Inbreuk op woordmerk CONNECT door gebruik Connect Professionals voor uitzenddiensten

IEPT20170404, Rb Gelderland, Connect v Connect Professionals

Print pagina
IEPT20170404, Rb Gelderland, Connect v Connect Professionals

Geen inbreuk ‘sub a’ op woordmerk CONNECT door gebruik teken Connect Professionals, beide voor uitzenddiensten: teken is niet gelijk aan het merk en diensten zijn niet gelijk nu Connect Professionals zich richt op (hoger opgeleid) personeel in onderwijs, gezondheidszorg en overheid en Connect op (lager opgeleid) technisch personeel. Wel inbreuk ‘sub b’ nu gevaar voor verwarring bestaat: diensten stemmen met elkaar overeen en auditieve, visuele en begripsmatige overeenstemming tussen merk en teken. Woordmerk CONNECT niet zuiver beschrijvend: enkele feit dat het woord connect een aspect van de diensten (verbinding) beschrijft maakt het niet uitsluitend beschrijvend.  Geen verwarringsgevaar tussen handelsnamen Connect (Connect Uitzendbureau en Connect Technisch Uitzendbureau) en Connect Professionals: beoordelingskader niet hetzelfde als bij merkenrecht, Connect Professionals heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zich sinds 2009 uitsluitend richt op  gezondheidszorg, onderwijs en overheid en Connect is volgens eigen stelling pas eind 2016 van Connect Professionals op de hoogte geraakt hetgeen nauwelijks anders kan betekenen dat in die periode geen verwarring is ontstaan, onvoldoende onderbouwd dat desondanks gevaar voor verwarring bestaat.

 

MERKENRECHT - HANDELSNAAMRECHT

 

Kort geding. Connect is sinds 1992 actief als uitzendbureau, heeft vestigingen in Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, Almere, Zwolle en Wormerveer en maakt gebruik van de namen Connect Uitzendbureau en Connect Technisch Uitzendbureau. Connect is houder van het woordmerk CONNECT dat onder meer is ingeschreven in klasse 35, voor uitzending en detachering van personeel, werving en selectie van personeel, arbeidsbemiddeling en advisering inzake personeel en personeelszaken. Connect Professionals is opgericht in 2008 en onderneemt onder deze naam activiteiten op het gebied van het uitvoeren van (interim-)opdrachten en het bemiddelen in (personeels-)diensten, beheeractiviteiten en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Volgens Connect maakt Connect Professionals inbreuk op haar merk en handelsnaam.

 

De voorzieningenrechter oordeelt eerst over merkinbreuk ‘sub a’ en stelt in dit kader vast dat anders dan Connect stelt, niet kan worden vastgesteld dat Connect Professionals het teken Connect ook afzonderlijk en los van het woord Professionals gebruikt. Hiermee is het teken dat Connect Professionals (als handelsnaam) gebruikt volgens de voorzieningenrechter dus niet gelijk aan het merk Connect. Ook kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden vastgesteld dat sprake is van gebruik voor dezelfde diensten nu Connect Professionals heeft aangevoerd dat haar activiteiten voor een belangrijk deel bestaan uit detachering van haar personeel in vaste dienst (circa 40%), terwijl dat voor Connect in beduidend mindere mate het geval is (circa 5-10%). Daarnaast heeft Connect Professionals aangevoerd dat haar onderneming zich richt op hoger opgeleid personeel voor in het onderwijs, de gezondheidszorg en de overheid, terwijl vaststaat dat Connect zich richt op (lager opgeleid) technisch personeel. Van merkinbreuk ‘sub a’ is volgens de voorzieningenrechter derhalve geen sprake.

 

In het kader van merkinbreuk ‘sub b’ stelt de voorzieningenrechter dat de diensten in de kern genomen wel met elkaar overeenstemmen en soortgelijk nu beide partijen actief zijn in de werving en selectie alsmede in het detacheren van personeel. De voorzieningenrechter oordeelt daarnaast dat het woordmerk CONNECT en het teken Connect Professionals auditief en begripsmatig overeenstemmen. Ook is sprake van begripsmatige overeenstemming nu beiden duiden op het Engelse woord connect  (‘verbinden’ of ‘in verband brengen’). De enkele toevoeging van het louter beschrijvende element Professionals maakt het bovenstaande volgens de voorzieningenrechter niet anders, mede omdat door het relevante publiek doorgaans meer aandacht wordt besteed aan het begingedeelte van een merk of teken dan aan het eindgedeelte. Gelet op het bovenstaande kan naar het oordeel van de rechter bij het relevante publiek, in dit geval werkzoekenden en opdrachtgevers, verwarring tussen beide ondernemingenontstaan en is genoegzaam gebleken dat sprake is van inbreuk ‘sub b’.

