6.3 - Beschikkingsbevoegdheid
Print this pageBeschikkingsbevoegde. Artikel 3:84(1) BW leert dat voor een rechtsgeldige overdracht niet alleen vereist is dat de levering op een geldige titel gebaseerd is, maar ook dat die levering verricht wordt door een beschikkingsbevoegde: “hem die bevoegd is over het goed te beschikken” in de terminologie van artikel 3:84(1) BW. De grondslag voor de eis van beschikkingsbevoegdheid is de zogeheten ‘nemo plus’-regel, ofwel het aloude beginsel dat niemand meer rechten kan overdragen dan hij zelf heeft.
Voluit: “Nemo plus iuris ad alium transferre potest quam ipse haberet.” Asser-Mijnsen-De Haan-Van Dam, 2006, nr. 246; Rank-Berenschot, T&C Vermogensrecht, 2021, artikel 3:84, aant. 2.
Beschikken. Het begrip “beschikken” ziet op het vervreemden of bezwaren van een goed. Beschikkingsbevoegdheid is een goederenrechtelijk begrip en staat voor de relatie tussen een rechthebbende en één of meer bepaalde goederen. Per goed dient men te beoordelen of de betrokkene inderdaad bevoegd is daarover te beschikken.
Handelingsbekwaamheid. Beschikkingsbevoegdheid dient onderscheiden te worden van “handelingsbekwaamheid”. Artikel 3:32(1) BW leert dat handelingsbekwaamheid ziet op de vraag of een natuurlijke persoon al dan niet bekwaam is in zijn algemeenheid rechtshandelingen te verrichten. Handelingsbekwaamheid kan worden beperkt bij wet, zoals in geval van minderjarigheid (artikel 1:234 BW) of curatele (artikel 1:381 BW)
Rechthebbende. De hoofdregel is dat de rechthebbende op een goed (exclusief) bevoegd is daarover te beschikken. Anderen dan de rechthebbende komt die bevoegdheid in beginsel niet toe.
Vertegenwoordigingsbevoegdheid inzake rechthebbende. Uiteraard dient de rechthebbende bij de onderteking van de leveringsakte rechtseldig te worden vertegenwoordigd. Onduidelijkheid daarover kan er toe leiden dat de nieuwe rechthebbende in een handhavingsprocedure niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat de overdracht niet voldoende vaststaat. Zie: Rb Den Haag, 4 november 1998, De Boer v Ametrac (IEPT19981104).
Moment van levering. Aan het vereiste van beschikkingsbevoegdheid dient voldaan te worden op het moment dat de levering voltooid wordt.
Van Swaaij, 2000, nr. 205; Asser/Bartels & Van Mierlo, 3-IV, 2021, nr. 286; Rank-Berenschot, T&C Vermogensrecht, 2021, artikel 3:84 BW, aant 2.
6.3.1 - Uitsluiting of beperking van beschikkingsbevoegdheid
6.3.3 - Derdenbescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid
6.3.4 - Derdenbescherming bij ongeldige eerdere overdracht - 3:88 BW
6.3.5 - Derdenbescherming bij gewekte schijn van bevoegdheid - artikel 3:36 BW
6.3.6 - Derdenbescherming bij privatieve last - artikel 7:423 BW