolgens sprake van inbreuk:
4.49. In het onderhavige hebben als creatieve keuzes en dus als auteursrechtelijk beschermde elementen te gelden de geel-groene kleurstelling van het logo, bestaande uit een bol met witte uitsparingen van plantenmotieven met daar doorheen in grote groene letters de ondernemingsnaam, en daaronder een golvende groene bannier met daarop in het wit de plaats van vestiging. Deze auteursrechtelijk beschermde elementen zijn terug te vinden in het Asiatico-logo, waardoor de totaalindruk van dat logo sterk overeenstemt met die van het Van den Bor-logo.
(…) 4.51. Het Asiatica-logo kan aldus worden beschouwd als een nabootsing en dus als een verveelvoudiging in de zin van artikel 13 Aw. Asiatica maakt aldus inbreuk op het auteursrecht van Ebo van den Bor B.V.
Nu de vorderingen van Ebo van den Bor B.V. op grond van het handelsnaamrecht, het merkenrecht en het auteursrecht voor toewijzing gereed liggen, wordt de vordering uit hoofde van onrechtmatige daad eveneens toegewezen. “Asiatica B.V. heeft inbreuk gemaakt op de hiervoor genoemde rechten van Ebo van den Bar B.V. Ebo van den Bor B.V. heeft de mogelijkheid dat zij daardoor schade heeft ge leden, onder andere bestaande uit reputatieschade en winstderving doordat bestellingen niet bij haar maar bij Asiatica B.V. zijn geplaatst, aannemelijk gemaakt zodat ook de gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure kan worden toegewezen.”(4.54).
1019h proceskosten gedaagde: € €13.495,75 (de handmatige correctie van 3 augustus ziet slechts op dit bedrag).
Lees het vonnis hier.