Staat het Europees recht een nationaal systeem voor de registratie en bescherming van geografische aanduidingen toe?

27-10-2021 Print this page
Auteur:
Wisse van der Lelij
B916274

Zaak C-35/21. KONSERVINVEST. Prejudiciële vragen Varhoven kasatsionen sad (Hoge Raad Bulgarije). 

 

MerkenrechtSamenvatting van minbuza.nl:'Bulkons Parvomay is bij besluit van het Bulgaarse octrooibureau geregistreerd als gebruiker van een geografische benaming, “lyutenitsa Parvomai” voor het product “lyutenitsa”. Bulkons Parvomay is de enige geregistreerde gebruiker van deze geografische aanduiding. Konservinvest heeft eigen nationale merken laten registreren, “K konservinvest Parvomayska lyutenitsa” en “Parvomayska lyutenitsa rachenitsa”. Konservinvest verzoekt om nietigverklaring van het besluit betreffende de registratie van de geografische aanduiding “Lyutenitsa Parvomay”. Konservinvest voerde aan dat het Bulgaarse octrooibureau niet bevoegd is om een geografische aanduiding voor een binnen de werkingssfeer van verordening 1151/2012 vallend landbouwproduct of levensmiddel te registreren.  De hoogste bestuursrechter heeft het verzoek van Konservinvest afgewezen op grond van de overweging dat het Bulgaarse octrooibureau juist wel bevoegd is om een geografische benaming op nationaal niveau te registreren[…]'

 

'De verwijzende rechter merkt op dat er geen uitdrukkelijke regeling van de Unie bestaat over de toelaatbaarheid van de parallelle nationale registratie van een geografische aanduiding voor landbouwproducten en levensmiddelen en van de daaruit voortvloeiende, enkel op het grondgebied van de registrerende lidstaat geldende bescherming. Artikel 9 van verordening 1151/2012 sluit de nationale registratie en de nationale bescherming van geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen waarop deze verordening betrekking heeft niet uitdrukkelijk uit. Daartegenover staat dat die bepaling, uitgelegd in het licht van de overwegingen 15 en 24 van die verordening, het aannemelijk maakt dat een nationale regeling van de bescherming op nationaal niveau niet toelaatbaar is buiten de in de betreffende bepaling bedoelde gevallen van voorlopige bescherming[…]'

 

De prejudiciële vraag:

 

Staat artikel 9 van verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, buiten de in deze bepaling geregelde gevallen van voorlopige bescherming, een nationaal systeem toe voor de registratie en bescherming van geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen die binnen de werkingssfeer van die verordening vallen, en laat die bepaling de lidstaten de vrijheid om op nationaal niveau (naar analogie van het parallelle stelsel voor merken) andere, parallel geldende voorschriften voor het regelen van rechtsgeschillen over inbreuken op het recht op een dergelijke geografische aanduiding toe te passen op geschillen tussen plaatselijke handelaren die onder verordening nr. 1151/2012 vallende landbouwproducten en levensmiddelen produceren en op de markt brengen in de lidstaat waar de geografische aanduiding is geregistreerd?

 

Lees het volledige bericht hier