Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie tegen het arrest van hof Den Haag van 30 september 1999
22-03-2020 Print this pageDe Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie: hof mocht oordelen dat door Tetra gevorderde inbreukverbod achterwege mocht blijven omdat oppositieprocedure in hoger beroep bij EPO tot herroeping van het octrooi zou leiden. Voor de beoordeling of een dergelijke kans bestaat is niet slechts plaats in de door Tetra genoemde gevallen.
Cassatie tegen het arrest van het hof Den Haag van 30 september 1999. Tetra is rechthebbende op het Europees octrooi 0 558 151, met als prioriteitsdatum 26 februari 1992, verleend op 31 januari 1996. Dit octrooi, dat betrekking heeft op een, door partijen als “dubbele spiraaloven” aangeduide, oven voor voedingsproducten, heeft mede gelding voor Nederland.
Meyn, die in Oostzaan onder meer ovens produceert, heeft in maart 1996 een brochure verspreid waarin zij haar “Hot Air Ovens” aanprijst, verkrijgbaar in de vorm van tunnel- en spiraalovens. Meyn heeft oppositie ingesteld tegen het octrooi. In kort geding heeft de rechtbank den Haag op 24 september 1996 het door Tetra gevorderde inbreukverbod toegewezen. Meyn heeft tegen de aanvrage van het octrooi oppositie ingediend. De oppositieafdeling van het EOB heeft de redactie van conclusie 1 enigszins gewijzigd en het octrooi van Tetra in gewijzigde vorm in stand gehouden. Tegen deze op 5 mei 1998 verzonden beslissing is beroep ingesteld, onder anderen door Meyn.
In hoger beroep oordeelde het hof Den Haag dat een inbreukverbod in kort geding achterwege diende te blijven omdat een gerede kans bestaat dat het octrooi van Tetra uiteindelijk de oppositieprocedure bij het Europees Octrooibureau niet zal overleven, nu de uitvinding nieuwheid ontbeert en niet op uitvinderswerkzaamheid berust.
Tegen het arrest van het Hof heeft Tetra beroep in cassatie ingesteld. De klachten falen. De klacht van onderdeel 1 a houdt in dat in een geval als het onderhavige, waarin in eerste aanleg in de oppositieprocedure het octrooi (in gewijzigde vorm) in stand is gehouden en de conclusie slechts beperkt is gewijzigd, een inbreukverbod alleen dan in verband met de kans op herroeping in hoger beroep en nietigverklaring achterwege dient te blijven wanneer de opposant aannemelijk maakt dat de oppositieafdeling zodanige fouten heeft gemaakt of zulk belangrijk materiaal heeft genegeerd dat het octrooi niet in stand was gebleven als deze fouten niet waren gemaakt.
De klacht faalt. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het hof kunnen oordelen dat het door Tetra gevorderde inbreukverbod achterwege moest blijven als er een aanzienlijke kans bestond dat de oppositieprocedure in hoger beroep, anders dan in eerste aanleg, tot herroeping van het octrooi van Tetra zou leiden, zie ook het arrest van de Hoge Raad van 21 april 1995, Boehringer Mannheim v Kirin Amgen (EPO) Voor het oordeel dat een dergelijke kans bestaat is niet slechts plaats in de door het onderdeel genoemde gevallen, zoals de aannemelijk gemaakte fouten van de oppositieafdeling of van het negeren van belangrijk materiaal door dezelfde oppositie afdeling.
IEPT20011026, HR, Tetra v Meyn