B9 11606.Rechtbank ’s-Gravenhage, 1 augustus 2012, LJN: BX5675, Turboned Group B.V. tegen Wiandel Holding B.V.
843a Rv. Vordering tot inzage en afgifte ie-gerelateerde documenten wordt aangemerkt als fishing expedition. Turboned c.s. stellen, kort gezegd, dat gedaagden onvolledige, onjuiste en misleidende informatie aan Turboned Group hebben verstrekt omtrent de inmiddels gesloten koopovereenkomst, waarbij Wiandel en Sapienti al hun aandelen in Turboned Holding hebben verkocht aan Turboned Group, een speciaal voor de overname opgerichte vennootschap. Volgens Turboned c.s. zijn er bijvoorbeeld concrete aanwijzingen dat ‘niet alle montagetekeningen/-modellen door Turboned Holding zelf zijn voortgebracht en zij alle rechten daarop heeft’.
Truboned vordert i.c. inzage, afgifte of uittrekstel van o.a. correspondentie van gedaagden (en gerelateerde documentatie) m.b.t. de verkrijging van montagetekeningen en -modellen (en andere intellectuele eigendomsrechten) door (dochtervennootschappen van) Turboned en bepaalde correspondentie voor zover die ziet op het opvoeren en waarderen van intellectuele eigendomsrechten in de financiële administratie van de dochtervennootschappen van Turboned c.s., alsmede de verkrijging van intellectuele eigendomsrechten door (dochtervennootschappen van) Turboned c.s.
De rechtbank wijst de vordering echter af. “Van meer dan een vermoeden dat de gevorderde bescheiden informatie bevatten die de standpunten van Turboned c.s. zouden kunnen ondersteunen is geen sprake. De rechtbank is dan ook - met [gedaagde] en Wiandel - van oordeel dat de vordering van Turboned c.s. veel weg heeft van een fishing expedition en daarvoor heeft de wetgever geen ruimte willen bieden.’
4.4. Daarbij komt dat evenmin voldaan is aan de eis dat het moet gaan om 'bepaalde bescheiden'. Turboned c.s. vorderen exhibitie van de volledige correspondentie tussen [gedaagde] en diverse personen over uiteenlopende onderwerpen, waarbij slechts een beperking in de tijd is gegeven. De bescheiden zouden betrekking hebben op de periode tussen 31 maart 1994 tot en met 14 december 2010, aldus over 16,5 jaar. Op deze wijze zijn de stukken naar het oordeel van de rechtbank te algemeen en te weinig gespecificeerd om als bepaalde bescheiden te kunnen worden gekwalificeerd. Het gelegde bewijsbeslag maakt dit niet anders. Het beslag laten leggen op documenten betreft een onvoldoende concretisering om de daaronder vallende stukken als hiervoor bedoeld te kwalificeren. In casu geldt dit temeer nu naar eigen stelling van Turboned c.s. de opgevraagde correspondentie niet zeker maar slechts naar verwachting van Turboned c.s. onderdeel uitmaakt van de in beslag genomen gegevensdragers.
4.5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Turboned c.s. geen recht hebben op inzage dan wel afschriften van de gevorderde correspondentie. De vordering in conventie dient dan ook reeds op grond hiervan te worden afgewezen. De overige verweren van [gedaagde] en Wiandel behoeven geen bespreking meer.
Lees het vonnis hier. Zie ook: Vzr. Rb. Dordrecht, 19 april 2012, B9 11421 (ABB/Turboned).