Toegewezen inbreukverbod op foto’s, teksten en inrichting website deels vernietigd

Print this page 17-07-2017
IEPT20170620, Hof Den Haag, Inrichting Website

Inbreukvordering op grond van gebruik foto’s op website appellant ten onrechte toegewezen: onvoldoende onderbouwd dat geïntimideerde auteursrechthebbende is. Appellant mocht teksten waarvan wordt verondersteld dat appellant en geïntimideerde gemeenschappelijk auteursrecht toekomt, niet gebruiken: exploitatie gemeenschappelijk auteursrecht mag enkel geschieden met toestemming van alle deelgenoten, toestemming ontbrak. Auteursrechtinbreuk op inrichting website onvoldoende onderbouwd.

 

AUTEURSRECHT

 

Hoger beroep tegen (IEPT20151125). Eiseres verhandelt met haar eenmanszaak tuinartikelen en meubelen en is in gemeenschap van goederen met gedaagde getrouwd. Dit huwelijk is in 2013 ontbonden, en partijen hebben hiertoe op 7 februari 2013 een echtscheidingsconvenant getekend. Hierin is opgenomen dat eiseres de winkel alleen voortzet, en dat gedaagde de inboedel van de winkel toekomt. Medio 2013 komt eiseres erachter dat gedaagde ook een webwinkel in tuinartikelen exploiteert. Ze stelt dat gedaagde inbreuk maakt op haar auteursrechten. De rechtbank Rotterdam heeft in het bestreden eindvonnis het gevorderde inbreukverbod toegewezen.

 

Het hof oordeelt dat het gelet op de gemotiveerde betwisting van de stelling dat geïntimideerde de maker van de foto is door appellant - waarvan de juistheid deels is erkend - op de weg van geïntimeerde had gelegen om duidelijk te stellen en te onderbouwen welke foto’s door haar zijn gemaakt. Nu van een dergelijke onderbouwing geen sprake is kan er volgens het hof niet van worden uitgegaan dat geïntimeerde auteursrechthebbende is met betrekking tot onderhavige foto’s, dient haar daarop gebaseerde inbreukvordering te worden afgewezen. De grieven slagen.

 

Met betrekking tot de teksten op de website gaat het er ervan uit dat geïntimeerde hier (mede)maker van is, nu appellant heeft nagelaten zijn betwisting daarvan der te onderbouwen. Dat geïntimeerde bij het maken van de teksten andere websites heeft geraadpleegd, daaruit delen heeft overgenomen en door haar gemaakte vertalingen van stukken Engelse tekst van derden heeft gebruikt doet daar volgens het hof niet aan af. Appellant heeft erkend dat (een aantal van) de advertentieteksten op zijn website (nagenoeg) identiek is aan de teksten op de website van geïntimeerde. Hij stelt dat hij die mag gebruiken omdat hij medeauteursrechthebbende is met betrekking tot die teksen. Er met appellant veronderstellenderwijs van uitgaande dat geïntimeerde en appellant gemeenschappelijk auteursrecht op de teksten toekomt, geldt volgens de rechtbank ingevolge artikel 26 Aw juncto artikel 3:170 BW dat het exploitatierecht toekomt aan de auteurs gezamenlijk en de exploitatie van een gemeenschappelijk auteursrecht alleen met toestemming van alle deelgenoten kan geschieden. Nu toestemming van geïntimideerde ontbrak, mocht appellant deze niet exploiteren door deze op wijn website te gebruiken.

 

Met betrekking tot de inrichting van de website, oordeelt het hof dat geïntimeerde in hoger beroep nog slechts stelt dat zij auteursrechthebbende is met betrekking tot een deel van de foto’s en de teksten op haar website en dat door overname daarvan sprake is van inbreuk. Nu zij niet meer ingaat op andere onderdelen van haar website, gaat het hof ervan uit dat zij het verwijt dat sprake is van auteursrechtinbreuk vanwege overname van andere elementen van haar website dan de foto’s en teksten niet langer handhaaft. Voor zover zij dit verwijt wel handhaaft had het volgens het hof op haar weg gelegen om haar stelling dat ook afgezien van de overname van foto’s en teksten sprake is van auteursrechtinbreuk nader te onderbouwen. Nu zij dat heeft nagelaten gaat het hof daaraan als onvoldoende onderbouwd voorbij.

 

Het hof concludeert dat appellant terecht is bevolen de openbaarmaking en verveelvoudiging van (advertentie)teksten te staken en gestaakt te houden. Voor zover appellant is bevolen onder meer elke openbaarmaking en/of verveelvoudiging van afbeeldingen van geïntimeerde te staken en gestaakt te houden zal het vonnis worden vernietigd. Het hof compenseert de proceskosten van het geding in eerste aanleg, evenals de kosten in hoger beroep, in de zin dat elke partij zijn eigen kosten draagt.

 

IEPT20170620, Hof Den Haag, Inrichting Website

 

ECLI:NL:GHDHA:2017:2022