Toegestane parallelimport drankflessen met verwijderde identificatiecodes
10-09-2025 Print this page
Rémy Martin beroept zich op ‘gegronde redenen’ tegen parallelimport van flessen waarvan de identificatiecodes zijn verwijderd. Het Hof oordeelt dat de wijzigingen geen aantasting van de merkfaam of herkomstverwarring veroorzaken. Hoewel de codes legitieme doelen dienen, weegt het belang van vrije parallelhandel zwaarder. Functies van het merkrecht worden licht aangetast, maar dit rechtvaardigt geen verzet. Bewijsaanbod van Rémy Martin is onvoldoende gemotiveerd; het vonnis wordt bevestigd en Rémy Martin veroordeeld tot NAF 3.400.
Het gaat hier om parallelimport van flessen Rémy Martin waarvan de identificatiecode is verwijderd. De vraag is of Rémy Martin, de merkhouder, zich terecht beroept op ‘gegronde redenen’ als bedoeld in artikel 28 lid 8 van de Merkenlandsverordening (Mlv). Het GEA heeft de merkenrechtelijke vorderingen van Rémy Martin afgewezen met verwijzing naar het vonnis Diageo. Rémy Martin tracht het Hof te bewegen om terug te komen van zijn Diageo-zaak IEPT20121019.
In casu staat niet vast dat de aan de flessen en verpakkingen aangebrachte veranderingen een noemenswaardige afbreuk doen aan de goede faam van de merken (waarbij wordt uitgegaan van het luxe imago daarvan) of tot herkomstverwarring kunnen leiden. Naar het oordeel van het Hof streeft Rémy Martin met het aanbrengen van de identificatiecodes (mede) legitieme doeleinden na.
Het feit dat sommige functies van het merkrecht (zoals kwaliteitsgarantie en reclame) enigszins worden aangetast, is op zichzelf geen reden voor verzet.
Het aanbrengen van codes leidt niet tot aantasting van de goede faam van de merken of herkomstverwarring. Hoewel Rémy Martin legitieme belangen nastreeft met de identificatiecodes, weegt het belang van vrije parallelhandel zwaarder. Het huidige prijsverschil of het feit dat de codes nog niet worden gebruikt om parallelimport te beperken, verandert hier niets aan; er is sprake van een ‘chilling effect’, en het bewijsaanbod van Rémy Martin is onvoldoende gemotiveerd.
Het hof bevestigt het bestreden vonnis en veroordeelt Rémy Martin in de kosten: NAF 3.400.
(let op: uitspraak uit 2013, recent gepubliceerd)