Inbreuk op DÜNYAGÖZ en WORLDEYE merken

14-09-2015 Print this page
IEPT20150910, Rb Den Haag, DGH v Dunya Eye
(Met dank aan Eliëtte Vaal, AKD)

Onvoldoende onderbouwd dat [T] van DGH recht op handelsnaam Dunya Eye heeft verworven. Verwarringsgevaar tussen “DÜNYAGÖZ 2004/2012 merken en teken “Dunya Eye”: sterke mate van overeenstemming van dominante element “Dunya”, identieke diensten. Inbreuk “sub d” op DÜNYAGÖZ  merken door geregistreerd houden handelsnaam “Dunya Eye” en domeinnaam dunyaeye.nl: wekt indruk van bijzondere band met DGH. Inbreuk “sub a” door teken Dünya Göz in televisierapportage en brochure te gebruiken voor identieke diensten als DÜNYAGÖZ 2012 merk. Gebruik teken “Dunya Goz” als handelsnaam is inbreuk “sub d”. Inbreuk op merk “WORLDEYE” door gebruik van o.a domeinnamen worldeye.nl en worldeyehospital als doorlink naar website dunyaeye.nl door verwarringsgevaar. Overdracht Beneluxmerk Dunya Goz toegewezen: geen verweer tegen stelling dat depot te kwader trouw was. Doorlink op website dunyaeye.nl naar klantenbeoordelingen die betrekking op nadien gestaakte samenwerking tussen [T] en DGH hebben zijn misleidend door indruk dat beoordelingen betrekking hebben op huidige situatie.

 

MERKENRECHT – MISLEIDENDE RECLAME

 

DGH exploiteert oogzorgcentra in Turkije. Via verschillende tussenpersonen werft zij in onder meer Nederland klanten voor (laser)oogoperaties in Turkije. DGH heeft in 2004 de BV Dunya Eye Nederland opgericht. DGH is houdster van een aantal Beneluxwoord-/beeldmerken, die de rechtbank omschrijft als het DÜNYAGÖZ 2004 merk, het “WORLDEYE” merk, het DÜNYAGÖZ 2012 merk en het DÜNYAGÖZ 2015 merk. In 2010 hebben DGH en [T] een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarna [T] klanten is gaan werven voor oogoperaties in Turkije. Deze samenwerking is later op 27 maart 2015 door DGH opgezegd. [T] heeft op 29 juni 2015 het Beneluxwoordmerk “DUNYA EYE” gedeponeerd.  DGH stelt o.a. dat [T] inbreuk maakt op haar merkenrechten en dat sprake is van misleidende mededelingen.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat [T] zijn stelling dat hij ten tijde van het sluiten van de indeplaatsstellingsovereenkomst van DGH het recht op de handelsnaam Dunya Eye heeft verworven, gelet op de gemotiveerde betwisting door DGH onvoldoende aannemelijk gemaakt. Nu niet in geschil is dat de samenwerkingsovereenkomst per 1 juli 2015 is geëindigd, is [T] niet langer gerechtigd het logo van DGH te gebruiken. Beoordeeld wordt of DGH zich op grond van haar merk- en handelsnaamrechten tegen dat gebruik kan verzetten.

 

Gebruik teken “Dunya Eye”

DGH kan zich op grond van “sub b” verzetten tegen het gebruik van het teken Dunya Eye door [T] op o.a. de website, als domeinnaam en als logo. Gelet op de sterke mate van overeenstemming tussen het bestanddeel “dunya” in het teken en het DÜNYAGÖZ 2004 merk en het DÜNYAGÖZ 2012 merk van DGH, het onderscheidend vermogen van de merken van DGH en het feit dat [T]het teken Dunya Eye gebruikt voor dezelfde diensten als waarvoor het merk is ingeschreven (oogheelkundige diensten) en waarvoor DGH het merk feitelijk gebruikt, is sprake van verwarringsgevaar. Bij het gebruik van het teken in de Dunya Eye logo’s van gedaagde is het verwarringsgevaar nog groter, nu de logo’s en de merken nog meer met elkaar overeenstemmen.

 

DGH kan zich verder op grond van het DÜNYAGÖZ 2004 merk en het DÜNYAGÖZ 2012 merk met een beroep op “sub d” verzetten tegen het gebruik van teken “Dunya Eye” anders dan ter onderscheiding van waren of diensten als handelsnaam en het geregistreerd houden van de domeinnaam dunyaeye.nl. Het is aannemelijk dat [T] de handelsnaam en domeinnaam geregistreerd houdt met de intentie om ze te (blijven) gebruiken voor zijn diensten. Daarmee wekt hij de indruk van een bijzondere band met DGH, waardoor sprake is van onrechtmatig voordeel trekken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk, waarvoor [T] geen geldige reden heeft.

 

Gebruik teken “Dünya Göz”

DGH kan zich naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter op grond van “sub a” verzetten tegen de openbaarmaking van de televisie reportage en de brochure door [T]. In die reportage en brochure wordt (in ieder geval) het DÜNYAGÖZ 2012 gebruikt voor dezelfde diensten als waarvoor de merken zijn ingeschreven. Tegen het gebruik van het teken Dunya Goz als handelsnaam, dat behalve het beeldelement identiek is aan het DÜNYAGÖZ 2012 merk, kan DGH zich op grond van “sub d” verzetten.

 

Domeinnamen en overdracht merken

Naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter kan DGH zich op grond van haar merken met een beroep op artikel 2.20 sub b BVIE ook tegen het gebruik van de domeinnamen (o.a. worldeye.nl en worldeyehospital.nl) als doorlink naar de website www.dunyaeye.nl van [T] verzetten, aangezien sprake is van verwarringsgevaar.  Op grond van “sub d” kan DGH zich verzetten tegen het geregistreerd houden van de domeinnamen.

 

De gevorderde overdracht van het Beneluxmerk Dunya Goz wordt toegewezen, aangezien tegen deze overdracht en tegen de stelling dat sprake is van een depot te kwader trouw, geen verweer is gevoerd. De gevorderde overdracht van het DUNYA EYE merk is onvoldoende onderbouwd.

 

Misleidende mededelingen

De voorzieningenrechter is verder voorshands van oordeel dat [T] misleidende mededelingen heeft gedaan. [T] maakt door middel van de doorlink op zijn website www.dunyaeye.nl klantenbeoordelingen openbaar inclusief bijbehorende score die betrekking hebben op de samenwerking van [T] met DGH, terwijl [T] inmiddels samenwerkt met het West Eye ziekenhuis, hetgeen hij ook op zijn website vermeld. De vermelding van de score 9,1 kan de indruk wekken dat diensten van het West Eye ziekenhuis in combinatie met de diensten van [T] zijn beoordeeld met een 9,1, terwijl die score betrekking heeft op de samenwerking met DGH. Hierdoor is sprake van misleiding van consumenten en onrechtmatig handelen jegens DGH.

 

IEPT20150910, Rb Den Haag, DGH v Dunya Eye

 

(Kopie originele vonnis)