Proceskostenveroordeling provisionele eis in IE-zaak betreft slechts de extra kosten

04-10-2013 Print this page
B912546

Sikke Kingma (Pels Rijcken), Cassatieblog.nl, CB 2013-163, 3 oktober 2013. Over het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2013 in de zaak tussen Boston Scientific en OrbusNeich.

"De proceskostenveroordeling van art. 1019h Rv in IE-zaken blijft vragen oproepen. De reikwijdte van de bepaling is niet geheel duidelijk (geldt het artikel bijvoorbeeld alleen bij vorderingen die concrete inbreuken betreffen, of ook in zaken die handhaving van IE-rechten in ruime zin betreffen?), maar het is ook niet altijd makkelijk gevorderde proceskosten te begroten: als in een procedure bijvoorbeeld samenhangende eisen in conventie en reconventie worden ingesteld, of een provisionele eis en een hoofdvordering, hoe moeten de gemaakte kosten dan aan (het instellen van, dan wel verweer voeren tegen) de verschillende vorderingen worden toegerekend? Dat is niet altijd precies te zeggen en daarnaast zullen daarbij tactische overwegingen kunnen spelen om de opbrengsten zo groot mogelijk of de kosten zo laag mogelijk te houden (zie bijvoorbeeld wat er in Apple/Samsung gebeurde).

In een octrooizaak was een provisionele eis ingesteld en afgewezen. De proceskosten werden door de rechtbank gereserveerd, dat wil zeggen: de partij die in de hoofdzaak in het ongelijk zou worden gesteld, zou ook de proceskosten in het incident moeten dragen. In hoger beroep werd die reservering vernietigd. Volgens het hof waren ook enige kosten gemaakt voor het verweer tegen de provisionele eis, zij het dat slechts een zeer beperkt deel van de gedingstukken daaraan was gewijd. Het hof begrootte de kosten op een zesde deel van de totale door de verweerder gevorderde kosten en wees deze toe.

Nu klinkt een zesde misschien op het eerste gezicht als betrekkelijk weinig, maar de totale kosten bedroegen ruim € 370.000 (voor één instantie!), dus een zesde daarvan was ruim € 60.000, terwijl het verweer tegen de provisionele eis voor het grootste deel overeenkwam met het verweer in de hoofdzaak. Het voegde daaraan alleen toe dat en waarom voor een voorlopige toewijzing van het gevorderde geen grond bestond. De Hoge Raad casseert dan ook (r.o. 3.3.4)."

Lees hier meer. Het HR-arrest Boston Scientific/OrbusNeich hier.