Verwarringsgevaar tussen handelsnamen Senso Vloeren en Sensa Vloeren voor gietvloeren

IEPT20170317, Rb Midden-Nederland, Dutch Design v Sensa Vloeren

Print pagina
IEPT20170317, Rb Midden-Nederland, Dutch Design v Sensa Vloeren

Licentiehouder Dutch Design komt geen verbodsrecht toe op grond van Benelux-beeldmerk Senso Gietvloeren: geen volmacht merkhouder. Dutch Design komt wel verbodsrecht toe op grond van door haar gevoerde handelsnaam Senso Vloeren: voldoende aannemelijk dat Sensa Vloeren handelsnamen voert die slechts in geringe mate afwijken van oudere handelsnaam Senso Vloeren waardoor verwarringsgevaar bestaat. Liquidatietarieven toegepast nu Dutch Design haar proceskostenspecificatie voor het eerst ter zitting kenbaar heeft gemaakt: specificatie buiten beschouwing gelaten nu Sensa Vloeren zich hier niet naar behoren tegen heeft kunnen verweren.

 

MERKENRECHT - HANDELSNAAMRECHT - PROCESRECHT

 

Kort geding. Verstekvonnis. Eiser Dutch Design vordert dat de voorzieningenrechter Gedaagde Sensa Vloeren zal gebieden het gebruik van de naam Sensa Vloeren en/of Sensa te staken en gestaakt te doen houden. Dutch Design legt hieraan inbreuk op haar merkenrecht alsmede inbreuk op haar eerder gevoerde handelsnaam ten grondslag. Sensa Vloeren is niet ter zitting verschenen, de voorzieningenrechter heeft verstek verleend.

 

Met betrekking tot de vermeende inbreuk op het door Dutch Design ingeroepen beeldmerk overweegt de voorzieningenrechter dat niet Dutch Design maar Dutch Design (Group) houder is van het betreffende beeldmerk. Ter zitting heeft de advocaat van Dutch Design toegelicht dat Dutch Design een dochtermaatschappij is van Dutch Design Group en dat zij van Dutch Design Group een eeuwigdurende licentie heeft verkregen op het gebruik van dit beeldmerk. Nu dit niet is weersproken, gaat de voorzieningenrechter voorshands uit van de juistheid van deze stellingen. Uit het voorgaande volgt dat Dutch Design naar het oordeel van de voorzieningenrechter als licentiehouder heeft te gelden.

 

De voorzieningenrechter oordeelt echter dat Dutch Design als licentiehouder geen verbodsrecht als bedoeld in artikel 5a Hnw en artikel 2.20 lid 1 BVIE toekomt. Dit zou slechts anders zijn indien de merkhouder hiervoor toestemming heeft gegeven. Nu niet is gesteld of gebleken dat er sprake is van een uitdrukkelijke of stilzwijgende volmacht van Dutch Design Group zijn de vorderingen volgens de voorzieningenrechter niet op deze grondslag toewijsbaar.

 

Dutch Design komt volgens de voorzieningenrechter wel een beroep op grond van haar oudere handelsnamen toe. Op grond van de niet weersproken stellingen is voldoende aannemelijk geworden dat Sensa Vloeren B.V. door het gebruik van de handelsnaam Sensa Vloeren en de domeinnaam www.sensavloeren.nl ter aanduiding van haar onderneming handelsnamen voert die slechts in geringe mate afwijken van de door Dutch Design eerder gevoerde handelsnaam Senso Vloeren. Ook oordeelt de voorzieningenrechter dat daardoor gevaar voor verwarring is te verwachten bij het publiek, in het bijzonder bij potentiële afnemers van gietvloeren, omdat beide ondernemingen soortgelijke activiteiten ontplooien, zich op dezelfde (landelijke) markt richten en hun klanten met name via internet werven. De vordering tot het staken en gestaakt doen houden van de namen Sensa Vloeren en Sensa wordt derhalve toegewezen.

 

Dutch Design heeft voorts gevorderd dat Sensa Vloeren wordt veroordeeld in de volledige proceskosten ex art. 1091h Rv. Dutch Design heeft haar proceskostenspecificatie echter voor het eerst ter zitting kenbaar gemaakt en daarmee niet tijdig aan Sensa Vloeren doen toekomen. Hierdoor heeft Sensa Vloeren daarvan geen kennis kunnen nemen en zich daartegen volgens de voorzieningenrechter niet naar behoren kunnen verweren. De voorzieningenrechter acht de overlegging van deze producties ter zitting dan ook in strijd met de eisen van een goede procesorde en laat deze om die reden buiten beschouwing bij de beoordeling. Hierdoor is de voorzieningenrechter niet in staat te beoordelen of sprake is van redelijke en evenredige kosten in de zin van art. 1019h Rv. De gevorderde veroordeling van Sensa Vloeren is daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet toewijsbaar, waardoor het liquidatietarievenstelsel wordt toegepast. De proceskosten aan de kant van Dutch Design worden derhalve begroot op slechts € 1.230,21. 

 

IEPT20170317, Rb Midden-Nederland, Dutch Design v Sensa Vloeren

 

ECLI:NL:RBMNE:2017:1813