Gevorderde schorsing van executie vonnis over toegang tot CMS grotendeels afgewezen
02-08-2017 Print this page
Vordering tot schorsing executie kort geding vonnis (IEPT20170601) over toegang tot CMS voor beheer Youtube kanalen grotendeels afgewezen: slechts met betrekking tot ‘rollup tool’ om nieuwe kanalen toe te voegen wordt ernstig rekening gehouden dat Zoom.in in de onmogelijkheid verkeert om aan het vonnis te voldoen, voor de overige mogelijkheden die MN zijn onthouden is niet aan het vonnis voldaan en is ook geen sprake van de onmogelijkheid hieraan te voldoen. Geen sprake van een vonnis dat klaarblijkelijk op een misslag berust: geen ‘evidente fout’ wegens door elkaar halen begrippen nu MN dit gemotiveerd heeft betwist en ook Youtube geen opheldering over de begrippen heeft gegeven.
Kort geding. Executiegeschil. Zoom.in is een Nederlands bedrijf dat onder meer diensten verleent aan videomakers die hun eigen filmpjes online zetten via YouTube. MN is een Brits bedrijf dat zich richt op de exploitatie van YouTube-kanalen. Partijen zijn in 2014 gaan samenwerken, waarbij Zoom.in MN een groter platform zou bieden om haar kanalen te openbaren en eenvoudiger te beheren, via het CMS van Zoom.in. Nadat Youtube in 2016 aankondigde het beleid rond zogenoemde Multi Channel Networks zou aanscherpen, zijn tussen partijen geschillen ontstaan. Zoom.in heeft kanalen van MN ‘verhangen’ naar Zoom.in omdat het nieuwe beleid daar volgens haar toe noopte. Deze geschillen hebben geleid tot een uitspraak in kort geding van de rechtbank Amsterdam (IEPT20170601), waarin de voorzieningenrechter onder meer oordeelde dat MN weer toegang moest krijgen tot het CMS zodanig dat MN dezelfde mogelijkheden verkreeg als die zij had op 1 november 2016 om kanalen te managen, waaronder het recht haar inkomsten te beheren. Dit op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag met een maximum van 500.000,-. Daarnaast werd Zoom.in veroordeeld achterstallige-reclame inkomsten te betalen. Zoom.in vordert in het onderhavige executiegeschil om MN te gebieden om met onmiddellijke ingang de executie van het vonnis te staken.
De voorzieningenrechter overweegt dat ter zitting is gebleken dat bij de instellingen die Zoom.in ter uitvoering van het vonnis ten behoeve van MN heeft aangebracht het vak ‘content eigenaar’ niet is aangevinkt en het vak ‘alleen lezen’ wel. Dit betekent dat MN niet kan beschikken over de ‘rollup tool’, die de mogelijkheid geeft nieuwe kanalen aan het netwerk toe te voegen. Zoom.in stelt in dit verband dat MN op 1 november 2016 ook niet over deze tool beschikte, omdat YouTube haar wegens herhaaldelijke overtreding van de regels in het ‘strafbankje’ had gezet door haar ‘rollup tool’ uit te schakelen. MN heeft dit niet weersproken, maar neemt aan dat die nu wel weer aan staat. Het is volgens de voorzieningenrechter echter aan MN om dit aannemelijk te maken. Nu MN dat niet heeft gedaan, moet er naar het oordeel van de voorzieningenrechter ernstig rekening mee worden gehouden dat haar ‘rollup tool’ bij You Tube nog steeds uitgeschakeld staat en dat Zoom.in, voor zover het gaat om het reactiveren van die ‘rollup tool’, in de onmogelijkheid verkeert om aan het vonnis te voldoen. Voor zover de dwangsom op de ‘rollup tool’ ziet, zal die dan ook worden opgeschort totdat het gerechtshof in het inmiddels ingestelde hoger beroep zal hebben beslist.
Voor de overige mogelijkheden waar MN niet over kan beschikken omdat ‘content eigenaar’ niet is aangevinkt, ligt dit anders. De voorzieningenrechter oordeelt dat wat deze mogelijkheden betreft niet aan het vonnis is voldaan, en dat er geen sprake is van een onmogelijkheid om hier aan te voldoen. Het gaat hierbij onder meer om de mogelijkheid om over haar eigen inkomsten te beschikken. Voor zover die mogelijkheden aan MN zijn onthouden omdat zij anders toegang zou krijgen tot tools die het hele bedrijf van Zoom.in betreffen, geldt volgens de voorzieningenrechter dat dit voor risico komt van Zoom.in, die voor ‘verhangen’ van de kanalen heeft gekozen en dat hierover bindende afspraken met MN hadden kunnen worden gemaakt.
Vervolgens overweegt de voorzieningenrechter dat bij de beoordeling van een executiegeschil als dit tot uitgangspunt geldt dat voor schorsing van de tenuitvoerlegging slechts plaats is, indien de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn, indien het vonnis klaarblijkelijk berust op een juridische of feitelijke misslag, of indien de executie op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.
Volgens Zoom.in is sprake van een evidente fout omdat de voorzieningenrechter ten onrechte zelf aan het vertalen gegaan en zijn daarbij de begrippen ‘gelieerde onderneming’ en ‘aangesloten kanaal of videomaker’ door elkaar gehaald. De voorzieningenrechter overweegt echter dat Zoom.in in de dagvaarding vier pagina’s nodig heeft om dit uit te leggen en dat dit door MN gemotiveerd is betwist. Daar komt volgens de voorzieningenrechter bij dat YouTube niet bereid is gebleken een helder antwoord te geven op de vraag of zij MN beschouwt als een ongeoorloofd subnetwork. Het komt er volgens de voorzieningenrechter op neer dat over de juistheid van het oordeel van de voorzieningenrechter kan worden getwist ‘wat in hoger beroep ook wel zal gebeuren’. Van een misslag die zo in het oog springt dat die in redelijkheid niet anders dan als zodanig kan worden gezien is volgens de voorzieningenrechter echter geen sprake, zodat niet kan worden gezegd dat het vonnis van de voorzieningenrechter klaarblijkelijk op een misslag berust.
De vordering om de executie te schorsen wordt op grond van het bovenstaande afgewezen, met uitzondering van hetgeen is besproken met betrekking tot de ‘rollup tool’.
IEPT20170711, Rb Amsterdam, Zoom in v MN