 

Connect Professionals heeft nog aangevoerd dat het merk onderscheidend vermogen mist en louter beschrijvend is. De voorzieningenrechter verwerpt dit betoog en stelt dat het woordmerk CONNECT voor de aangeboden diensten in kwestie niet zuiver beschrijvend is nu het woord connect niet de diensten bemiddeling of werving en selectie beschrijft. De rechter overweegt dat hooguit kan worden gesteld dat het woord connect refereert aan een bepaald aspect van de aangeboden diensten, namelijk voor zover bij het succesvol uitvoeren van de diensten personen met elkaar in verbinding worden gebracht. Het enkele feit dat het woord connect in die zin een aspect van de diensten beschrijft, maakt volgens de rechter niet dat het woordmerk CONNECT uitsluitend beschrijvend is voor die diensten.

 

Met betrekking tot de gestelde inbreuk op de handelsnamen van Connect (Connect Uitzendbureau en Connect Technisch Uitzendbureau),  wordt vastgesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat Connect haar handelsnamen eerder voerde dan Connect Professionals haar handelsnaam is gaan voeren. Uit de beoordeling van de merkinbreuk volgt dat de handelsnamen van partijen, gelet op hun dominerende en kenmerkende bestanddelen, maar in geringe mate van elkaar afwijken.  Daarnaast stelt de voorzieningenrechter dat  beide ondernemingen zoals reeds overwogen, (in overwegende mate) dezelfde soort diensten aanbieden en dat beide partijen actief zijn in hetzelfde geografische gebied, namelijk overwegend in Midden- en Zuid Nederland.

 

Toch is er volgens de voorzieningenrechter geen sprake van inbreuk op de handelsnaam van Connect omdat er geen verwarring te duchten is. De voorzieningenrechter stelt dat het beoordelingskader daarvoor niet hetzelfde is als voor het merkrecht. Connect Professionals heeft in dit verband ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zich bij haar oprichting in 2008 richtte op de algemene uitzendbranche, maar dat zij dit uitgangspunt in 2009 heeft losgelaten en zich vanaf dat moment uitsluitend focust op de sectoren gezondheidszorg, onderwijs en overheid. Verder heeft Connect Professionals volgens de voorzieningenrechter aannemelijk gemaakt dat zij zich daardoor richt op andersoortig personeel en andere bedrijven dan Connect. Ervan uitgaande dat Connect Professionals al vanaf 2009 op deze manier handelt, is het naar het oordeel van de rechter kennelijk mogelijk voor partijen om hun activiteiten te verrichten zonder in elkaars vaarwater terecht te komen nu Connect er volgens haar eigen stelling immers pas eind 2016 van op de hoogte geraakt dat Connect Professionals onder die naam in dezelfde branche werkt. Dat kan volgens de rechter nauwelijks anders betekenen dan dat tussen 2009 en eind 2016 geen verwarring is ontstaan bij het in aanmerking komende publiek waarmee van Connect had mogen worden verwacht dat zij voldoende onderbouwd aannemelijk zou maken dat desondanks verwarring is te duchten. Nu enige onderbouwing aan de zijde van Connect op dat punt ontbreekt, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat sprake is van verwarringsgevaar als bedoeld in artikel 5 Hnw en kan voorshands niet worden geoordeeld dat Connect Professionals inbreuk maakt op de handelsnaam van Connect, zoals door Connect wordt gesteld. De vordering jegens Connect Professionals is op deze grond niet toewijsbaar.

 

Nu een merkinbreuk wel is is aangenomen, wordt Connect Professional als grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, aan de zijde van Connect begroot op  € 15.196,92

 

IEPT20170404, Rb Gelderland, Connect v Connect Professionals

 

ECLI:NL:RBGEL:2017:2433