Vordering tot herstel in oude toestand van kunstwerk inclusief plaatsing op de plaats waarvoor het kunstwerk werd ontworpen op grond van onrechtmatige daad art 1401-1403 BW (oud), afgewezen: Niet aannemelijk gemaakt dat een orgaan van gedaagde (Schiphol) de onrechtmatige daad heeft verricht of opdracht daartoe heeft gegeven. Schuld ontbreekt bij degenen die zich daadwerkelijk met de ontruiming hebben beziggehouden: niet bekend en onduidelijk dat het een kunstwerk betrof.
AUTEURSRECHT – ONRECHTMATIGE DAAD - KUNST&IE
Eiser heeft in opdracht van KLM een wandschildering - door haar aangeduid als een wandbedekking, gevormd uit witte formicapanelen, die met schroeven aan de muur waren bevestigd en twee van de vier wanden van de zaal geheel bedekten, op welke panelen de beschildering was aangebracht - gemaakt in de toenmalige behuizing van de KLM op Schiphol. Dit werk heeft hij omstreeks januari 1968 opgeleverd. KLM heeft in 1971 haar behuizing op Schiphol, eigendom van gedaagde Schiphol, verlaten en is neergestreken in een nieuw hoofkantoor in Amstelveen. Eiser heeft enige tijd later opgemerkt dat de door hem geschilderde wandschildering uit de kantoorzaal waar deze was aangebracht, is verwijderd, vernietigd is en niet meer bestaat.
Volgens eiser is het kunstwerk door toedoen van gedaagde vernietigd en heeft gedaagde hierdoor onrechtmatig jegens hem gehandeld, primair door schending van zijn ‘droit au respect’ en subsidiair door gedrag in strijd met de maatschappelijk betamende zorgvuldigheid ten opzichte van hem. Hij vordert tot herstel in oude toestand van het kunstwerk met inbegrip van de plaatsing op de plaats waarvoor het werk werd ontworpen. Subsidiair vordert eiser gedaagde te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ter grootte van f 50.000,-
De vorderingen van eiser worden afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeel dat een beroep op artikel 1401 BW (oud). Een dergelijke vordering gericht tegen een rechtsperspoon als gedaagde heeft alleen kans van slagen indien een orgaan van de rechtspersoon – in casu: het bestuur van gedaagde, of bestuurders individueel, binnen de formele kring van zijn bevoegdheid deze daad heeft verricht c.q. daartoe opdracht heeft verstrekt.
Gedaagde heeft echter niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat een orgaan van gedaagde een dergelijke bemoeienis heeft gehad met het kunstwerk.
Een beroep op artikel 1403 BW (oud) slaagt evenmin. Voor toewijzing moet schuld aanwezig zijn bij degenen die zich feitelijk met de ontruiming hebben beziggehouden. Daarvoor moet bij hen bekend zijn dat het hier om een kunstwerk ging. Dat was echter voor functionarissen van Schiphol niet duidelijk. Genoemde functionarissen meenden dat de wandbedekking, in gestileerde vorm en in verschillende kleuren weergevend de letters K, L en M, door de K.L.M, zelf was gemaakt.
IEPT19751118, Rb Haarlem, Koetsier v Schiphol
IEPT19770616, Hof Amsterdam, Koetsier v Schiphol
Beeld ter illustratie
Modern Art is my affair - Hans Koetsier 1973. Verschenen als advertentie op 2 maart 1974 in Het Parool