Een handelspraktijk is misleidend als het voldoet aan de voorwaarden van artikel 6 richtlijn 2005/29

19-12-2013 Print this page
IEPT20131219, HvJEU, Trento Sviluppo v AGCM

Handelspraktijk is misleidend als praktijk onjuiste informatie betreft die gemiddelde consument kan bedriegen en van dien aard is dat zij de consument ertoe kan brengen een besluit te nemen over de transactie die hij anders niet had genomen. Begrip “besluit over transactie”  omvat alle besluiten die rechtstreeks verband houden met het besluit om het product al dan niet te kopen.

 

ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN

 

In maart 2008 is Centrale Adriatica een speciale promotieactie gestart bij enkele verkooppunten waarbij een aantal producten tegen voordelige prijzen werden aangeboden. Een van de producten die in die reclamefolder tegen een promotieprijs werden aangeboden, was een laptop. Op 10 april 2008 heeft een consument bij het AGCM (Italiaanse mededingingsautoriteit) een klacht ingediend betreffende het feit dat deze verkoopaanbieding volgens hem onjuist was omdat genoemde laptop niet beschikbaar was toen hij zich tijdens de geldigheidsduur van de promotie naar de supermarkt had begeven. Bij beschikking is aan de Centrale Adriatica en aan de andere betrokken vennootschap een geldboete opgelegd. Hiertegen zijn de vennootschappen in beroep gekomen. 

Bij de verwijzende rechter is twijfel gerezen over de draagwijdte van het begrip „misleidende handelspraktijk” in de zin van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2005/29. In sommige taalversies lijkt het om een algemene bepaling te gaan waarin een handelspraktijk de consument ertoe kan brengen zijn transactiegedrag te wijzigen volstaat om deze handelspraktijk als misleidend te kwalificeren. Andere taalversies lijken erop te wijzen dat van een misleidende praktijk pas sprake is als er is voldaan aan een van de voorwaarden van het eerste deel van dat artikel als aan de voorwaarde dat de handelspraktijk het besluit van een consument over een transactie moet kunnen beïnvloeden. De verwijzende rechter stelt het Hof de volgende vraag:

 

Moet de uitdrukking ‚e in ogni caso’ in de Italiaanse [...]versie van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2005/29[...] aldus worden uitgelegd dat één van de in het eerste deel van het genoemde lid bedoelde voorwaarden volstaat om een praktijk te kwalificeren als een misleidende handelspraktijk, of is van een dergelijke handelspraktijk alleen sprake indien ook is voldaan aan de aanvullende voorwaarde dat de handelspraktijk de consument ertoe kan brengen een afwijkend besluit over een transactie te nemen?


Is een handelspraktijk, kortom, misleidend louter omdat die praktijk onjuiste informatie bevat of de gemiddelde consument kan bedriegen, dan wel of bovendien vereist is dat die praktijk de consument beweegt een transactie te doen die hij anders niet had gedaan. 

 

Het Hof geeft als antwoord:

Op de gestelde vraag moet aldus worden geantwoord dat een handelspraktijk moet worden aangemerkt als „misleidend” in de zin van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2005/29, wanneer die praktijk ten eerste gepaard gaat met onjuiste informatie of de gemiddelde consument kan bedriegen en ten tweede van dien aard is dat zij de consument ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Artikel 2, sub k, van genoemde richtlijn moet aldus worden uitgelegd dat onder het begrip „besluit over een transactie” alle besluiten vallen die rechtstreeks verband houden met het besluit om een product al dan niet te kopen.

 

De in artikel 6 richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG) genoemde misleidende handelspraktijken vormen een specifieke categorie van de in artikel 5 lid 2 zelfde richtlijn bedoelde oneerlijke handelspraktijken. De misleidende handelspraktijken van artikel 6 moeten volgens het Hof daarom alle wezenlijke kenmerken van een dergelijke oneerlijke praktijk vertonen en ook het kenmerk hebben dat deze praktijk de consument een besluit over een transactie doet nemen die hij anders niet had genomen. Verder is het volgens punt 14 van de considerans van genoemde richtlijn wenselijk dat onder “misleidende handelspraktijken” die praktijken worden verstaan waarbij de consument wordt bedrogen en hem wordt belet een geïnformeerde en dus efficiënte keuze te maken.


Over het begrip “besluit over transactie” merkt het Hof op dat het begrip in artikel 2 sub k richtlijn oneerlijke handelspraktijken ruim is gedefinieerd. Naar het oordeel van het Hof omvat dit begrip niet alleen het besluit om een product al dan niet te kopen maar tevens het besluit dat daarmee rechtstreeks verband houdt, met name het besluit om de winkel binnen te gaan.
 

IEPT20131219, HvJEU, Trento Sviluppo v AGCM

 

ECLI:EU:C:2013:859 / C-281/12