B9 11628. Wim Maas en Charlotte de Boer, Deterink: Het begrip ‘anderszins verhandelen’ nader verkend: kort commentaar bij Hof Den Haag 24 juli 2012, B9 11609 (Pfizer/UVIT en VGZ).
Op 29 oktober 2011 schreven wij over het aanbiedingsbegrip, één van de kernbegrippen binnen het IE-recht (zie B9 10347). In deze bijdrage hebben wij betoogd dat aan het begrip “aanbieden” als bedoeld in (onder meer) artikel 53 lid 1, aanhef en onder a ROW een ruime uitleg dient te worden gegeven. Het gaat om alle aanbiedingen die ertoe strekken, dan wel tot gevolg hebben, dat de aangeboden producten in het economisch verkeer worden gebracht. Daarbij doet het er niet toe dat de aangeboden producten nog niet daadwerkelijk in de handel zijn en dus nog niet gekocht kunnen worden.
In het arrest van het Hof Den Haag van 24 juli 2012 is de reikwijdte van een andere aan de octrooihouder voorbehouden handeling aan nader onderzoek onderworpen. Pfizer stelt onder meer in de onderhavige gevoegde procedures dat het UVIT/VGZ door het versturen van uitnodigingen om deel te nemen aan de zogenaamde “couvertprocedure”, dan wel door het sluiten van een overeenkomst met de meest gunstige aanbieder van een als preferent aan te wijzen geneesmiddel, moet worden aangemerkt als een “anderszins verhandelen” in de zin van artikel 53, lid 1, aanhef en onder a ROW. De Voorzieningenrechter in eerste aanleg als het Hof in hoger beroep wijzen de stelling van Pfizer af. (…) Wij menen dat vanuit dogmatisch oogpunt dit voorlopig oordeel niet juist is.
Lees het gehele artikel hier.