Kort commentaar bij HvJ EU Bericap/Plastinnova èn Rb Den Haag Apple/Samsung

29-11-2012 Print this page

B9 11890. Charlotte Vrendenbarg, sectie IE, Universiteit Leiden: Kort commentaar bij HvJ EU 15 november 2012, zaak C-180/11, B9 11843 (Bericap / Plastinnova) en Rb ’s-Gravenhage 28 november 2012, LJN: BY4482, B9 11888 (Apple / Samsung).

“In het arrest van 15 november 2012 in zaak C 180/11, B9 11843 (Bericap/Plastinnova) verduidelijkt het Europese Hof dat de bepalingen van de Handhavingsrichtlijn alleen van toepassing zijn wanneer sprake is van inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht. Een nietigheidsprocedure heeft betrekking op de geldigheid van, i.c., een gebruiksmodel en niet op inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, en valt daarom buiten de reikwijdte van de Handhavingsrichtlijn.

(…) De Nederlandse rechtspraak daarentegen laat geen eenduidig beeld zien. Zo zijn proceskostenveroordelingen ex artikel 1019h Rv toegewezen in procedures die uitsluitend de geldigheid van een IE-recht betroffen.  Een dergelijke, ruime interpretatie van het toepassingsbereik staat tegenover de restrictieve benadering, waarbij als voorwaarde voor toepasselijkheid van (bijvoorbeeld) artikel 1019h Rv wordt gesteld dat de procedure daadwerkelijk  betrekking heeft op (dreigende) inbreuk of plaatsvindt in het kader van een inbreukactie. (…) Deze problematiek speelt op dit moment in de zaak Apple/Samsung (B9 11888), waarin Samsung in reconventie (voorwaardelijk) de nietigheid vordert van het Nederlands deel van het octrooi van Apple. Samsung wordt ten aanzien van de reconventionele vordering in het ongelijk gesteld. In verband met het arrest Bericap/Plastinnova rijst de vraag wat dient te gebeuren met de proceskosten ex artikel 1019h Rv.  (…) Wat dient te gebeuren met de proceskosten indien de ‘inbreukmaker’ zich met succes verweert tegen de rechthebbende, bijvoorbeeld door middel van een geslaagde nietigheidsactie tegen het ingeroepen IE-recht?

Lees het gehele artikel hier.