Goodwill kan niet bestaan uit toekomstige inkomsten

16-12-2016 Print this page
IEPT20161216, HR, NFE v De Staat

Goodwill dan wel de waarde van een onderneming is geen eigendom ex artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM (EP) indien het bestaan daarvan enkel kan worden onderbouwd door verwijzing naar toekomstige inkomsten. Hof heeft reikwijdte relevante rechtspraak EHRM over artikel 1 EP niet miskend door vast te stellen dat NFE c.s. de waarde of goodwill van hun ondernemingen vrijwel volledig, zo niet uitsluitend, baseren op de toekomstige inkomsten.

 

GOODWILL

 

NFE heeft blijkens haar statuten onder meer tot doel de behartiging van de belangen van de edelpelsdierenfokkerij alsmede de behartiging van de belangen van haar leden. Op 15 januari 2013 is de Wet verbod pelsdierhouderij in werking getreden. In dit geding vorderen NFE c.s. dat de Wet onverbindend wordt verklaard, althans buiten werking wordt gesteld. Ook wordt een verklaring voor recht gevorderd dat de Staat zich schuldig maakt aan een onrechtmatige daad en aansprakelijk is voor de door de Nertsenhouders geleden schade. De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde het vonnis en wees de vorderingen af. Het cassatieberoep wordt verworpen.

 

De Hoge Raad overweegt dat ingevolge bestendige rechtspraak van het EHRM kan goodwill onder bepaalde omstandigheden weliswaar als eigendom in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EHRM worden beschouwd, maar dat toekomstige inkomsten alleen dan als zodanig kunnen worden aangemerkt wanneer zij reeds zijn verdiend of wanneer daarop een rechtens afdwingbare aanspraak bestaat.

 

Het oordeel van het hof geeft volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste miskenning van de relevante rechtspraak van het EHRM omtrent de reikwijdte van art. 1 EP. Het hof heeft immers vastgesteld dat NFE c.s. de waarde of goodwill van hun ondernemingen vrijwel volledig, zo niet uitsluitend, baseren op de toekomstige inkomsten die zij na 15 januari 2013 hopen te generen, en niet op bestaande eigenschappen of verworvenheden (‘assets’) van hun ondernemingen, zoals een klantenbestand. Hierbij is in aanmerking genomen dat dat namens NFE c.s. is verklaard dat 99% van de geproduceerde pelzen via de beurs wordt verkocht. Ook de overige onderdelen falen.

 

NFE c.s. is later nog naar het EHRM gestapt. Het EHRM wees de klacht af. Lees de beslissing van 9 november 2017 hier.

 

IEPT20161216, HR, NFE v De Staat

 

ECLI:NL:HR:2016:2888