Voorzieningenrechter bevoegd. Voldoende spoedeisend belang jegens gedaagden: voortdurende inbreuk c.q. geen onthoudingsverklaring afgelegd en inbreuken bestreden. Vlisco dessins auteursrechtelijk beschermd creatieve keuzes gemaakt door ontwerpers. Geen uitputting: onvoldoende onderbouwd. Alle door Stella Jean c.s. gebruikte dessins zijn naar voorlopig oordeel verveelvoudigingen van Vlisco dessins. Gedaagden richten zich op wereldwijde verkoop en daarmee ook op Nederland. Geen inbreuk op Gemeenschapsmerken Vlisco: geregistreerde vogel en steigerende paard niet gebruikt ter onderscheiding van waren. Geen belang bij toewijzing vorderingen op grond van Gemeenschapsmodelrechten ten aanzien van Stella Jean c.s.. Geen inbreuk door Saks: geen producten verkocht waarin dessins Stelle Jean zijn verwerkt. Wel inbreuk door Moda Operandi op ongeregistreerde Gemeenschapsmodelrechten.
IPR - PROCESRECHT - AUTEURSRECHT – MERKENRECHT - MODELRECHT
Kort geding. Vlisco stelt dat Stella Jean en vijf andere gedaagden inbreuk maken op haar auteursrechten, merkenrechten en modelrechten op haar dessins door deze in de door hun vervaardigde en verkochte kleding te verwerken c.q. door Stella Jean artikelen wereldwijd te verkopen in hun webshops.
De gedaagden zijn gevestigd in Italië, Nederland en in de VS. De voorzieningenrechter beoordeelt haar bevoegdheid op grond van de Brussel Ibis verordening, de GMeV en de GMoV. De voorzieningenrechter overweegt dat zij bevoegd is kennis te nemen van de auteursrechtelijke en onrechtmatige daadsvorderingen jegens alle gedaagden voor Nederland, van de merkenrechtelijke en modelrechtelijke vorderingen jegens Stella Jean c.s. voor Nederland en van de merkenrechtelijke en modelrechtelijke vorderingen jegens Saks en Moda Operandi voor de Europese Unie.
Vlisco heeft voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen. Jegens Stella Jean en Saks omdat na sommatie en onderhandelingen de inbreuk voortduurt. Jegens Luisa Via Roma, Al Duca en Saks is sprake van spoedeisend belang omdat deze partijen de gestelde inbreuken bestrijden en geen onthoudingsverklaring hebben afgelegd. Voorts wordt overwogen dat de zaak niet te complex is voor een kort geding, nu de feiten voldoende helder zijn en de zaak niet te juridisch complex is voor een kort geding.
De verschillende dessins in ogenschouw nemend, is het in het kader van het kort geding, ook zonder nadere motivering van Vlisco voorshands voldoende aannemelijk dat de ontwerpers bij ieder werk vrije creatieve keuzes hebben gemaakt ten aanzien van dessin, tekening, onderwerp en kleur. Voorts is onweersproken gesteld dat Vlisco auteursrechthebbende is. Het uitputtingsverweer slaagt niet. Het is onder meer niet aannemelijk dat Stella Jean c.s. uitsluitend gebruik heeft gemaakt van stoffen die door of met toestemming van Vlisco in het verkeer zijn gebracht. Daar komt bij dat voorshands aannemelijk is gemaakt dat de stoffen die Stella Jean c.s. heeft gebruikt niet volledig identiek zijn aan de Vlisco stoffen, hetgeen erop duidt dat de in de collecties gebruikte stoffen geen Vlisco stoffen zijn. De door Stella Jean c.s. gebruikte dessins stemmen voor wat betreft de totaalindruk en de oorspronkelijke trekken vrijwel geheel overeen, waardoor naar voorlopig oordeel sprake is van verveelvoudigingen van Vlisco dessins en dus van auteursrechtinbreuk.
Dat de inbreukmakende handelingen niet in Nederland plaatsvinden, wordt niet gevolgd door de voorzieningenrechter. Gedaagden richten zich op de wereldwijde verkoop en daarmee ook op Nederland.
Er is geen inbreuk gemaakt op de Gemeenschapsmerken van Vliscom nu de geregistreerde vogel en het steigerende paard uitsluitend een figuratief onderdeel van het dessin zijn, hetgeen het relevante publiek naar voorlopig oordeel niet als gebruik ter onderscheiding van waren zal opvatten.
Nu de bevoegdheid ten aanzien van Stella Jean c.s. beperkt is tot Nederland, ziet de voorzieningenrechter niet in welk belang deze gedaagden hebben bij toewijzing van de op de gestelde Gemeenschapsmodelrechten gebaseerde vorderingen, naast de al toegewezen vorderingen op grond van auteursrecht. Moda Operandi maakt wel inbreuk op ongeregistreerde Gemeenschapsmodelrechten van Vlisco, door producten aan te bieden waarin nabootsingen van een aantal dessins zijn verwerkt.
Hoewel Vlisco heeft gevorderd dat gedaagden hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om dit in het onderhavige geval niet te doen ten aanzien van de vier wederverkopers. Een afzonderlijke procedure jegens één van deze gedaagden zou immers niet de omvang en complexiteit hebben gehad van de onderhavige procedure, zodat de daarmee gemoeide kosten lager zouden zijn. De voorzieningenrechter deelt 70% van de kosten hoofdelijk toe aan Stella Jean en Camac en aan iedere wederverkoper afzonderlijk 7,5%.