Oneerlijke handelspraktijk en onrechtmatig handelen Tel Sell door gebruik alternatieve productnamen die aansluiten bij namen Tommy Teleshopping
10-11-2017 Print this page
Tel Sell IE maakt zich schuldig aan oneerlijke handelspraktijk ex art. 6:193g onder m BW en handelt hiermee onrechtmatig jegens Tommy: ook concurrenten gerechtigd om handhavend op te treden bij gestelde overtreding van de Wet OHP, Tel Sell IE biedt producten aan onder andere namen dan waaronder zij deze inkoopt, door gelijkenis wordt verkeerde indruk gewekt dat producten Tel Sell IE afkomstig zijn van dezelfde fabrikant als de producten van Tommy, sprake van doelbewust meeliften op bekendheid producten Tommy. Verbod ook uitgesproken jegens overige gedaagde vennootschappen nu reële dreiging bestaat dat onrechtmatige handelingen door (een van) hen zal worden overgenomen: sprake van ‘Tel-Sell-groep’ waarbinnen wegens driemalige herhaling inmiddels sprake is van beproefd patroon om activiteiten na faillissement voort te zetten onder een andere vennootschap uit die groep, ontbreken concrete aanwijzing voor faillissement Tel Sell IE doet daar niet aan af. Bestuurder [B] persoonlijk aansprakelijk voor onrechtmatig handelen: haar kan als enig bestuurder, die op de hoogte moet zijn geweest van het onrechtmatig handelen een ernstig verwijt worden gemaakt.
ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN - ONRECHTMATIGE DAAD
Volgens eiser Tommy Teleshopping (hierna: Tommy) maakt gedaagde Tel Sell IE zich kort gezegd schuldig aan een oneerlijke handelspraktijk (hierna: OHP) in de zin van artikel 6:193b jo artikel 6:193g onder m BW - en hiermee ook van onrechtmatig handelen richting Tommy – door producten aan te bieden onder andere namen dan waaronder zij deze inkoopt en levert en hierbij fantasienamen te gebruiken die lijken op namen waaronder Tommy vergelijkbare producten aanbiedt en ten aanzien waarvan Tommy aanzienlijk investeert in telemarketing. Volgens Tommy verrichtten ook de gefailleerde werkmaatschappijen Tel Sell I, II en III in het verleden dergelijke onrechtmatige praktijken en is sprake sprake van een patroon.
De rechtbank overweegt dat ook concurrenten gerechtigd zijn om handhavend op te treden bij gestelde overtreding van de Wet OHP en stelt vervolgens vast dat het gewaakte handelen van Tell Sell IE een OHP is in de zin van artikel 6:193g aanhef en onder m BW. De rechtbank overweegt in dit kader dat als vaststaand kan dan ook worden aangenomen dat Tel Sell IE producten aanbiedt en heeft aangeboden onder andere namen dan waaronder zij deze inkoopt. Ook is niet in geschil dat deze namen elementen bevatten van de namen van vergelijkbare producten van Tommy. Door deze gelijkenis met de namen van vrijwel identieke producten van Tommy wordt volgens de rechtbank bij de gemiddelde consument die een reclame van Tommy heeft gezien, en die op internet op zoek gaat naar dat product van Tommy, de verkeerde indruk gewekt dat het product dat Tel Sell IE aanbiedt afkomstig is van dezelfde fabrikant als het product van Tommy.
De verklaring van Tell Sell IE zelf laat volgens de rechtbank geen andere conclusie toe dan dat Tel Sell IE doelbewust marketing-namen gebruikt die op die van Tommy – verreweg de grootste telemarketeer in Nederland en België – lijken. Dit heeft volgens de rechtbank als klaarblijkelijk doel om doelbewust mee te liften op de bekendheid die de producten uit het assortiment van Tommy genieten en om bij de consument de verkeerde indruk te wekken dat het product dat door Tel Sell wordt aangeboden (en geleverd) inderdaad hetzelfde is, althans door dezelfde fabrikant is vervaardigd, als het product dat Tommy aanbiedt. Dit is volgens de rechtbank een misleidende handelspraktijk in de zin van artikel 6:193g aanhef en sub m BW, waarmee Tel Sell IE jegens haar concurrent Tommy onrechtmatig handelt.
Het verbod op wordt door de rechtbank niet alleen ten aanzien van Tel Sell IE uitgesproken. Volgens de rechtbank heeft Tommy voldoende gesteld om aan te nemen dat sprake is van een reële dreiging dat de onrechtmatige handelingen door (een van) de andere gedaagde vennootschappen zal worden overgenomen. Volgens de rechtbank kan worden gesproken van een ‘Tel-Sell-groep’ nu zijn uitmaken van een gelieerde groep vennootschappen rond het Tel Sell-concept, die steeds (in)direct worden bestuurd door [A] en/of [B]. De rechtbank oordeelt dat binnen die groep wegens de driemalige herhaling inmiddels sprake is van een beproefd patroon om de Tel Sell activiteiten, na faillissement van de vennootschap waarin deze zijn ondergebracht, vrijwel geruisloos voort te zetten onder een andere vennootschap uit die ‘Tel Sell-groep’. Het ontbreken van een concrete aanwijzing voor een faillissement van Tel Sell IE doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. In dit kader overweegt de rechtbank dat Tell Sell III na een eerdere uitspraak tegen de verwachting van de voorzieningenrechter in failliet is gegaan waarna Tommy het nakijken had met haar schadevordering.
Bestuurder [B] is volgens de rechtbank persoonlijk aansprakelijk voor het vastgestelde onrechtmatig handelen van Tel Sell IE. Dit omdat zij enig bestuurder is, niet in geschil is dat zij het beleid bepaald, zij moet hebben geweten van het eerdere onrechtmatig handelen en daaruit voortvloeiende veroordelende beslissingen en bovendien verantwoordelijke was voor het vaststellen voor de gewraakt marketing namen. Volgens de rechtbank heeft zij hiermee in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid waartoe zij jegens Tommy gehouden is en het was voorzienbaar dat Tommy daardoor schade zou lijden. Dit brengt mee dat [B] persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Nu is vastgesteld dat Tel Sell IE onrechtmatig jegens Tommy heeft gehandeld op grond van de Wet OHP, brengt artikel 6:193j lid 2 BW mee dat zij voor de dientengevolge bij Tommy ontstane schade aansprakelijk is. De mogelijkheid dat schade is geleden, is volgens de rechtbank aannemelijk geworden nu niet valt uit te sluiten dat Tommy extra moet investeren in reclame en Adwords, dan wel omzetderving heeft geleden, door het handelen van Tel Sell. De aannemelijkheid van schade is naar het oordeel van de rechtbank voldoende voor verwijzing naar de schadestaatprocedure. De gevorderde veroordeling tot vergoeding van de schade, nader op te maken bij staat, wordt dan ook toegewezen, ook ten aanzien van [B].
IEPT20171108, Rb Den Haag, Tommy Teleshopping v Tel Sell