Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden waardoor tussentijdse beëindiging van de overeenkomst gerechtvaardigd zou zijn. Er is onduidelijkheid over de bedoelingen van de voortgezette samenwerking tussen partijen. Gedaagde kan zijn belang niet aantonen waardoor het beroep op artikel 843a Rv wordt afgewezen.
VERBINTENISSENRECHT
Eiser vordert schadevergoeding omdat gedaagde onrechtmatig de overeenkomst tussen hen beiden tussentijds heeft beëindigd. In conventie stelt gedaagde dat er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de overeenkomst onmiddelijk ontbonden kon worden maar volgens de rechtbank gaan deze omstandigheden niet op. In het verleden is de overeenkomst tussen beide partijen eenmaal verlengd. De rechtbank oordeelt dat het de vraag is wat de bedoeling was van de voortzetting van de samenwerking en het hangt daar van af of er sprake is van een overeenkomst die voor bepaalde of onbepaalde tijd geldt. Partijen moeten zich hierover nog verder uitlaten bij akte. De reconventionele vordering van gedaagde wordt afgewezen op basis van artikel 843a Rv.
IEPT20160831, Rb Oost-Brabant, 7 Agency
(Kopie originele vonnis)