Geen belang bij herroeping IE-kort geding, nu reeds eindvonnis in bodemprocedure is gewezen

04-12-2013 Print this page
IEPT20131127, Rb Amsterdam, Handtassen
(Met dank aan Joep Weel, ABC Legal)

Herroepingszaak over IE-kort geding. Eisers niet-ontvankelijk, nu zij geen belang meer hebben bij vorderingen aangezien in bodemprocedure reeds einduitspraak is gedaan en in kort geding getroffen voorzieningen hierdoor zijn vervallen. Proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv (€ 8.821): hoewel procedure is gegrond op artikel 382 Rv, vindt procedure oorzaak in geschil betreffende handhaving van een IE-recht.

AUTEURSRECHT - PROCESRECHT

Herroepingszaak (artikel 382 Rv) over een IE-kort geding (IEPT20120223), waarbij voorafgaand aan de herroepingszaak al een bodemprocedure gestart was (IEPT20131106). In dit kortgedingvonnis was geoordeeld dat eisers met hun Keycord Bag inbreuk maakten op de auteursrechten van gedaagde op het ontwerp van haar Beijing Bag. Eisers vorderen herroeping van dit vonnis, omdat het zou berusten op door gedaagde in dat geding gepleegd bedrog, en heropening van het geding. Gedaagde zou volgens eisers, willens en wetens aanspraak hebben gemaakt op een auteursrecht, terwijl zij wist dat dat recht haar niet toekwam.

De rechtbank stelt vast dat de kantonrechter in de bodemprocedure reeds op 6 november jl. eindvonnis heeft gewezen, waarin de vorderingen van gedaagde grotendeels zijn toegewezen en eisers zijn veroordeeld iedere vorm van exploitatie van de Keycord Bag te staken. Met dit vonnis van de kantonrechter zijn de in kort geding getroffen voorzieningen komen te vervallen. Van enig (rechtens relevant) belang van eisers bij de herroepingsvorderingen, nu voorafgaand aan dit vonnis in de bodemzaak reeds einduitspraak is gedaan, is niet gebleken. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat ter zitting is komen vast te staan dat naar aanleiding van het kortgedingvonnis geen dwangsommen zijn verbeurd, zodat het belang van eisers bij herroeping ook niet daarin is gelegen. Eisers zijn wegens dit gebrek aan belang dan ook niet-ontvankelijk in hun vorderingen. Hoewel de vorderingen van eisers in de onderhavige procedure zijn gegrond op artikel 382 Rv, vindt de procedure zijn oorzaak in een geschil betreffende de handhaving van een IE-recht zodat een proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv op zijn plaats is: € 8.821.