Merkenrecht. Nietigheidsprocedure. Beroep tegen de toegewezen nietigverklaring van het uniewoordmerk ‘1841’ voor waren uit de klasse 25, kleding. Nietigheid werd ingeroepen door de houders van het eerdere Franse woordmerk AD-1841-TY voor waren uit de klasse 25 kleding. De Kamer van Beroep oordeelde dat normaal gebruik voor het oudere Franse woordmerk bewezen is.
Het beroep faalt. Appellant beroept zich op twee grieven. De eerste grief stelt dat het bewijs voor normaal gebruik te laat is ingediend en niet voldoende is om normaal gebruik vast te stellen. Het Gerecht gaat hier niet in mee – stukken die na de tijdslimiet ingediend worden, zijn onderworpen aan de discretie van het Gerecht. Zij mág deze nog wel meenemen in haar besluitvorming. Daarnaast zijn de stukken, ondanks dat zij grotendeels afkomstig zijn van de wederpartij en niet van een objectieve derde bron, voldoende om normaal gebruik vast te stellen.
De tweede grief klaagt dat de Kamer van Beroep ten onrechte heeft vastgesteld dat er verwarringsgevaar bestaat tussen de twee merken. Het Gerecht bepaalt dat de merken hetzelfde relevante publiek, de gemiddelde Franse consument, en dezelfde waren hebben. Visueel gezien zijn de merken deels identiek, namelijk door het element 1841. Ook auditief gezien kunnen de elementen AD en TY geen afbreuk doen aan de gedeelde klank van het element 1841. Conceptueel gezien zijn de merken niet verschillend. Het argument dat het eerdere merk conceptueel naar een nummerplaat zou verwijzen gaat niet op volgens het Gerecht – Franse nummerplaten hebben slechts drie cijfers tegenwoordig. Door de overeenstemming bestaat er een verwarringsgevaar, en blijft het uniewoordmerk nietig.
“115 The Board of Appeal considered that, in the light of the identity or similarity of the goods in question and the similarity between the signs at issue, there was a likelihood of confusion between those signs for those goods. According to the Board of Appeal, the relevant public will not remember minor differences between those signs and will more easily retain the number ‘1841’ as the dominant element and think that the contested mark is a simplified version of the earlier mark.
116 In that regard, it should be observed that there is identity or similarity between the goods in question and that the signs at issue, taken together, display an average degree of visual similarity. Furthermore, there is a certain degree of phonetic and conceptual similarity between those signs.”
Lees het arrest hier.