Artikel 18
Print this page
1. De houder kan van een persoon als in artikel 17 bedoeld in rechte eisen dat hij zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 14, lid 3, van de basisverordening, zoals in deze verordening nader omschreven, nakomt.
2. Wanneer een dergelijke persoon opzettelijk of uit onachtzaamheid zijn verplichting uit hoofde van artikel 14, lid 3, vierde streepje, van de basisverordening met betrekking tot een of meer rassen van dezelfde houder niet is nagekomen, kan de vergoeding aan de houder van alle andere daardoor ontstane schade overeenkomstig artikel 94, lid 2, van de basisverordening de kosten omvatten van de onderzoeken die de houder heeft uitgevoerd om de omvang van de niet-nakoming vast te stellen en te beoordelen.