Geen voorlopige voorziening wegens onduidelijkheid rond merkenrechten op "BIOWORLD"

10-05-2016 Print this page
IEPT20160426, Hof Amsterdam, Bio World Merchandising v Sunset
(Met dank aan Jacqueline Schaap, Visser, Schaap & Kreijger)

Geen voorlopige voorziening omtrent gebruik teken BIOWORLD gelet op onduidelijkheid rondom merkenrechtelijke aanspraken Bio World Merchandising en Sunset over en weer. Geen aanleiding Bio World Merchandising toegang Europese markt te ontzeggen: handelsnaamrechtelijke kwestie verweven met merkenrechtelijk geschil en schending contractuele verplichtingen en onrechtmatige daad onvoldoende onderbouwd.

 

MERKENRECHT - HANDELSNAAMRECHT

 

Hoger beroep tegen het vonnis van 26 oktober 2015 (IEPT20151026).Bio World Merchandising (hierna: Merchandising) en Sunset holding en Bioworld Europe (hierna: gezamenlijk Sunset c.s. en afzonderlijk Sunset en Europe) hebben ongeveer 15 jaar lang een zakelijke relatie gehad. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de naam BIOWORLD voor het gebruik op de Europese markt. De voorzieningenrechter heeft Merchandising in reconventie het gebruik van dit teken verboden en haar tevens verboden om derden met het oog op het ontwikkelen van commerciële relaties in Europa te benaderen. In conventie heeft hij de vorderingen van Merchandising die zien op een verbod door Sunset c.s. tot verder gebruik van het teken BIOWORLD afgewezen. Merchandising is in hoger beroep tegen de beslissing van de voorzieningenrechter gekomen.

Partijen zijn in een juridische strijd verwikkeld met als inzet de merkenrechten in de Benelux en Europa op het teken BIOWORLD. Het is onzeker of er een winnaar uit deze strijd zal komen en wie die winnaar dan is. In het licht van deze onzekerheid acht het hof niet passend om een voorlopige voorziening te geven die meebrengt dat een van de partijen wordt belet met het teken BIOWORLD te opereren op de Europese markt. Volgens het hof bestaat er op het grond van het burgerlijk recht dan wel het handelsnaamrecht geen grond om Merchandise de toegang tot de Europese markt te ontzeggen, omdat partijen ook de handelsnaamrechtelijke kwestie in deze zaak verweven achten met het merkenrechtelijk geschil. Sunset c.s. heeft onvoldoende onderbouwd dat Merchandising door gebruik van BIOWORLD schuldig maakt aan een onrechtmatige daad. Het aan Merchandising toegewezen verbod uitlatingen te doen over het gebruik van BIOWORLD door Sunset s.c. wordt door het hof vernietigd.  

Het hof vindt in de stellingen van Merchandising ten slotte evenmin voldoende aanleiding om aan Sunset c.s. een verdergaand verbod op te leggen met betrekking tot de auteursrechten op ontwerpen van Merchandising.
Het hof bekrachtigt het vonnis in conventie, vernietigt het vonnis zover in reconventie gewezen en wijst de vorderingen van Sunset c.s. alsnog af.  

IEPT20160426, Hof Amsterdam, Bio World Merchandising v Sunset

Lees het vonnis hier.