Architect kan zich niet verzetten tegen verbouwing noordgevel kantoorpand aan de Schepenmakersdijk: wijzigingen ingegeven door de gewijzigde functie van het gebouw en daarom niet onredelijk. Bij wijzigingen aan de zuidgevel is er sprake van “andere aantasting” in de zin van artikel 25 lid 1d Aw: verbouwing doet in vergaande mate afbreuk aan eigen, persoonlijk karakter gevel, maar geen sprake van totale vernietiging. Geen aantasting, die nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van architect of aan zijn waarde in zijn hoedanigheid van architect van het kantoorpand: Maker bouwwerk moet rekening mee houden dat in de loop van de tijd wegens functionele wijzigingen van bestemming veranderingen nodig zijn die tot (gedeeltelijke) aantasting werk kunnen leiden, aantasting in casu niet lichtvaardig tot stand gekomen en niet bedoeling eiser te benadelen, meest vergaande wijzingen vinden plaats op zuidgevel gelegen aan in beginsel niet toegankelijk voor andere dan bewoners binnenhof, werk goed gedocumenteerd, lange periode tussen realisatie kantoorpand en (functie)wijziging.
AUTEURSRECHT
De Vier Jaargetijden is sinds 2015 eigenaar van een kantoorpand. Eiser is architect en heeft in 1973 de opdracht gekregen het complex waartoe het kantoorpand nu behoort, uit te breiden met het betreffende kantoorpand. De Vier Jaargetijden heeft voorbereidingen getroffen voor de verbouwing van het kantoorpand tot appartementen. Een verbouwing van de gevel behoort daartoe. De noordgevel en de zuidgevel worden verbouwd. De oude zuidgevel en de voorgestelde nieuwe zuidgevel ziet u linksboven. De architect vordert een inbreukverbod ten aanzien van zijn persoonlijkheidsrechten.
Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat de voorgenomen veranderingen een verminking vormen of ten minste een ernstige onredelijke wijziging van het ontwerp van de architect in de zin van artikel 25 lid 1 sub c en d Aw. Geen van de voorgenomen wijzigingen zijn volgens de architect niet noodzakelijk. Volgens De Vier Jaargetijden heeft de architect geen persoonlijkheidsrechten ten aanzien van het ontwerp. Ten aanzien van de zuidgevel is er volgens De Vier Jaargetijden sprake van een volledige sloop van de gevel en omdat het een totale vernietiging is, kan er niet gesproken worden van een wijziging waartegen de maker zich kan verzetten. De Vier Jaargetijden wijst er ook nog op dat een gebouw een gebruikersfunctie heeft en dat van een gebruiker of eigenaar daarvan niet kan worden verwacht dat hij tot het einde der tijden een pand in stand houdt dat niet geschikt is voor het gebruik dat hij ervan wenst te maken. De Vier Jaargetijden vordert in reconventie het sloopverbod op te heffen.
De voorzieningenrechter wijst het inbreukverbod af. De wijzigingen in de noordgevel zijn zodanig beperkt dat daarmee het basisidee van de architect ten aanzien van het geparcelleerde gebouw overeind blijven staan. De wijzigingen zijn ingegeven door de gewijzigde functie van het gebouw en daarom niet onredelijk. Er bestaat belang bij een raam in de nok op de hoogte die De Vierjaargetijden heeft (laten) ontworpen, omdat bewoners immers op ooghoogte naar buiten willen kijken. Bij een eerdere bestuursrechtelijke procedure namens de architect is bevestigd, dat met het bouwplan van de noordgevel is voldaan aan de eis van Welstandscommissie om de bestaande architectuur te respecteren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de architect in dit opzicht zijn rechten heeft verwerkt.
Wat betreft de zuidgevel is de voorzieningenrechter van oordeel dat in het ontwerp van De Vierjaargetijden geen sprake is van volledige vernietiging, omdat ook na de sloop kenmerkende elementen in het ontwerp van het kantoorpand door de architect gehandhaafd en zichtbaar zullen blijven in het ontwerp van De Vierjaargetijden. Volgens de voorzieningenrechter is er sprake van “andere aantasting” in de zin van artikel 25 lid 1 aanhef en onder d. Op grond van de omstandigheden van het geval is de voorzieningenrechtbank van oordeel dat er geen sprake is van aantasting, die nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of goede naam van de architect of aan zijn waarde als architect van het kantoorpand. De maker van een bouwwerk moet immers rekeninghouden met dat de bestemming van een gebouw in de loop van de tijd zodanig kan veranderen dat aanpassingen voor die bestemmingswijzigingen zelfs tot (gedeeltelijke) aantasting van het werk kunnen leiden.
De aantasting is voorts niet lichtvaardig tot stand gekomen en het is niet de bedoeling om de architect te benadelen. De functiewijziging voldoet aan de behoefte aan starterstwoningen, terwijl voor het kantoorpand al zeven jaar geen nieuwe huurders gevonden kunnen worden. Verder is het werk van de architect goed gedocumenteerd en zit er een lange periode tussen de realisatie van het kantoorpand en de wijziging.
Ten aanzien van de zuidgevel komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat er weliswaar sprake is van aantasting in de zin van artikel 25 lid 1d Aw, maar dat die geen nadeel zal kunnen toebrengen aan de eer en goede naam van de architect.
IEPT20161130, Rb Noord-Holland, De Vierjaargetijden
(kopie originele vonnis)